Metriek stelsel
Het metriek stelsel is het rijtje maten van kilometer tot millimeter, en van liter en gram. Op school rekenen kinderen ze om met een trappetje: elke trede is keer 10 of gedeeld door 10.
Liever op papier? Gratis werkbladen om te printen
Meestal in groep 6 tot en met 8
Metriek stelsel oefenen
Kies een niveau. Typ het getal, met een komma als dat nodig is. Bij een fout krijg je een tip.
Het belangrijkste over het metriek stelsel
Elke maat in het metriek stelsel is 10 keer zo groot als de maat eronder. Op school zetten kinderen de maten op een trappetje: km, hm, dam, m, dm, cm, mm.
- Een stap omlaag (naar een kleinere maat): keer 10
- Een stap omhoog (naar een grotere maat): gedeeld door 10
- Ezelsbruggetje: Koning Hendrik Dronk Elke Dag Chocolade Melk
Het trappetje: km hm dam m dm cm mm
Op school leren kinderen de maten als een trap. Bovenaan staat de grootste maat, onderaan de kleinste. Elke trede is 10 keer zo klein als de trede erboven.
| Maat | Naam | In meters |
|---|---|---|
| km | kilometer | 1000 m |
| hm | hectometer | 100 m |
| dam | decameter | 10 m |
| m | meter | 1 m |
| dm | decimeter | 0,1 m |
| cm | centimeter | 0,01 m |
| mm | millimeter | 0,001 m |
De hm en dam gebruik je in het dagelijks leven bijna nooit. Toch staan ze op het trappetje, want anders tel je de stappen verkeerd. Van km naar m zijn het drie stappen, dus keer 1000.
Zo reken je om
- Omlaag, naar een kleinere maat: keer 10 per stap. 3 m = 30 dm = 300 cm.
- Omhoog, naar een grotere maat: gedeeld door 10 per stap. 500 cm = 50 dm = 5 m.
Het ezelsbruggetje
Veel scholen gebruiken een zin om de volgorde te onthouden. De eerste letters horen bij de voorvoegsels kilo, hecto, deca, de eenheid, deci, centi en milli:
Koning Hendrik Dronk Elke Dag Chocolade Melk.
De E van Elke staat voor de eenheid: meter, liter of gram. Zo werkt het ezelsbruggetje voor alle drie. Sommige scholen gebruiken een andere zin. Vraag het gerust aan de leerkracht, dan gebruik je thuis dezelfde.
Koning = kilo (1000 keer)
Hendrik = hecto (100 keer)
Dronk = deca (10 keer)
Elke = eenheid (meter, liter, gram)
Dag = deci (een tiende)
Chocolade = centi (een honderdste)
Melk = milli (een duizendste)
Liters en grammen
Voor inhoud en gewicht werkt het trappetje precies hetzelfde. Alleen de eenheid verandert.
- Inhoud: liter (l), deciliter (dl), centiliter (cl), milliliter (ml). 1 l = 10 dl = 100 cl = 1000 ml. Een blikje frisdrank is 33 cl.
- Gewicht: kilogram (kg), hectogram (hg), gram (g). 1 kg = 1000 g. Een hectogram heet ook wel een ons: 100 gram.
In groep 8 komt daar het verband met kubieke maten bij: 1 liter is 1 dm³. Daarover lees je meer bij oppervlakte en inhoud.
Omrekenen met kommagetallen
In groep 7 en 8 rekenen kinderen ook om met kommagetallen. Bij 1,25 m naar cm ga je twee stappen omlaag, dus keer 100: de komma schuift twee plaatsen naar rechts. 1,25 m = 125 cm.
Een handig hulpmiddel is een tabel met een vak per maat. Je zet elk cijfer in een vak: bij 1,25 m komt de 1 onder de m, de 2 onder de dm en de 5 onder de cm.
| m | dm | cm | mm |
|---|---|---|---|
| 1 | 2 | 5 | 0 |
Nu lees je het af in de maat die je wilt. Tot en met de cm staat er 125, dus 125 cm. Tot en met de mm staat er 1250, dus 1250 mm. Lege vakken vul je met een 0.
Gratis werkbladen metriek stelsel
Om te printen, in zwart-wit. De antwoorden staan op de laatste pagina.
- Lengte omrekenengroep 6 en 7, pdf met antwoordenGratis printen
- Inhoud omrekenengroep 6 en 7, pdf met antwoordenGratis printen
- Alle matengroep 7 en 8, pdf met antwoordenGratis printen
- Verhaaltjessommengroep 7 en 8, pdf met antwoordenGratis printen
In welke groep komt het metriek stelsel aan bod?
- Groep 6Meter, centimeter, millimeter en kilometer, liter en kilogram. Eenvoudig omrekenen, zoals 3 m = 300 cm, en schatten.
- Groep 7Het hele trappetje met hm en dam, en omrekenen met kommagetallen, zoals 1,25 m = 125 cm.
- Groep 8Alle maten door elkaar, ook in verhaaltjessommen, en het verband tussen liter en dm³.
Zelf meten met een liniaal, weegschaal of maatbeker helpt in elke groep om de maten te voelen.
Veelgemaakte fouten bij het metriek stelsel
- De verkeerde kant op rekenen: 3 m wordt 0,03 cm in plaats van 300 cm. Vraag daarna altijd: kan dat kloppen? Een kleinere maat geeft een groter getal.
- Stappen vergeten. Zonder hm en dam lijkt van km naar m maar één stap. Laat je kind het hele trappetje opschrijven en de stappen tellen.
- Kommagetallen omrekenen: 1,5 m wordt dan 15 cm. Gebruik een tabel met een vak per maat, of zeg: 1 meter is 100 cm, een halve meter is 50 cm, samen 150 cm.
- De namen lijken op elkaar: dm, dam, dl. Het helpt om de voorvoegsels te kennen: deci is een tiende, deca is tien keer.
Tips om thuis met het metriek stelsel te oefenen
- Meet samen dingen op met een rolmaat. Laat je kind eerst schatten: hoe lang is de tafel? Schrijf het op in cm en in m.
- Kook of bak samen met een maatbeker en een weegschaal. Hoeveel dl is 250 ml? Hoeveel gram is een halve kilo?
- Lees in de winkel de etiketten: een blikje van 33 cl, een fles van 1,5 l, een pak van 500 g. Welke is het meest?
- Kijk op een routeplanner of fietskaart hoe ver iets is en reken het om: 2,3 km is 2300 m.
Wat ouders vragen over het metriek stelsel
Wat is het metriek stelsel?
Het metriek stelsel is het systeem van maten met meter, liter en gram als basis. Elke maat is 10 keer zo groot als de maat eronder. Daarom kun je alles omrekenen met keer of gedeeld door 10, 100 of 1000.
Wat is het ezelsbruggetje voor km hm dam m dm cm mm?
Veel scholen gebruiken: Koning Hendrik Dronk Elke Dag Chocolade Melk. De eerste letters staan voor kilo, hecto, deca, eenheid, deci, centi en milli. Sommige scholen gebruiken een andere zin.
Hoe reken je meter om naar centimeter?
Van meter naar centimeter zijn het twee stappen omlaag op het trappetje. Je doet dus keer 100. 2 m is 200 cm, en 1,5 m is 150 cm.
In welke groep leer je het metriek stelsel?
Kinderen leren meter, centimeter en liter al in de middenbouw. Het omrekenen met het trappetje begint meestal in groep 6. In groep 7 en 8 komen kommagetallen en alle maten door elkaar erbij.
Hoeveel gram is een ons?
Een ons is 100 gram. Op het trappetje heet dat een hectogram (hg). Een pond is 500 gram, dat is een halve kilo.
Verder oefenen
Alles van rekenen vind je op rekenen oefenen. Per groep: groep 6, groep 7 en groep 8.



