Pakketten

Spelling oefenen per groep

Spelling oefenen gaat het best als je weet welke regel je kind op school krijgt. Per groep staan ze hieronder, met voorbeelden. Gebruik thuis dezelfde namen als op school, dan herkent je kind de regel.

Liever op papier? Gratis werkbladen om te printen

Meestal in groep 3 tot en met 8

Spelling oefenen per groep

Kies de groep van je kind en kies het goede woord. In groep 3 en 4 kun je het woord eerst laten voorlezen. Bij een fout krijg je een tip.

Vraag 10 goed

Spellingpakket per groep: Voor dit onderwerp: het pakket van groep 3 tot en met 8. Zes weken met een plan, uitleg voor jou en alle antwoorden, € 6,95.Groep 3Groep 4Groep 5Groep 6Groep 7Groep 8

Kort uitgelegd: spelling

Op school leren kinderen spelling in categorieën: groepjes woorden met dezelfde regel. Elke groep komen er nieuwe bij.

  • Groep 3: woorden die je schrijft zoals je ze hoort, zoals kat, maan en fiets.
  • Groep 4: ei/ij, au/ou, -⁠ng/-nk, d of t aan het eind en de klankgroepen (bomen, kippen).
  • Groep 5: -⁠ig en -⁠lijk, f/v en s/z, verkleinwoorden en -⁠tie.
  • Groep 6: -⁠isch, ch of g en leenwoorden zoals cadeau.
  • Groep 7 en 8: werkwoorden, tussen-n, trema en koppelteken.

Spelling per groep

Zo werkt spelling op school

Bijna elke school werkt met een spellingmethode, zoals Staal, Taal actief of Taal in beeld. Die methodes verdelen woorden in spellingcategorieën: groepjes woorden die je op dezelfde manier schrijft. Elke categorie heeft een naam en vaak een plaatje of gebaar, zoals het hakwoord of het luchtwoord.

De namen verschillen per methode, maar de regels zijn overal hetzelfde. Ze komen uit het Groene Boekje, de officiële woordenlijst. Vraag de leerkracht gerust welke namen jouw school gebruikt. Dan gebruik je thuis dezelfde woorden.

Spelling in groep 3

Klankzuivere woorden

In groep 3 schrijven kinderen woorden zoals je ze hoort: kat, maan, vis. Voor elke klank schrijf je de letter of letters die erbij horen. Daarna komen woorden met meer medeklinkers achter elkaar, zoals straat en melk.

Klanken van twee letters

Lange klanken schrijf je met twee letters: aa, ee, oo, uu. Ook ie, oe, eu en ui zijn één klank met twee letters. Een veelgemaakte fout is fits in plaats van fiets.

Sch aan het begin

Je hoort sg, maar je schrijft sch: school, schaap, schoen.

Spelling in groep 4

Ei of ij, au of ou

Ei en ij klinken hetzelfde, net als au en ou. Er is geen regel: je kind moet het woord onthouden. Veel methodes zeggen korte ei (trein) en lange ij (tijger).

-⁠ng en -⁠nk

Bij bank hoor je ng en dan k. Je schrijft nk, zonder g.

D of t aan het eind

Aan het eind hoor je altijd een t. Maak het woord langer: honden, dus hond. Brood, want broden.

Open en gesloten lettergreep

Dit heet ook de klankgroepenregel. Klap het woord: bo-men. Eindigt het eerste stukje op een lange klank, dan schrijf je die met één letter. Is het een korte klank, dan komt er een extra medeklinker bij: kip-pen.

En verder

Woorden met cht (lucht), aai, ooi, oei (haai, mooi, koeien) en eeuw, ieuw (leeuw, nieuw).

bo-men: lange oo, één o

bom-men: korte o, twee m's

Spelling in groep 5

-⁠ig en -⁠lijk

Je hoort aardug en vroluk, maar je schrijft aardig en vrolijk.

F of v, s of z

Aan het eind van een woord schrijf je nooit een v of een z. Je schrijft brief, maar brieven. Je schrijft huis, maar huizen.

Verkleinwoorden

Een verkleinwoord eindigt op -⁠je, -⁠tje, -⁠pje of -⁠etje. Na een lange klank met m komt -⁠pje: boompje. Na een korte klank met l, m, n, r of ng komt -⁠etje: balletje, kammetje, ringetje. Na een lange klank met l, n of r komt -⁠tje: treintje. Verder meestal -⁠je: boekje.

-⁠tie

Je hoort tsie, je schrijft -⁠tie: politie, vakantie.

Spelling in groep 6

-⁠isch

Je hoort logies, je schrijft logisch. Ook: praktisch, typisch, elektrisch.

Ch of g

Ch en g klinken bijna hetzelfde. Bij woorden als kachel, tachtig en dochter moet je kind onthouden welke het is. Aan het eind van een woord is het vaak g: berg, vlag, oorlog.

Leenwoorden

Leenwoorden komen uit een andere taal. Je schrijft ze zoals in die taal. Bij Franse woorden klinkt eau als oo (cadeau), ch als sj (chauffeur) en g als zj (garage). Bij Engelse woorden klinkt de y als ie (baby, hobby). En de c klinkt als k (camping) of als s (circus).

Spelling in groep 7 en 8

Werkwoorden

Nu komt de werkwoordspelling: hij wordt, ik fietste, het is gebeurd. Kinderen leren eerst de tegenwoordige tijd, daarna de verleden tijd met 't kofschip en het voltooid deelwoord.

Meervoud met een apostrof

Eindigt een woord op een lange klank zoals a, o, u of i, dan schrijf je 's: auto's, opa's, baby's.

Tussen-n

In een samengesteld woord hoor je soms een e in het midden. Heeft het eerste deel als meervoud alleen -⁠en, dan schrijf je -⁠en-: pannenkoek (pannen), boekenkast (boeken). Er zijn een paar uitzonderingen, zoals zonnebloem.

Trema en koppelteken

Een trema (de twee puntjes) laat zien waar een nieuw stukje begint: ideeën, ruïne. Een koppelteken zet je in een samengesteld woord als twee klinkers botsen en je het woord anders verkeerd zou lezen: zee-egel, auto-ongeluk. Lees je het ook zonder goed, zoals fotoalbum, dan komt er geen koppelteken.

Spelling werkbladen per groep, gratis om te printen

Eén werkblad per groep, in zwart-wit, met de antwoorden op de laatste pagina. Werkbladen per spellingregel staan op de pagina van elke groep.

Spelling: wat leert je kind in welke groep?

  • Groep 3Klankzuivere woorden, lange klanken (aa, ee, oo, uu), ie, oe, eu, ui en sch.
  • Groep 4Ei/ij, au/ou, -⁠ng/-nk, d of t aan het eind, cht, aai/ooi/oei, eeuw/ieuw en open en gesloten lettergrepen.
  • Groep 5-⁠ig en -⁠lijk, f/v en s/z, verkleinwoorden, -⁠tie en de eerste werkwoorden.
  • Groep 6-⁠isch, ch of g, leenwoorden (cadeau, baby), c als k of s, en meer werkwoordspelling.
  • Groep 7Werkwoordspelling in alle tijden, meervoud met 's en de tussen-n.
  • Groep 8Trema, koppelteken, tussen-n, bijvoeglijk gebruikte werkwoorden en herhaling voor de doorstroomtoets.

Welke regel er nu aan de beurt is, zie je meestal in het werkboek of de weekbrief.

Veelgemaakte fouten bij spelling

  • Kinderen kennen de regel wel, maar gebruiken hem niet tijdens het schrijven. Laat je kind na het schrijven elk woord nog een keer nalezen en vraag: welke regel hoort hierbij?
  • Bij ei/ij en au/ou gokken kinderen. Er is geen regel. Die woorden moet je kind gewoon onthouden. Een paar keer per week overschrijven helpt.
  • D of t aan het eind: kinderen schrijven wat ze horen (hont). Leer ze het woord langer te maken: honden. Dan hoor je de d.
  • In groep 7 en 8 gaat het vaak mis bij werkwoorden die klinken als een ander woord, zoals hij wordt en ik word. Hardop de stappen zeggen helpt.

Thuis aan de slag met spelling

  • Oefen kort en vaak: tien minuten, drie keer per week, werkt beter dan een uur op zondag.
  • Vraag aan de leerkracht welke categorie er deze week op school is. Oefen dan juist die woorden.
  • Laat je kind zelf woorden bedenken bij een regel: welke woorden ken jij met -⁠lijk?
  • Gebruik ook de dictees: daar schrijft je kind de woorden zelf op, net als op school.
  • Voor de afwisseling: in een woordzoeker ziet je kind woorden steeds goed geschreven staan. Er zijn woordzoekers voor groep 3, 4 en 5.
  • Liever iets met een spelelement? Probeer de spellingspelletjes en wissel die af met een werkblad.
Spellingpakket per groep: Voor dit onderwerp: het pakket van groep 3 tot en met 8. Zes weken met een plan, uitleg voor jou en alle antwoorden, € 6,95.Groep 3Groep 4Groep 5Groep 6Groep 7Groep 8

Vragen over spelling

Welke spellingregels leert mijn kind in groep 4?

In groep 4 komen ei en ij, au en ou, -⁠ng en -⁠nk, d of t aan het eind, woorden met cht en de klankgroepen (bomen en kippen) aan bod. Welke categorie wanneer komt, verschilt per methode.

Hoe kan ik thuis spelling oefenen met mijn kind?

Kies de groep van je kind en oefen tien woorden per keer. Doe dat een paar keer per week. Laat je kind bij een fout de regel zeggen. Een dictee helpt ook, omdat je kind dan zelf schrijft.

Waar vind ik spelling werkbladen voor de groep van mijn kind?

Hierboven staat voor elke groep een werkblad met woorden uit die groep. Op de pagina per groep, zoals spelling groep 5, staan werkbladen per regel, bijvoorbeeld alleen verkleinwoorden of alleen f of v. Bij alle werkbladen staan de antwoorden op de laatste pagina, zodat je kind zelf kan nakijken.

Wat zijn spellingcategorieën?

Dat zijn groepjes woorden die je volgens dezelfde regel schrijft, zoals woorden op -⁠ig of verkleinwoorden. Spellingmethodes zoals Staal en Taal actief werken met zulke categorieën, vaak met een eigen naam of plaatje.

Mijn kind maakt veel spelfouten. Wanneer moet ik me zorgen maken?

Iedereen maakt spelfouten, ook volwassenen. Zie je dat je kind ook na veel oefenen de regels uit vorige groepen niet toepast, of kost lezen ook veel moeite? Bespreek het dan met de leerkracht. Die kan zien of er meer aan de hand is.

Hierna oefenen

Alles van taal vind je op taal oefenen. Per groep: groep 3, groep 4, groep 5, groep 6, groep 7 en groep 8.