Romeinse cijfers
Romeinse cijfers zijn de tekens I, V, X, L, C, D en M. Met die zeven letters schreven de Romeinen elk getal. Op deze pagina vind je een tabel, de vier regels en oefeningen om Romeinse cijfers om te zetten naar gewone getallen en terug.
Liever op papier? Gratis werkbladen om te printen
Meestal in groep 5 tot en met 8
Romeinse cijfers omzetten en oefenen
Kies een niveau. Bij lezen typ je een gewoon getal. Bij schrijven typ je de letters, hoofdletters mag maar hoeft niet. Bij een fout krijg je een tip.
Romeinse cijfers omzetten
Typ een getal (1 tot en met 3999) of Romeinse cijfers. Het antwoord verschijnt meteen.
Het belangrijkste over Romeinse cijfers
Er zijn zeven Romeinse cijfers: I = 1, V = 5, X = 10, L = 50, C = 100, D = 500 en M = 1000.
- Van groot naar klein tel je op: VI = 5 + 1 = 6.
- Staat een kleiner teken vóór een groter, dan haal je het eraf: IV = 5 − 1 = 4.
- Hoogstens drie dezelfde tekens achter elkaar: 3 = III, 4 = IV.
De vier regels van Romeinse cijfers
- Van groot naar klein: optellen. XVI = 10 + 5 + 1 = 16. MDC = 1000 + 500 + 100 = 1600.
- Klein vóór groot: aftrekken. IX = 10 − 1 = 9. XC = 100 − 10 = 90.
- Hoogstens drie dezelfde tekens achter elkaar. 3 = III, maar 4 is niet IIII. Je schrijft IV.
- V, L en D komen nooit twee keer achter elkaar en staan nooit vóór een groter teken. 10 is X, niet VV.
Bij regel 2 mogen alleen deze zes paren: IV (4), IX (9), XL (40), XC (90), CD (400) en CM (900). Daarom is 99 niet IC, maar XCIX: 90 + 9.
Romeinse cijfers tabel
In deze tabel staan de getallen die je het meest tegenkomt. Met de tientallen en honderdtallen kun je ook grotere getallen opbouwen.
| 1 tot en met 10 | 11 tot en met 20 | Tientallen | Honderdtallen |
|---|---|---|---|
| 1 = I | 11 = XI | 10 = X | 100 = C |
| 2 = II | 12 = XII | 20 = XX | 200 = CC |
| 3 = III | 13 = XIII | 30 = XXX | 300 = CCC |
| 4 = IV | 14 = XIV | 40 = XL | 400 = CD |
| 5 = V | 15 = XV | 50 = L | 500 = D |
| 6 = VI | 16 = XVI | 60 = LX | 600 = DC |
| 7 = VII | 17 = XVII | 70 = LXX | 700 = DCC |
| 8 = VIII | 18 = XVIII | 80 = LXXX | 800 = DCCC |
| 9 = IX | 19 = XIX | 90 = XC | 900 = CM |
| 10 = X | 20 = XX | 100 = C | 1000 = M |
Duizend is M, 2000 is MM en 3000 is MMM. Hoger ga je met deze tekens niet: het grootste getal is 3999, MMMCMXCIX. De Romeinen kenden ook geen teken voor 0.
Tabel Romeinse cijfers 1 tot en met 100
Zoek je een getal tot 100 op? In deze tabel staan ze allemaal. Kijk eens naar 4, 9, 40, 49 en 90: daar staat een klein teken vóór een groter teken.
| 1 tot 20 | 21 tot 40 | 41 tot 60 | 61 tot 80 | 81 tot 100 |
|---|---|---|---|---|
| 1 = I | 21 = XXI | 41 = XLI | 61 = LXI | 81 = LXXXI |
| 2 = II | 22 = XXII | 42 = XLII | 62 = LXII | 82 = LXXXII |
| 3 = III | 23 = XXIII | 43 = XLIII | 63 = LXIII | 83 = LXXXIII |
| 4 = IV | 24 = XXIV | 44 = XLIV | 64 = LXIV | 84 = LXXXIV |
| 5 = V | 25 = XXV | 45 = XLV | 65 = LXV | 85 = LXXXV |
| 6 = VI | 26 = XXVI | 46 = XLVI | 66 = LXVI | 86 = LXXXVI |
| 7 = VII | 27 = XXVII | 47 = XLVII | 67 = LXVII | 87 = LXXXVII |
| 8 = VIII | 28 = XXVIII | 48 = XLVIII | 68 = LXVIII | 88 = LXXXVIII |
| 9 = IX | 29 = XXIX | 49 = XLIX | 69 = LXIX | 89 = LXXXIX |
| 10 = X | 30 = XXX | 50 = L | 70 = LXX | 90 = XC |
| 11 = XI | 31 = XXXI | 51 = LI | 71 = LXXI | 91 = XCI |
| 12 = XII | 32 = XXXII | 52 = LII | 72 = LXXII | 92 = XCII |
| 13 = XIII | 33 = XXXIII | 53 = LIII | 73 = LXXIII | 93 = XCIII |
| 14 = XIV | 34 = XXXIV | 54 = LIV | 74 = LXXIV | 94 = XCIV |
| 15 = XV | 35 = XXXV | 55 = LV | 75 = LXXV | 95 = XCV |
| 16 = XVI | 36 = XXXVI | 56 = LVI | 76 = LXXVI | 96 = XCVI |
| 17 = XVII | 37 = XXXVII | 57 = LVII | 77 = LXXVII | 97 = XCVII |
| 18 = XVIII | 38 = XXXVIII | 58 = LVIII | 78 = LXXVIII | 98 = XCVIII |
| 19 = XIX | 39 = XXXIX | 59 = LIX | 79 = LXXIX | 99 = XCIX |
| 20 = XX | 40 = XL | 60 = LX | 80 = LXXX | 100 = C |
Jaartallen in Romeinse cijfers: 1990 tot en met 2030
Een geboortejaar of het jaar van nu in Romeinse cijfers? Dat vragen kinderen vaak. Alle jaren van 1990 tot en met 2030 staan in deze tabel. Elk jaartal begint met M (1000). Daarna komt CM (900) of M (nog eens 1000), en dan de tientallen en eenheden.
| 1990 tot 1999 | 2000 tot 2009 | 2010 tot 2019 | 2020 tot 2030 |
|---|---|---|---|
| 1990 = MCMXC | 2000 = MM | 2010 = MMX | 2020 = MMXX |
| 1991 = MCMXCI | 2001 = MMI | 2011 = MMXI | 2021 = MMXXI |
| 1992 = MCMXCII | 2002 = MMII | 2012 = MMXII | 2022 = MMXXII |
| 1993 = MCMXCIII | 2003 = MMIII | 2013 = MMXIII | 2023 = MMXXIII |
| 1994 = MCMXCIV | 2004 = MMIV | 2014 = MMXIV | 2024 = MMXXIV |
| 1995 = MCMXCV | 2005 = MMV | 2015 = MMXV | 2025 = MMXXV |
| 1996 = MCMXCVI | 2006 = MMVI | 2016 = MMXVI | 2026 = MMXXVI |
| 1997 = MCMXCVII | 2007 = MMVII | 2017 = MMXVII | 2027 = MMXXVII |
| 1998 = MCMXCVIII | 2008 = MMVIII | 2018 = MMXVIII | 2028 = MMXXVIII |
| 1999 = MCMXCIX | 2009 = MMIX | 2019 = MMXIX | 2029 = MMXXIX |
| 2030 = MMXXX |
Een ander jaartal zet je met de omzetter bovenaan deze pagina om, of je splitst het zelf: 1987 = 1000 + 900 + 80 + 7 = MCMLXXXVII.
Romeinse cijfers omzetten naar een gewoon getal
Lees van links naar rechts en kijk steeds naar het volgende teken. Is het volgende teken groter, dan hoort het kleine teken erbij als min. Anders tel je het op.
MCMXLVII omzetten
M = 1000
CM = 1000 − 100 = 900
XL = 50 − 10 = 40
VII = 5 + 1 + 1 = 7
Samen: 1000 + 900 + 40 + 7 = 1947
Een getal omrekenen naar Romeinse cijfers
Andersom splits je het getal eerst in duizendtallen, honderdtallen, tientallen en eenheden. Dat kent je kind van het splitsen en van rekenen in groep 5, waar de getallen tot 1000 aan bod komen. Elk deel zoek je op in de tabel en je zet ze achter elkaar.
- 2026 = 2000 + 20 + 6 = MM + XX + VI = MMXXVI
- 1984 = 1000 + 900 + 80 + 4 = M + CM + LXXX + IV = MCMLXXXIV
- 49 = 40 + 9 = XL + IX = XLIX
Een veelgemaakte fout is 49 schrijven als IL, want 50 − 1 = 49. Dat mag niet: I mag alleen vóór V en X. Splitsen voorkomt die fout.
Waar zie je Romeinse cijfers?
Kinderen komen Romeinse cijfers vaker tegen dan je denkt. Vraag eens of je kind ze herkent:
- Op een klok. Op veel klokken met Romeinse cijfers staat bij de 4 IIII in plaats van IV. Dat is een oude gewoonte van klokkenmakers. Bij het klokkijken helpt het als je kind weet dat beide 4 betekenen.
- Op gebouwen. Boven deuren en op gevels staat vaak het bouwjaar, zoals MDCCCLXXX (1880).
- Bij koningen en koninginnen. Willem III betekent: de derde koning die Willem heette. Bij geschiedenis, zoals bij de tijdvakken, kom je ze vaak tegen.
- In boeken en films. Hoofdstuknummers en jaartallen aan het eind van een film.
Gratis werkbladen Romeinse cijfers
Om te printen, in zwart-wit. De antwoorden staan op de laatste pagina.
- Lezen tot 20groep 5 en 6, pdf met antwoordenGratis printen
- Schrijven tot 20groep 5 en 6, pdf met antwoordenGratis printen
- Lezen tot 100groep 6 en 7, pdf met antwoordenGratis printen
- Schrijven tot 100groep 6 en 7, pdf met antwoordenGratis printen
- Jaartallengroep 7 en 8, pdf met antwoordenGratis printen
Romeinse cijfers: in welke groep?
- Groep 5Bij sommige methodes de eerste kennismaking: I, V en X lezen tot 20.
- Groep 6Romeinse cijfers tot 100 lezen en schrijven, met de regels voor optellen en aftrekken.
- Groep 7Grotere getallen en jaartallen, ook bij geschiedenis.
- Groep 8Herhalen, vooral jaartallen bij geschiedenis en grote getallen zoals MCMXCIX.
Lastige punten bij Romeinse cijfers
- IV en VI door elkaar halen. Laat je kind steeds vragen: staat de I links of rechts van de V? Links is min, rechts is plus.
- Vier dezelfde tekens achter elkaar, zoals XXXX voor 40. Wijs op regel 3: het moet XL worden.
- Zelf aftrekpaartjes verzinnen, zoals IC voor 99 of VL voor 45. Splitsen in tientallen en eenheden voorkomt dat.
- Grote getallen in één keer willen lezen. Laat je kind eerst strepen zetten tussen de delen: M | CM | XL | VII.
Tips om thuis met Romeinse cijfers te oefenen
- Zoek samen Romeinse cijfers in huis en op straat: op klokken, gevels, in boeken. Wie vindt het oudste jaartal?
- Schrijf het geboortejaar van iedereen in het gezin in Romeinse cijfers. Wie heeft de meeste tekens nodig?
- Maak een geheimschrift: schrijf de huiswerkopgaven of de tijd waarop het eten klaar is in Romeinse cijfers.
Wat ouders vragen over Romeinse cijfers
Hoe lees je Romeinse cijfers?
Tel de tekens van links naar rechts op. Staat er een kleiner teken vóór een groter teken, dan haal je het kleine eraf. XIV = 10 + (5 − 1) = 14.
Wat is 4 in Romeinse cijfers?
4 is IV: 5 min 1. Op veel klokken zie je ook IIII. Dat is een oude gewoonte. In de rekenles schrijf je IV.
Hoe schrijf je 2026 in Romeinse cijfers?
2026 is MMXXVI. Splits het getal: 2000 = MM, 20 = XX en 6 = VI. Zet ze achter elkaar.
Wat is 50 in Romeinse cijfers?
50 is L. 40 is XL en 60 is LX. 500 is D.
Wat is het grootste getal in Romeinse cijfers?
Met de gewone tekens is dat 3999: MMMCMXCIX. Voor nog grotere getallen gebruikten de Romeinen andere schrijfwijzen, maar die leer je niet op de basisschool.
Verder oefenen
Alles van rekenen vind je op rekenen oefenen. Per groep: groep 5, groep 6, groep 7 en groep 8.




