Getallenlijn
De getallenlijn is een rechte lijn waarop de getallen op volgorde staan, van klein naar groot. Je kind gebruikt hem van groep 3 tot en met groep 6: eerst tot 20, dan tot 100 en 1000, en later met kommagetallen.
Liever op papier? Gratis werkbladen om te printen
Meestal in groep 3 tot en met 6
Getallenlijn oefenen
Kijk naar de gele pijl. Welk getal hoort daar? Let goed op hoeveel elk streepje is.
Kort uitgelegd: de getallenlijn
- Aflezen: welk getal hoort bij dit streepje? Kijk eerst hoeveel elk streepje waard is.
- Plaatsen: waar ligt 67? Tussen 60 en 70, iets meer naar 70.
- Springen: op een lege getallenlijn maak je sprongen om een som uit te rekenen, zoals 47 + 3 + 5 = 55.
Wat is een getallenlijn?
Een getallenlijn lijkt op een liniaal of een meetlint. Links staan de kleine getallen, rechts de grote. De streepjes staan op gelijke afstand van elkaar. Niet bij elk streepje staat een getal: dat moet je kind zelf bedenken.
Op school gebruiken kinderen de getallenlijn voor twee dingen. Ze leren hoe de getallen in elkaar zitten (welk getal ligt dichter bij 100, 67 of 76?). En ze gebruiken hem als hulpmiddel bij plus- en minsommen.
Getallenlijn tot 20 in groep 3
In groep 3 zien kinderen de getallenlijn vaak eerst als kralenketting: tien rode kralen en tien witte. Daarna komt de lijn met streepjes. De 5 en de 10 zijn de ankerpunten: vanaf daar tel je verder of terug.
Bij een som als 8 + 5 springt je kind eerst naar 10 (dat is 2) en dan nog 3 verder. Zo leert het de stap over het tiental. Dat sluit aan bij splitsen: 5 is 2 en 3.
Getallenlijn tot 100 en de lege getallenlijn
In groep 4 gaat de getallenlijn tot 100. Kinderen leren waar getallen ongeveer liggen: 48 ligt vlak voor 50, 71 net na 70. Dat helpt later ook bij afronden.
Daarnaast komt de lege getallenlijn. Daar staan geen streepjes op. Je kind zet zelf het begingetal neer en maakt sprongen. Bij 47 + 8 springt het eerst naar het tiental (+3 naar 50) en dan de rest (+5 naar 55). Bij 63 − 28 kan het eerst 20 terug springen naar 43, dan 3 naar 40 en dan nog 5 naar 35.
De sprongen hoeven niet precies op schaal te zijn. Het gaat om de tussenstappen. Meer van deze sommen oefen je bij plus en min tot 100.
Getallenlijn tot 1000: hoeveel is één streepje?
In groep 5 staan er lang niet meer bij elk streepje getallen. De belangrijkste vraag is dan: hoeveel is elk streepje waard? Dat reken je zo uit:
- Kijk naar twee getallen die er wel staan, bijvoorbeeld 300 en 400.
- Tel de stapjes daartussen, bijvoorbeeld 10.
- Deel het verschil door het aantal stapjes: 100 : 10 = 10. Elk streepje is 10.
| Getallen op de lijn | Aantal stapjes | Elk streepje is |
|---|---|---|
| 0 en 100 | 10 | 10 |
| 0 en 100 | 20 | 5 |
| 0 en 1000 | 10 | 100 |
| 300 en 400 | 10 | 10 |
| 0 en 1 | 10 | 0,1 |
Veel kinderen tellen gewoon één per streepje. Dan wordt 300 + 3 streepjes 303 in plaats van 330. Laat je kind daarom altijd eerst de waarde van een streepje opschrijven.
Kommagetallen en breuken op de getallenlijn
Vanaf groep 6 zoomen kinderen in tussen twee hele getallen. Tussen 0 en 1 liggen tien stapjes van 0,1. Halverwege ligt 0,5, en dat is ook 1/2. Zo zie je dat kommagetallen en breuken gewoon getallen zijn met een eigen plek.
Breuken op de getallenlijn helpen ook bij vergelijken. Zet 3/4 en 2/3 allebei op een lijn van 0 tot 1, dan zie je welke het verst naar rechts ligt. En een thermometer is eigenlijk een rechtopstaande getallenlijn, met getallen onder nul.
Gratis werkbladen getallenlijn
Om te printen, in zwart-wit. De antwoorden staan op de laatste pagina.
- Getallenlijn tot 20groep 3, pdf met antwoordenGratis printen
- Getallenlijn tot 100groep 4, pdf met antwoordenGratis printen
- Getallenlijn tot 1000groep 5, pdf met antwoordenGratis printen
- Kommagetallen op de getallenlijngroep 6, pdf met antwoordenGratis printen
De getallenlijn: wat leert je kind in welke groep?
- Groep 3Getallenlijn en kralenketting tot 20: getallen aflezen en springen over de 10.
- Groep 4Getallenlijn tot 100 en de lege getallenlijn bij plus- en minsommen.
- Groep 5Getallenlijn tot 1000, met streepjes van 10, 50 of 100.
- Groep 6Kommagetallen en breuken op de getallenlijn, en soms getallen onder nul.
Hier gaat het vaak mis bij de getallenlijn
- Elk streepje als 1 tellen, ook als het 10 of 100 is. Laat je kind eerst uitrekenen hoeveel een streepje waard is.
- Op de lege getallenlijn zonder tussenstap springen, bijvoorbeeld 47 + 8 in één keer. Dan is de getallenlijn geen hulp meer. Vraag: waar ligt het volgende tiental?
- De sprongen te groot of te klein tekenen en dan schrikken. Op een lege getallenlijn hoeft het niet op schaal. Het gaat om de getallen bij de sprongen.
- Kinderen die de getallenlijn niet prettig vinden. Sommige kinderen rekenen liever met splitsen. Vraag de leerkracht welke manier de school verwacht.
Thuis aan de slag met de getallenlijn
- Maak een getallenlijn met een waslijn en wasknijpers met getallen. Laat je kind de knijpers op de goede plek hangen.
- Gebruik een meetlint of een liniaal. Waar staat 37 centimeter? En 73?
- Teken op de stoep met krijt een lange lijn van 0 tot 20 en spring de sommen. Hoeveel sprongen van 8 naar 13?
- Kijk samen naar de thermometer. Hoeveel graden is het? En hoeveel graden is het als het 5 graden kouder wordt?
Vragen over de getallenlijn
Wat is een lege getallenlijn?
Een lege getallenlijn is een lijn zonder streepjes en getallen. Je kind zet zelf het begingetal neer en tekent sprongen om een som uit te rekenen. Bij 36 + 7 bijvoorbeeld eerst +4 naar 40 en dan +3 naar 43.
In welke groep leer je de getallenlijn?
De getallenlijn tot 20 komt in groep 3, tot 100 in groep 4 en tot 1000 in groep 5. In groep 6 komen kommagetallen en breuken erbij.
Hoe weet je welk getal bij een streepje hoort?
Kijk naar twee getallen die er wel bij staan, tel de stapjes ertussen en deel het verschil door het aantal stapjes. Tussen 0 en 100 met 20 stapjes is elk streepje 5.
Waar kan ik een getallenlijn tot 100 printen?
Op deze pagina staan gratis werkbladen met getallenlijnen tot 20, tot 100 en tot 1000. De antwoorden staan op de laatste bladzijde. Een lege getallenlijn kun je ook zelf tekenen met een liniaal.
Hierna oefenen
Alles van rekenen vind je op rekenen oefenen. Per groep: groep 3, groep 4, groep 5 en groep 6.



