Pakketten

Spreekwoorden en gezegden

Spreekwoorden en gezegden zijn vaste zinnen die je niet letterlijk bedoelt. Wie met de deur in huis valt, valt niet echt naar binnen. Hieronder staan de bekendste, met wat ze betekenen.

Liever op papier? Gratis werkbladen om te printen

Meestal in groep 6 tot en met 8

Spreekwoorden oefenen

Kies wat je wilt oefenen. Bij een fout krijg je een tip.

Vraag 10 goed

Taalpakket per groep: Voor dit onderwerp: het pakket van groep 6 tot en met 8. Zes weken met een plan, uitleg voor jou en alle antwoorden, € 6,95.Groep 6Groep 7Groep 8

Het belangrijkste over spreekwoorden en gezegden

  • Een spreekwoord is een hele zin met een wijze les. Hij verandert nooit: Oefening baart kunst.
  • Een gezegde gebruik je in je eigen zin. Het werkwoord verandert mee: met de deur in huis vallen wordt hij viel met de deur in huis.
  • Allebei bedoel je figuurlijk: niet zoals het er letterlijk staat.

Wat is het verschil tussen een spreekwoord en een gezegde?

Een spreekwoord is een hele zin. Er zit een wijze les of een waarheid in. Je verandert er niets aan: Wie niet waagt, die niet wint.

Een gezegde is een vaste groep woorden die je in je eigen zin gebruikt. Het werkwoord past zich aan: de knoop doorhakken wordt wij hakten de knoop door. Een gezegde is geen les, maar een beeldende manier om iets te zeggen.

Sommige methodes noemen beide samen uitdrukkingen. Op school leren kinderen vooral wat ze betekenen. Het verschil komt meestal in groep 7 of 8.

Spreekwoord: Oefening baart kunst.

Gezegde: iets onder de knie hebben. Na veel oefenen heeft Sam het onder de knie.

Letterlijk en figuurlijk

Spreekwoorden en gezegden bedoel je figuurlijk. Als iemand met de deur in huis valt, valt er niemand. Hij zegt gewoon meteen waar het om gaat.

Daarom zijn ze lastig voor kinderen. Ze denken eerst aan wat er letterlijk staat. Vraag: als je dit over iemand zegt, wat bedoel je dan? Een plaatje helpt ook. Stel je de kat in de boom voor die rustig afwacht.

Bekende spreekwoorden en hun betekenis

SpreekwoordBetekenis
De appel valt niet ver van de boom.Kinderen lijken vaak op hun ouders.
Wie a zegt, moet ook b zeggen.Als je ergens aan begint, moet je het afmaken.
Haastige spoed is zelden goed.Als je te snel werkt, gaat het vaak mis.
Hoge bomen vangen veel wind.Wie bekend of belangrijk is, krijgt veel kritiek.
Stille wateren hebben diepe gronden.Rustige mensen hebben vaak meer in hun hoofd dan je denkt.
Een vogel in de hand is beter dan tien in de lucht.Iets wat je zeker hebt, is beter dan veel wat je misschien krijgt.
Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel.Een leugen komt uiteindelijk toch uit.
Als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel.Als de baas er niet is, doet iedereen wat hij wil.
Wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten.Wie iets doms doet, moet zelf de gevolgen dragen.
Van uitstel komt afstel.Als je iets steeds uitstelt, gebeurt het vaak helemaal niet.

Bekende gezegden en hun betekenis

GezegdeBetekenis
met de deur in huis vallenmeteen zeggen waar het om gaat
de kat uit de boom kijkeneerst afwachten hoe iets loopt
door de mand vallenbetrapt worden op een leugen
iemand een hart onder de riem stekeniemand moed geven
de spijker op de kop slaanprecies zeggen hoe het zit
twee vliegen in één klap slaantwee dingen tegelijk bereiken
van een mug een olifant makenoverdrijven
de knoop doorhakkeneen beslissing nemen
ergens geen kaas van gegeten hebbenergens niets van weten
de handdoek in de ring gooienopgeven

In de oefening hierboven zitten nog veel meer spreekwoorden en gezegden.

Gratis werkbladen spreekwoorden en gezegden

Om te printen, in zwart-wit. De antwoorden staan op de laatste pagina.

In welke groep komen spreekwoorden en gezegden aan bod?

  • Groep 6Bekende spreekwoorden en gezegden leren en uitleggen wat ze betekenen.
  • Groep 7Meer spreekwoorden, het verschil tussen letterlijk en figuurlijk, en het verschil tussen spreekwoord en gezegde.
  • Groep 8Spreekwoorden en gezegden herkennen in teksten. Ze komen ook voor bij woordenschat en begrijpend lezen op de doorstroomtoets.

Veelgemaakte fouten bij spreekwoorden en gezegden

  • Kinderen kiezen de letterlijke betekenis. Vraag: zou iemand dit echt doen? Een kat in een zak kopen doet niemand.
  • Kinderen kennen het spreekwoord half: de appel valt niet ver van de stam. Zeg de bekende spreekwoorden vaker hardop, dan blijven ze hangen.
  • Het verschil tussen spreekwoord en gezegde is lastig. Laat je kind proberen het in een eigen zin te zetten. Verandert het werkwoord? Dan is het een gezegde.

Tips om thuis met spreekwoorden en gezegden te oefenen

  • Kies elke week één spreekwoord. Gebruik het een paar keer thuis, op een moment dat het past.
  • Teken samen een spreekwoord letterlijk, bijvoorbeeld een kat in de boom. Praat dan over wat het echt betekent.
  • Let op spreekwoorden in boeken, in liedjes of op tv. Wie hoort er deze week de meeste?
  • Een passend spreekwoord is een mooi begin of slot van een spreekbeurt. Onderwerpen en een stappenplan vind je bij spreekbeurt.
Taalpakket per groep: Voor dit onderwerp: het pakket van groep 6 tot en met 8. Zes weken met een plan, uitleg voor jou en alle antwoorden, € 6,95.Groep 6Groep 7Groep 8

Wat ouders vragen over spreekwoorden en gezegden

Wat is het verschil tussen een spreekwoord en een gezegde?

Een spreekwoord is een hele zin met een les, die nooit verandert: Oefening baart kunst. Een gezegde gebruik je in je eigen zin en het werkwoord verandert mee: hij viel met de deur in huis.

In welke groep leer je spreekwoorden?

Meestal in groep 6, 7 en 8. Dan horen spreekwoorden bij woordenschat. In groep 8 komen ze ook voor in teksten bij begrijpend lezen en op de doorstroomtoets.

Wat is een uitdrukking?

Een uitdrukking is een vaste groep woorden met een figuurlijke betekenis. Sommige methodes gebruiken uitdrukking als verzamelnaam voor spreekwoorden en gezegden samen. Het verschilt per methode welke naam je kind leert.

Hoeveel spreekwoorden moet mijn kind kennen?

Daar is geen vast aantal voor. Het gaat erom dat je kind de bekendste begrijpt en snapt dat ze figuurlijk bedoeld zijn. Met de spreekwoorden en gezegden op deze pagina zit je goed.

Verder oefenen

Alles van taal vind je op taal oefenen. Per groep: groep 6, groep 7 en groep 8.