Pakketten

Zelfstandig naamwoord oefenen

Een zelfstandig naamwoord is een woord voor een mens, dier of ding, zoals hond, fiets of juf. Het bekendste trucje: kun je er de, het of een voor zetten?

Liever op papier? Gratis werkbladen om te printen

Meestal in groep 4 tot en met 8

Zoek het zelfstandig naamwoord

Klik op het zelfstandig naamwoord. Bij een fout krijg je een tip.

Vraag 10 goed

Taalpakket per groep: Voor dit onderwerp: het pakket van groep 6 tot en met 8. Zes weken met een plan, uitleg voor jou en alle antwoorden, € 6,95.Groep 6Groep 7Groep 8

Het belangrijkste over het zelfstandig naamwoord

Een zelfstandig naamwoord is de naam van een mens, dier, ding of plaats. Ook gevoelens en ideeën horen erbij, zoals plezier en angst.

  • Je kunt er de, het of een voor zetten: de fiets, het huis.
  • Je kunt er bijna altijd meer van maken: één fiets, twee fietsen.
  • Ook namen zijn zelfstandige naamwoorden: Sara, Utrecht, Spanje.

Wat is een zelfstandig naamwoord?

Een zelfstandig naamwoord is een woord voor een mens, dier, ding of plaats. Denk aan juf, kat, stoel en bos.

Ook woorden voor dingen die je niet kunt zien of aanraken zijn zelfstandige naamwoorden. Bijvoorbeeld plezier, angst, honger, vakantie en idee. Daar struikelen kinderen vaak over, want je kunt ze niet aanwijzen.

Mensen: de juf, een baby, het meisje
Dieren: de hond, een vlinder, het paard
Dingen: de fiets, een appel, het boek
Gevoelens en ideeën: het plezier, de angst, een idee

Trucje 1: de, het of een ervoor

Het trucje dat bijna elke school gebruikt: kun je er de, het of een voor zetten? Dan is het een zelfstandig naamwoord. De fiets, het huis, een appel. Bij een werkwoord of een bijvoeglijk naamwoord klinkt dat raar: de rent of een blij zeg je niet.

De woordjes de, het en een heten lidwoorden. Ze staan vaak vlak voor het zelfstandig naamwoord, maar niet altijd. In de rode fiets staat er nog een woord tussen.

de fiets ✓   het huis ✓   een appel ✓
de rent ✗   een blij ✗

Trucje 2: kun je er meer van maken?

Bijna elk zelfstandig naamwoord heeft een meervoud. Eén fiets, twee fietsen. Eén boek, drie boeken. Eén kindje, veel kindjes. Twijfelt je kind, laat het dan tellen: kun je er twee van hebben?

Er zijn uitzonderingen. Van melk, water en geduld maak je niet zo makkelijk een meervoud. Dan helpt trucje 1 wel: de melk, het water, het geduld.

één hond, twee honden
één tafel, twee tafels
één ei, twee eieren

Namen zijn ook zelfstandige naamwoorden

Namen van mensen, dieren, steden, landen en rivieren zijn ook zelfstandige naamwoorden. Je schrijft ze met een hoofdletter: Sara, Utrecht, Spanje, de Maas. Op school heten ze soms eigennamen.

Bij een naam werkt het trucje met de, het of een vaak niet. Je zegt niet de Sara. Leer je kind daarom: een naam is altijd een zelfstandig naamwoord.

Kijk naar de zin

Sommige woorden kunnen twee dingen zijn. In mijn fiets is nieuw is fiets een zelfstandig naamwoord. In ik fiets naar school is fiets een werkwoord. Laat je kind daarom altijd naar de hele zin kijken, en niet alleen naar het woord.

Mijn fiets is nieuw. → zelfstandig naamwoord (de fiets)
Ik fiets naar school. → werkwoord (ik fiets, ik fietste)

Gratis werkbladen zelfstandig naamwoord

Om te printen, in zwart-wit. De antwoorden staan op de laatste pagina.

In welke groep komt het zelfstandig naamwoord aan bod?

  • Groep 4Kinderen leren dat een zelfstandig naamwoord een mens, dier of ding is. Ze gebruiken de, het of een als trucje.
  • Groep 5Het meervoud als tweede trucje, en woorden voor dingen die je niet kunt aanraken, zoals plezier.
  • Groep 6Namen als zelfstandig naamwoord. Zelfstandige naamwoorden vinden in langere zinnen.
  • Groep 7 en 8Herhalen, en het verschil zien tussen hetzelfde woord als zelfstandig naamwoord of als werkwoord.

Veelgemaakte fouten bij het zelfstandig naamwoord

  • Kinderen denken dat je een zelfstandig naamwoord moet kunnen aanraken. Plezier, angst en vakantie vergeten ze dan. Laat ze het trucje met de, het of een proberen: het plezier, de angst.
  • Een woord als fiets of werk kan ook een werkwoord zijn. Kijk samen naar de zin: staat er de of een voor, of kun je de tijd veranderen?
  • Bij een meervoud zonder lidwoord zoeken kinderen naar de of het. In ik eet koekjes staat er niets voor. Laat ze het enkelvoud zeggen: het koekje.
  • Namen vergeten kinderen vaak, omdat de of het er niet voor past. Zeg erbij: namen zijn altijd zelfstandige naamwoorden.

Tips om thuis met het zelfstandig naamwoord te oefenen

  • Speel "ik zie, ik zie wat jij niet ziet" met zelfstandige naamwoorden: ik zie een ding dat begint met een k.
  • Laat je kind bij het boodschappen doen vijf zelfstandige naamwoorden noemen die het ziet, met de of het ervoor.
  • Kies een zin uit een leesboek en laat je kind alle zelfstandige naamwoorden aanwijzen.
  • Maak er een spelletje van: jij zegt een woord, je kind zegt "de", "het" of "past niet".
Taalpakket per groep: Voor dit onderwerp: het pakket van groep 6 tot en met 8. Zes weken met een plan, uitleg voor jou en alle antwoorden, € 6,95.Groep 6Groep 7Groep 8

Wat ouders vragen over het zelfstandig naamwoord

Wat is een zelfstandig naamwoord?

Een zelfstandig naamwoord is een woord voor een mens, dier, ding of plaats, zoals juf, hond, fiets of Utrecht. Ook woorden voor gevoelens en ideeën horen erbij, zoals plezier en angst. Je kunt er meestal de, het of een voor zetten.

Hoe herken je een zelfstandig naamwoord?

Op school leren kinderen twee trucjes. Kun je er de, het of een voor zetten? En kun je er meer van maken, zoals één fiets en twee fietsen? Lukt een van de twee, dan is het meestal een zelfstandig naamwoord.

Is een naam een zelfstandig naamwoord?

Ja. Namen van mensen, dieren, plaatsen, landen en rivieren zijn zelfstandige naamwoorden. Je schrijft ze met een hoofdletter. Het trucje met de of het werkt er vaak niet bij, daarom vergeten kinderen ze snel.

Wat is het verschil tussen een zelfstandig naamwoord en een lidwoord?

Het lidwoord is het woordje de, het of een. Het zelfstandig naamwoord is het woord waar het lidwoord bij hoort. In de hond is de het lidwoord en hond het zelfstandig naamwoord.

In welke groep leren kinderen het zelfstandig naamwoord?

Meestal in groep 4 of 5. Daarna komt het elk jaar terug, met moeilijkere woorden en langere zinnen. Vaak is het samen met het lidwoord de eerste woordsoort die kinderen leren.

Verder oefenen

Alles van taal vind je op taal oefenen. Per groep: groep 4, groep 5, groep 6, groep 7 en groep 8.