Breuken oefenen
Breuken oefenen begint met een halve pizza en eindigt in groep 8 met breuken delen. Op deze pagina staat de basis en een overzicht van alle sommen met breuken. Per bewerking is er een eigen pagina met uitleg en oefeningen.
Liever op papier? Gratis werkbladen om te printen
Meestal in groep 5 tot en met 8
Breuken oefenen
Kies een niveau. Een breuk typ je met een schuine streep, zoals 3/4. Bij een fout krijg je een tip. Voor optellen, vermenigvuldigen en delen zijn er aparte pagina's.
Het belangrijkste over breuken
Een breuk is een deel van een geheel. Het getal onder de streep (de noemer) zegt in hoeveel gelijke stukken het geheel is verdeeld. Het getal boven de streep (de teller) zegt hoeveel stukken je hebt.
- Groep 5: een half, een kwart en "welk deel is gekleurd?"
- Groep 6: gelijkwaardige breuken, een breuk van een getal, optellen met dezelfde noemer en 1/2 = 0,5
- Groep 7: vereenvoudigen, gelijknamig maken, optellen en aftrekken met verschillende noemers, een heel getal keer een breuk en breuken als kommagetal
- Groep 8: breuk keer breuk, breuken delen en rekenen met gemengde getallen
Wat is een breuk? Teller en noemer
Op school beginnen kinderen met iets wat ze kennen: een pizza, een reep chocola of een strook papier. Die verdeel je in gelijke stukken. Elk stuk is een deel van het geheel.
Een breuk heeft twee getallen. Het getal onder de streep heet de noemer: in hoeveel gelijke stukken is het geheel verdeeld? Het getal boven de streep heet de teller: hoeveel van die stukken heb je?
Bij 3/4 is de pizza in 4 gelijke stukken verdeeld en heb je er 3. Je zegt: drie vierde, of drie kwart.
Gelijkwaardige breuken
Een halve pizza is net zoveel als twee kwart pizza. Daarom is 1/2 hetzelfde als 2/4 en 4/8. Dat heten gelijkwaardige breuken: ze zien er anders uit, maar het is evenveel.
Je maakt een gelijkwaardige breuk door de teller en de noemer met hetzelfde getal te vermenigvuldigen. 1/2 wordt 3/6 als je allebei keer 3 doet. Dit is de basis voor twee vaardigheden van groep 7: breuken vereenvoudigen (andersom, delen) en breuken gelijknamig maken (twee breuken dezelfde noemer geven).
Breuken berekenen: wat leert je kind in welke groep?
Rekenen met breuken leert je kind in een vaste volgorde. Elke stap bouwt voort op de vorige. Zie je dat je kind ergens vastloopt, ga dan een stap terug. Per som is er een eigen pagina met uitleg, oefeningen en een werkblad.
| Groep | Wat je kind leert | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Groep 5 | Een half, een kwart en een derde, met plaatjes: welk deel is gekleurd? | 1/4 van een pizza |
| Groep 6 | Gelijkwaardige breuken, een breuk van een getal, optellen en aftrekken met dezelfde noemer, en 1/2 = 0,5 | 1/2 = 2/4, 1/4 van 20 = 5, 2/8 + 3/8 = 5/8 |
| Groep 7 | Breuken vereenvoudigen, breuken gelijknamig maken, breuken optellen en aftrekken met verschillende noemers, een heel getal keer een breuk en breuken naar kommagetallen | 6/8 = 3/4, 1/2 + 1/3 = 5/6, 1/4 = 0,25 |
| Groep 8 | Breuken vermenigvuldigen (breuk keer breuk), breuken delen en rekenen met gemengde getallen | 2/3 × 3/4 = 1/2, 3 : 1/4 = 12 |
Kort samengevat: bij optellen en aftrekken moeten de noemers gelijk zijn. Bij vermenigvuldigen doe je teller keer teller en noemer keer noemer. Bij delen vraag je je af hoe vaak het ene getal in het andere past.
Een breuk van een getal
Bij een som als 3/4 van 20 reken je in twee stappen. Eerst deel je door de noemer. Zo weet je hoeveel één stuk is. Daarna doe je keer de teller.
Veel kinderen snappen het beter met een plaatje: 20 knikkers in 4 gelijke groepjes. In elk groepje zitten er 5. Drie groepjes zijn samen 15 knikkers. Deze sommen komen veel voor in redactiesommen, bijvoorbeeld met korting of met minuten.
3/4 van 20
Stap 1: 20 : 4 = 5 (dat is 1/4)
Stap 2: 3 × 5 = 15 (dat is 3/4)
Welke breuk is groter?
Kinderen denken vaak dat 1/8 groter is dan 1/4, omdat 8 groter is dan 4. Maar hoe groter de noemer, hoe kleiner elk stuk. Een pizza in 8 stukken geeft kleinere stukken dan een pizza in 4 stukken.
Bij twee breuken met dezelfde noemer is de breuk met de grootste teller het grootst. Zijn de noemers verschillend, dan maak je ze eerst gelijk. Of je vergelijkt met een half: 3/8 is minder dan een half, 4/6 is meer dan een half. Op de getallenlijn zie je het ook: de grootste breuk ligt het verst naar rechts.
Gratis werkbladen breuken
Om te printen, in zwart-wit. Per groep een blad met de sommen die dan meestal aan bod komen, zoals werkbladen breuken voor groep 7 en groep 8. De antwoorden staan op de laatste pagina.
- Welk deel is gekleurd?groep 5 en 6, pdf met antwoordenGratis printen
- Breuk van een getalgroep 6 en 7, pdf met antwoordenGratis printen
- Breuken groep 7groep 7, pdf met antwoordenGratis printen
- Breuken groep 8groep 8, pdf met antwoordenGratis printen
- Verhaaltjessommen met breukengroep 6 tot en met 8, pdf met antwoordenGratis printen
Waar kinderen bij breuken vaak op vastlopen
- Een grotere noemer lijkt een groter stuk. Pak twee pizza's of twee stroken papier: één in 4 stukken, één in 8 stukken. Welk stuk is groter?
- Stukken die niet even groot zijn, tellen niet als breuk. Een taart in 4 ongelijke stukken is niet in kwarten verdeeld.
- Bij een breuk van een getal doen kinderen het soms andersom, eerst keer en dan delen, of keer de noemer. Zeg: eerst delen door de noemer, dan keer de teller.
- Regels door elkaar halen. Gelijknamig maken hoort bij optellen en aftrekken, niet bij vermenigvuldigen. Laat je kind bij elke som eerst zeggen wat voor som het is.
Tips om thuis met breuken te oefenen
- Verdeel pizza, taart of een reep chocola eerlijk en vraag: welk deel krijgt ieder? En welk deel is er nog over?
- Kook of bak samen en halveer het recept. De helft van 300 gram is 150 gram, een kwart liter is 250 ml.
- Gebruik de klok: een kwartier is 1/4 uur, dat is 15 minuten. Hoeveel minuten is 3/4 uur?
- Knip samen stroken papier en vouw ze in 2, 4 en 8 stukken. Leg ze onder elkaar en vergelijk.

Breukenpakket groep 6, 7 en 8
Breuken als deel, vereenvoudigen, gelijknamig maken, optellen, keer, delen en procenten in zes weken. Elke dag een kort onderdeel, met uitleg voor jou en alle antwoorden.
Wat ouders vragen over breuken
In welke groep krijg je breuken?
In groep 5 maken kinderen kennis met een half en een kwart, meestal met plaatjes. In groep 6 komen gelijkwaardige breuken, een breuk van een getal en optellen met dezelfde noemer erbij. In groep 7 leren ze vereenvoudigen, gelijknamig maken en optellen en aftrekken met verschillende noemers. In groep 8 volgen breuk keer breuk en breuken delen. De volgorde ligt vast, het moment kan per school een paar maanden schuiven.
Hoe leg ik breuken uit aan mijn kind?
Begin met iets echts, zoals een pizza of een reep chocola. Verdeel het in gelijke stukken en benoem: de noemer is het aantal stukken, de teller is hoeveel stukken je hebt. Pas daarna ga je naar sommen op papier.
Hoe bereken je breuken?
Dat hangt af van de som. Bij optellen en aftrekken maak je de noemers eerst gelijk. Bij vermenigvuldigen doe je teller keer teller en noemer keer noemer. Bij delen kijk je hoe vaak het ene in het andere past. Aan het eind schrijf je het antwoord zo eenvoudig mogelijk.
Hoe reken je een breuk van een getal uit?
Eerst deel je het getal door de noemer, dan doe je keer de teller. Bij 2/5 van 30: 30 : 5 = 6, en 2 × 6 = 12.
Zijn er werkbladen breuken voor groep 7?
Ja. Op deze pagina staat een gratis werkblad met de breukensommen van groep 7, met de antwoorden erbij. Per onderwerp, zoals vereenvoudigen of optellen, staan er nog meer werkbladen op de pagina van dat onderwerp.
Verder oefenen
Alles van rekenen vind je op rekenen oefenen. Per groep: groep 5, groep 6, groep 7 en groep 8.




