Pakketten

De 10 tijdvakken van geschiedenis

De tijdvakken verdelen de geschiedenis in tien stukken, elk met een eigen naam: van de tijd van jagers en boeren tot de tijd van televisie en computer. Hier zie je ze op een tijdlijn, met de jaartallen en een paar trucjes om ze te onthouden.

Liever op papier? Gratis werkbladen om te printen

Meestal in groep 5 tot en met 8

Tijdvakken oefenen

Begin met de namen en de volgorde. Daarna: welk tijdvak hoort bij een jaartal of bij een gebeurtenis? Bij een fout krijg je een tip.

Vraag 10 goed

Kort uitgelegd: de tijdvakken

  1. Tijd van jagers en boeren: tot 3000 v.Chr.
  2. Tijd van Grieken en Romeinen: 3000 v.Chr. tot 500 n.Chr.
  3. Tijd van monniken en ridders: 500 tot 1000
  4. Tijd van steden en staten: 1000 tot 1500
  5. Tijd van ontdekkers en hervormers: 1500 tot 1600
  6. Tijd van regenten en vorsten: 1600 tot 1700
  7. Tijd van pruiken en revoluties: 1700 tot 1800
  8. Tijd van burgers en stoommachines: 1800 tot 1900
  9. Tijd van wereldoorlogen: 1900 tot 1950
  10. Tijd van televisie en computer: 1950 tot nu

De tijdvakken met jaartallen op een tijdlijn

Elk tijdvak heeft een naam van twee dingen die typisch zijn voor die tijd. Bij de tijd van monniken en ridders denk je aan kloosters en zwaarden, bij de tijd van burgers en stoommachines aan fabrieken en de eerste treinen. Zo vertelt de naam al een beetje wat er gebeurde.

Nr.TijdvakJaartallenPeriode
1Tijd van jagers en boerentot 3000 voor Christusprehistorie
2Tijd van Grieken en Romeinen3000 voor Christus tot 500 na Christusoudheid
3Tijd van monniken en ridders500 tot 1000vroege middeleeuwen
4Tijd van steden en staten1000 tot 1500hoge en late middeleeuwen
5Tijd van ontdekkers en hervormers1500 tot 1600renaissance en reformatie
6Tijd van regenten en vorsten1600 tot 1700Gouden Eeuw
7Tijd van pruiken en revoluties1700 tot 1800Verlichting
8Tijd van burgers en stoommachines1800 tot 1900industriële revolutie
9Tijd van wereldoorlogen1900 tot 1950eerste helft twintigste eeuw
10Tijd van televisie en computer1950 tot nuna 1950

De periode in de laatste kolom kom je later op de middelbare school weer tegen. Daar werken ze vaker met die grotere stukken: prehistorie, oudheid, middeleeuwen, vroegmoderne tijd en moderne tijd.

1jagers en boerentot 3000 v.Chr.2Grieken en Romeinen3000 v.Chr. tot 500 n.Chr.3monniken en ridders500 tot 10004steden en staten1000 tot 15005ontdekkers en hervormers1500 tot 16006regenten en vorsten1600 tot 17007pruiken en revoluties1700 tot 18008burgers en stoommachines1800 tot 19009wereldoorlogen1900 tot 195010televisie en computer1950 tot nu
De tijdlijnDe vakjes zijn even groot, maar de tijdvakken niet. Tijdvak 1 duurt vele duizenden jaren, tijdvak 9 maar vijftig jaar.

Zo onthoud je de tien tijdvakken

Tien namen met jaartallen is veel. Met deze stappen gaat het in een paar dagen:

  1. Eerst de vaste grenzen. Onthoud 3000 voor Christus, 500, 1000 en 1500. Dat zijn de grenzen van de eerste vier tijdvakken.
  2. Daarna het trucje van de eeuwen. Vanaf 1500 duurt elk tijdvak precies honderd jaar: 1500, 1600, 1700, 1800, 1900. Alleen de laatste twee zijn anders: 1900 tot 1950, en 1950 tot nu.
  3. Leer de namen in paren. Zeg ze hardop als rijtje: jagers en boeren, Grieken en Romeinen, monniken en ridders, steden en staten. Na een paar keer gaat het als een versje.
  4. Koppel een plaatje aan elk tijdvak. Een hunebed, een Romeins fort, een klooster, een stadsmuur, een zeilschip, De Nachtwacht, een pruik, een stoomtrein, een tank en een laptop.
  5. Zet er een venster bij. De canon van Nederland geeft bij elk tijdvak een paar verhalen. Een verhaal onthoud je makkelijker dan een jaartal.

Voor Christus, na Christus en eeuwen

Jaartallen tellen we vanaf het jaar 1. Alles daarvoor heet voor Christus (v.Chr.), en daar tel je terug. Het jaar 3000 voor Christus is dus langer geleden dan 500 voor Christus. Op een getallenlijn zie je dat goed: voor Christus staat links, na Christus rechts.

Een eeuw is honderd jaar. Bij het jaar 1648 hoort de 17e eeuw, en niet de 16e. Het trucje: neem de eerste twee cijfers en tel er 1 bij op. 16 + 1 = 17. In oude boeken en op gebouwen staat een eeuw of jaartal soms in Romeinse cijfers, zoals XVII voor 17.

1648: 16 + 1 = de 17e eeuw
1839: 18 + 1 = de 19e eeuw
2024: 20 + 1 = de 21e eeuw
De Gouden Eeuw is de 17e eeuw: de jaren 1600.

Hoe zag het leven eruit in elk tijdvak?

  • 1. Jagers en boeren: mensen trekken rond en jagen. Later worden ze boer en gaan ze op één plek wonen. Ze maken gereedschap van steen.
  • 2. Grieken en Romeinen: in Griekenland en Rome komen grote steden met tempels en theaters. De Romeinen veroveren een groot rijk, tot aan de Rijn.
  • 3. Monniken en ridders: er zijn bijna geen steden. De meeste mensen zijn boer en werken voor een heer. Monniken brengen het christendom.
  • 4. Steden en staten: steden groeien, met markten, stadsmuren en gilden. Ridders gaan op kruistocht.
  • 5. Ontdekkers en hervormers: schepen varen naar verre landen. De protestanten ontstaan en de Opstand tegen Spanje begint.
  • 6. Regenten en vorsten: de Republiek wordt rijk door handel. Dit is de Gouden Eeuw.
  • 7. Pruiken en revoluties: geleerden zeggen dat je zelf moet nadenken. In Frankrijk komt een revolutie.
  • 8. Burgers en stoommachines: fabrieken, treinen en grote steden. Er komen wetten tegen kinderarbeid.
  • 9. Wereldoorlogen: twee wereldoorlogen en een tijd met veel werkloosheid. Vrouwen krijgen kiesrecht.
  • 10. Televisie en computer: bijna iedereen krijgt tv, auto en later internet. Landen in Europa gaan samenwerken.

Wil je bij een tijdvak echte verhalen vertellen, kijk dan bij de vensters van de canon. Een tijdvak is ook een mooi onderwerp voor een spreekbeurt, bijvoorbeeld de tijd van Grieken en Romeinen.

Tien tijdvakken of zes?

De tien tijdvakken zijn in 2001 bedacht door de commissie De Rooy, als kapstok voor het geschiedenisonderwijs. Ze staan in de kerndoelen voor de basisschool, en veel geschiedenismethodes zijn erop gebouwd.

Voor de nieuwe kerndoelen werkte SLO een indeling in zes tijdvakken uit voor de basisschool: de tijd van jagers en boeren, van oude rijken, van standen en steden, van pakhuizen en plantages, van burgers en stoommachines, en van wereldoorlogen en mensenrechten. De nieuwe kerndoelen voor mens en maatschappij gelden naar verwachting vanaf 1 augustus 2027, en scholen hebben tot augustus 2031 om hun lessen aan te passen. Leert je kind andere namen dan hierboven? Vraag dan aan de leerkracht welke indeling de school gebruikt.

Gratis werkbladen tijdvakken

Om te printen, in zwart-wit. De antwoorden staan op de laatste pagina.

  • Tijdlijn invullengroep 5 tot en met 8, pdf met antwoordenGratis printen
  • Welk tijdvak hoort bij het jaargroep 6 tot en met 8, pdf met antwoordenGratis printen
  • Eeuwengroep 6 tot en met 8, pdf met antwoordenGratis printen

Tijdvakken: wat leert je kind in welke groep?

  • Groep 5Op veel scholen begint geschiedenis hier: wat is vroeger, wat is een tijdlijn, en de eerste tijdvakken met jagers en boeren en de Romeinen.
  • Groep 6De middeleeuwen en de tijd van ontdekkers en hervormers. Jaartallen voor en na Christus.
  • Groep 7De tijdvakken 6, 7 en 8: de Gouden Eeuw, de Verlichting en de tijd van stoommachines. Rekenen met eeuwen.
  • Groep 8De twintigste eeuw en alle tien tijdvakken op volgorde, vaak met een afsluitende toets van de geschiedenismethode.

Elke methode doet dit net iets anders. De leerkracht weet wat jouw kind nu krijgt.

Veelgemaakte fouten bij de tijdvakken

  • De tijdvakken zijn niet even lang. Kinderen denken vaak dat ze dat wel zijn, omdat ze op een tijdlijn even groot getekend worden. Laat zien dat tijdvak 1 duizenden jaren duurt en tijdvak 9 maar vijftig.
  • Eeuwen tellen: 1648 hoort bij de 17e eeuw. Kinderen zeggen vaak 16e eeuw. Oefen het trucje met de eerste twee cijfers plus 1.
  • Een jaartal precies op een grens, zoals 1500, is lastig: hoort het bij het ene of het andere tijdvak? Kijk dan naar wat er gebeurde: hoort het bij het oude of bij het nieuwe tijdvak?
  • Willem van Oranje (tijdvak 5) en koning Willem I (tijdvak 8) worden vaak verwisseld. Zet ze samen op de tijdlijn, dan zie je ruim tweehonderd jaar verschil.

Thuis aan de slag met de tijdvakken

  • Hang een tijdlijn op in de gang of op de slaapkamer. Plak er een plaatje bij als je kind iets nieuws leert.
  • Bij een film, een boek of een uitje: vraag in welk tijdvak het speelt. Een kasteel, een molen of een oude kerk kun je ook bij een tijdvak zetten.
  • Maak een eigen tijdlijn van de familie: wanneer werden opa en oma geboren, en in welk tijdvak was dat?

Oefenpakketten voor groep 5

Liever een plan voor een paar weken? De pakketten voor groep 5 hebben uitleg voor jou, werkbladen voor elke dag en alle antwoorden: tafelpakket groep 5, leespakket groep 5, klokpakket, rekenpakket groep 5, spellingpakket groep 5, topografiepakket.

Vragen over de tijdvakken

Wat zijn de 10 tijdvakken?

Jagers en boeren, Grieken en Romeinen, monniken en ridders, steden en staten, ontdekkers en hervormers, regenten en vorsten, pruiken en revoluties, burgers en stoommachines, wereldoorlogen, en televisie en computer. Voor elke naam staat "tijd van".

Hoeveel tijdvakken zijn er?

Op de basisschool leren kinderen er tien. Op de middelbare school wordt daarnaast gewerkt met grotere periodes, zoals de oudheid en de middeleeuwen. Voor de nieuwe kerndoelen is een indeling in zes tijdvakken uitgewerkt, die scholen in de komende jaren kunnen gaan gebruiken.

Wie heeft de tijdvakken bedacht?

De commissie De Rooy, in 2001. Die commissie gaf advies over het geschiedenisonderwijs en bedacht de tien tijdvakken als vaste kapstok voor alle scholen. Sinds 2010 dienen de vensters van de canon van Nederland als voorbeelden bij de tijdvakken.

Wanneer leert mijn kind de tijdvakken?

Meestal vanaf groep 5 of 6, bij geschiedenis. In groep 7 en 8 komen ze steeds terug. Het verschilt per school en per methode wanneer welk tijdvak aan bod komt.

Hoe leer je de tijdvakken snel uit je hoofd?

Leer eerst de grenzen: 3000 voor Christus, 500, 1000 en 1500. Vanaf 1500 is elk tijdvak honderd jaar, tot 1900. Leer de namen als rijtje in paren en koppel aan elk tijdvak een plaatje of een verhaal.

Hierna oefenen

Alles van wereldoriëntatie vind je op wereldoriëntatie oefenen. Per groep: groep 5, groep 6, groep 7 en groep 8.