Hoe leer je de tafels snel?
Kort en vaak: elke dag vijf tot tien minuten. Begin bij de makkelijke tafels (1, 2, 5 en 10) en reken de lastige uit vanuit sommen die je kind al weet. Door het omdraaien hoeft je kind veel minder te leren dan het lijkt: 3 × 7 is evenveel als 7 × 3.
In welke groep leer je de tafels?
In groep 4 meestal de tafels van 1, 2, 3, 4, 5 en 10. In groep 5 de tafels van 6, 7, 8 en 9. In groep 6 moeten ze vlot gaan, ook door elkaar.
Welke tafel is het moeilijkst?
Voor de meeste kinderen de tafel van 7, en vooral 7 × 8 = 56. Ook 6 × 7, 6 × 8 en 8 × 8 gaan vaak mis.
Moet je de tafels uit je hoofd kennen?
Ja, aan het eind van groep 5 of in groep 6 moeten de sommen binnen een paar tellen lukken. Dat is nodig voor deelsommen, breuken en later delen met grote getallen.
Wat als oefenen steeds ruzie wordt?
Maak de oefentijd korter en stop als het nog goed gaat. Kies een spelletje of de online oefening in plaats van een werkblad, en begin bij een tafel die al bijna lukt.