Pakketten

Natuur en techniek op de basisschool

Bij natuur en techniek leert je kind hoe planten, dieren en het eigen lichaam werken, en waarom een lampje brandt of een schip blijft drijven. Hier lees je wat er per groep aan bod komt, vind je proefjes voor thuis en kan je kind per thema oefenen.

Liever op papier? Gratis werkbladen om te printen

Meestal in groep 3 tot en met 8

Natuur en techniek oefenen

Kies een thema. Elke ronde heeft tien vragen, en bij een fout krijg je een tip. Met Lees voor hoort je kind de vraag.

Vraag 10 goed

Kort uitgelegd: natuur en techniek

  • Natuur en techniek is een deel van wereldoriëntatie, naast aardrijkskunde en geschiedenis.
  • De grote thema's: planten en dieren, het menselijk lichaam, weer en seizoenen, licht en geluid, stroom en magneten en krachten.
  • Naast feiten leren kinderen onderzoeken: een vraag stellen, een proef doen en kijken wat er gebeurt.

Wat is natuur en techniek op de basisschool?

Natuur en techniek is een vak bij wereldoriëntatie. Je kind leert hoe de levende natuur werkt (planten, dieren, het lichaam) en de niet-levende natuur (water, lucht, licht, geluid, stroom). Bij techniek gaat het om dingen die mensen maken: een brug, een fiets, een lamp. In de kerndoelen voor de basisschool staat onder meer dat kinderen onderzoek leren doen naar licht, geluid, elektriciteit, kracht, magnetisme en temperatuur.

Let op: op de middelbare school bestaat ook het profiel natuur en techniek, voor havo en vwo. Dat is iets anders. Op deze pagina gaat het over natuur en techniek in groep 3 tot en met 8.

Scholen gebruiken hiervoor een methode, zoals Naut, Argus Clou Natuur en techniek of Blink Wereld, of ze werken met eigen thema's. Daarom verschilt het per school wanneer welk onderwerp aan bod komt.

De thema's van natuur en techniek

ThemaWat leert je kind?Meestal vanaf
Planten en dierenWat een plant nodig heeft, van zaadje tot plant, dieren in groepen (zoogdieren, vogels, vissen, insecten), van rups tot vlinder, wie eet wie.groep 3
Het menselijk lichaamZintuigen, het skelet en de spieren, hart en longen, gezond eten, later ook groei en de puberteit.groep 3
Weer en seizoenenDe vier seizoenen, temperatuur meten, regen, wind en wolken, dag en nacht, de aarde om de zon.groep 3
Licht en geluidSchaduw, spiegels, waarom je kleuren ziet, hoe geluid ontstaat en hoe het door de lucht gaat.groep 5
Stroom en magnetenEen stroomkring met een batterij en een lampje, geleiders en isolatoren, magneten en het kompas, energie.groep 5
Krachten en techniekDrijven en zinken, zwaartekracht en wrijving, de hefboom en de katrol, sterke vormen in bruggen en torens.groep 5

Bij weer en temperatuur meten komen ook rekenen en meten terug: graden aflezen, een weerdagboek bijhouden en daar grafieken van maken. Bij proefjes met water en gewicht helpt het metriek stelsel, met liters en grammen.

Zo onderzoekt je kind: de onderzoekscyclus

Op school werken kinderen bij natuur en techniek vaak met een vaste volgorde. Je kunt die thuis ook gebruiken:

  1. Vraag: wat wil je weten? Bijvoorbeeld: blijft een appel drijven?
  2. Verwachting: wat denk je dat er gebeurt, en waarom?
  3. Proef: probeer het uit. Verander maar één ding tegelijk.
  4. Kijken: wat zie je echt? Schrijf of teken het op.
  5. Conclusie: klopte je verwachting? Wat heb je geleerd?

Een fout antwoord bij de verwachting is geen probleem. Juist als iets anders gaat dan je dacht, leer je er het meest van.

Vraag: drijft een appel?
Verwachting: nee, hij is zwaar.
Proef: appel in een bak water.
Kijken: hij blijft bovenop liggen.
Conclusie: een appel drijft, ook al voelt hij zwaar.

Proefjes voor kinderen: zes proefjes om thuis te doen

Deze proefjes kosten weinig en passen bij wat kinderen op school leren. Laat je kind steeds eerst zeggen wat het denkt dat er gebeurt.

1. Drijven of zinken

Nodig: een bak water, een kurk, een knikker, een appel, een sleutel en een stukje klei.

  1. Laat je kind bij elk voorwerp raden: drijft het of zinkt het?
  2. Leg de voorwerpen een voor een in het water.
  3. Maak van de klei eerst een bolletje en daarna een bootje met een holle bodem.

Wat zie je? De kurk en de appel drijven, de knikker en de sleutel zinken. Het bolletje klei zinkt, maar het bootje van dezelfde klei blijft drijven. Of iets drijft, hangt dus ook af van de vorm.

2. Een lampje laten branden

Nodig: een platte batterij van 4,5 volt, een lampje in een fitting, twee snoertjes met krokodillenklemmen, en spullen om te testen: een paperclip, aluminiumfolie, een gum en een plastic dop.

  1. Maak een kring: batterij, snoertje, lampje, snoertje, terug naar de batterij.
  2. Haal één klem los en zet een voorwerp tussen de klemmen.
  3. Kijk of het lampje brandt.

Wat zie je? Bij de paperclip en de folie brandt het lampje: metaal geleidt stroom. Bij de gum en de plastic dop niet: dat zijn isolatoren. Doe dit alleen met een batterij, nooit met het stopcontact. Verbind de twee polen van de batterij ook niet direct met elkaar: dan wordt hij warm en is hij snel leeg.

3. Tuinkers in het licht en in het donker

Nodig: tuinkerszaadjes, watten, twee schaaltjes en water.

  1. Leg natte watten in beide schaaltjes en strooi er zaadjes op.
  2. Zet het ene schaaltje op de vensterbank en het andere in een donkere kast.
  3. Houd de watten vochtig en kijk elke dag even.

Wat zie je? Na een paar dagen is de kers bij het raam groen en groeit hij naar het licht toe. De kers in de kast is lang, dun en geelachtig. Een plant heeft licht nodig om groen en sterk te worden.

4. Hoog en laag geluid

Nodig: een liniaal en een tafel.

  1. Leg de liniaal op de tafel, met een stuk over de rand.
  2. Houd het deel op de tafel stevig vast en tik op het uitstekende stuk.
  3. Doe het nog eens met een korter stuk over de rand.

Wat zie je? De liniaal trilt en je hoort een zoemend geluid. Hoe korter het stuk dat uitsteekt, hoe sneller het trilt en hoe hoger het geluid. Zo werkt het ook bij de snaren van een gitaar.

5. Schaduwen maken

Nodig: een zaklamp, een knuffel en een lege muur, in een donkere kamer.

  1. Schijn met de zaklamp op de knuffel, zodat er een schaduw op de muur komt.
  2. Beweeg de zaklamp dichter naar de knuffel toe, en daarna verder weg.
  3. Probeer ook de lamp van opzij te houden.

Wat zie je? Hoe dichter de lamp bij de knuffel, hoe groter de schaduw. Komt het licht van opzij, dan valt de schaduw naar de andere kant. Buiten kun je hetzelfde zien met de zon: midden op de dag is je schaduw het kortst.

6. Wat trekt een magneet aan?

Nodig: een magneet (van de koelkast of uit een speelgoeddoos), een paperclip, een spijker, aluminiumfolie, een plastic knoop en een houten blokje.

  1. Laat je kind de spullen sorteren: wat wordt aangetrokken en wat niet?
  2. Test het daarna met de magneet.

Wat zie je? De paperclip en de spijker worden aangetrokken, want daar zit ijzer in. Aluminiumfolie niet, ook al is het metaal. Plastic en hout ook niet.

Je kind kan zo een proefje ook mooi gebruiken voor een spreekbeurt: doe het voor in de klas en leg uit wat er gebeurt.

Natuur en techniek en de rest van wereldoriëntatie

Natuur en techniek staat niet los van de andere vakken. Bij de tijdvakken van geschiedenis zie je hoe uitvindingen het leven veranderden: van gereedschap van steen tot de stoommachine en de computer. In de canon van Nederland staan twee echte onderzoekers: Christiaan Huygens, die de slingerklok uitvond, en Eise Eisinga, die in zijn huiskamer een planetarium bouwde.

Teksten over dieren, het weer of het lichaam zijn ook goed om begrijpend lezen te oefenen. Juist bij zulke zakelijke teksten leert je kind veel nieuwe woorden.

Gratis werkbladen natuur en techniek

Om te printen, in zwart-wit. De antwoorden staan op de laatste pagina.

Natuur en techniek: wat leert je kind in welke groep?

  • Groep 3Dieren en hun jongen, zaadjes laten groeien, de vier seizoenen en de vijf zintuigen. Veel kijken, voelen en proberen.
  • Groep 4Van rups tot vlinder en van kikkervisje tot kikker, je lichaam van buiten, het weer bijhouden, en drijven en zinken.
  • Groep 5Insecten en kleine beestjes, het skelet en de spieren, licht en schaduw, en de eerste magneten.
  • Groep 6Voedselketens, hart, longen en spijsvertering, een stroomkring bouwen, en water dat bevriest, smelt en verdampt.
  • Groep 7Geluid en licht verder uitgediept, krachten, hefboom en katrol, de aarde en de zon, en groei en puberteit.
  • Groep 8Energie en duurzaamheid, het weer en het klimaat, het zonnestelsel, en zelf iets ontwerpen en testen.

Elke methode doet dit net iets anders. De leerkracht weet wat jouw kind nu krijgt.

Veelgemaakte fouten bij natuur en techniek

  • Veel kinderen denken dat zware dingen altijd zinken. Laat het proefje met de klei zien: dezelfde klei zinkt als bolletje en drijft als bootje.
  • Dat het in de zomer warmer is omdat de aarde dan dichter bij de zon staat, klopt niet. De zon staat in de zomer hoger aan de hemel en schijnt langer. Een zaklamp die recht op tafel schijnt, maakt ook een kleinere, fellere vlek dan een zaklamp die schuin schijnt.
  • Walvissen en dolfijnen worden vaak vissen genoemd. Het zijn zoogdieren: ze ademen met longen en de jongen drinken melk.
  • De maan geeft geen eigen licht. Hij weerkaatst het licht van de zon, net zoals een spiegel.

Natuur en techniek thuis: zo ga je samen op onderzoek

  • Houd een week lang een weerdagboek bij: elke dag om dezelfde tijd de temperatuur, de wind en de wolken. Teken er aan het eind een grafiek van.
  • Neem op een wandeling een zakje mee voor bladeren, zaden of veertjes. Zoek thuis samen op wat het is.
  • Laat je kind een kapot apparaat (zonder stekker en batterijen) uit elkaar schroeven. Wat zit erin en waar is het voor?
  • Stel waarom-vragen terug: waarom denk jij dat het zo is? Hoe kunnen we dat testen?

Oefenpakketten voor groep 3

Liever een plan voor een paar weken? De pakketten voor groep 3 hebben uitleg voor jou, werkbladen voor elke dag en alle antwoorden: klokpakket, leren lezen groep 3, rekenpakket groep 3, spellingpakket groep 3.

Vragen over natuur en techniek

Wat leer je bij natuur en techniek op de basisschool?

Hoe planten, dieren en het menselijk lichaam werken, en hoe het zit met weer, licht, geluid, stroom en krachten. Kinderen leren ook onderzoeken: een vraag stellen, een proef doen en opschrijven wat ze zien.

Wat is het verschil met het profiel natuur en techniek?

Op de basisschool is natuur en techniek een vak bij wereldoriëntatie. Het profiel natuur en techniek is een keuze in de bovenbouw van havo en vwo, met vakken als natuurkunde, scheikunde en wiskunde. Dat profiel kies je pas in de derde klas van de middelbare school.

Krijgt mijn kind toetsen voor natuur en techniek?

Dat verschilt per school. Bij sommige methodes hoort aan het eind van een thema een toets, andere scholen beoordelen een werkstuk of een presentatie. Vraag de leerkracht hoe het op de school van je kind gaat.

Hoe help ik mijn kind met natuur en techniek?

Doe samen proefjes en stel vragen terug in plaats van meteen het antwoord te geven. Ga naar buiten, naar een kinderboerderij of een museum. En lees samen informatieve boeken over onderwerpen die je kind leuk vindt.

Komt er iets nieuws voor natuur en techniek?

Er zijn nieuwe kerndoelen gemaakt voor het leergebied mens en natuur. Die gaan naar verwachting op 1 augustus 2027 in, en scholen hebben tot augustus 2031 om hun lessen aan te passen.

Hierna oefenen

Alles van wereldoriëntatie vind je op wereldoriëntatie oefenen. Per groep: groep 3, groep 4, groep 5, groep 6, groep 7 en groep 8.