Boekbespreking houden
Bij een boekbespreking vertelt je kind voor de klas over een boek dat het gelezen heeft, en leest het er een stukje uit voor. Hieronder lees je hoe je kind zich voorbereidt, wat er in het begin, midden en einde komt, en hoe het eindigt zonder het einde te verklappen.
Liever op papier? Gratis werkbladen om te printen
Meestal in groep 4 tot en met 8
Boekbespreking oefenen: test jezelf
Weet je hoe je een goede boekbespreking houdt? De zinnen gaan over het voorbeeldboek op deze pagina. Bij een fout krijg je een tip.
Een boekbespreking in het kort
- Een boekbespreking is een presentatie over een boek, voor de klas. Het doel: je klasgenoten zin geven om het boek te lezen.
- De opbouw: begin (titel, schrijver, waarom dit boek), midden (waar het over gaat, een stukje voorlezen) en einde (mening, cijfer, vragen).
- Het einde van het boek verklap je niet.
- Een spiekbriefje met trefwoorden helpt. Hardop oefenen thuis helpt nog meer.
Boekbespreking, boekverslag of spreekbeurt?
Deze drie worden vaak door elkaar gehaald. Het verschil:
| Boekbespreking | Boekverslag | Spreekbeurt | |
|---|---|---|---|
| Vorm | vertellen voor de klas | schrijven voor de leerkracht | vertellen voor de klas |
| Waarover | één boek dat je gelezen hebt | één boek dat je gelezen hebt | een onderwerp dat je zelf kiest |
| Doel | de klas zin geven om het boek te lezen | laten zien dat je het boek begrijpt | de klas iets leren over je onderwerp |
| Het einde van het boek | niet verklappen | mag er vaak wel in | niet van toepassing |
| Extra | een stukje voorlezen | samenvatting en mening | plaatjes, voorwerpen, dia's |
Moet je kind het boek opschrijven? Kijk dan bij boekverslag maken. Gaat het om een eigen onderwerp, zoals een dier of een land? Dan is het een spreekbeurt.
Een boekbespreking voorbereiden: plan voor twee weken
De meeste stress ontstaat als het boek de avond ervoor nog niet uit is. Met dit plan heeft je kind ruim de tijd. Begin eerder als het boek dik is of als je kind langzaam leest.
- Week 1, begin: een boek kiezen dat je kind leuk vindt en dat past bij zijn AVI-niveau. Een boek dat het al eens gelezen heeft, mag vaak ook.
- Week 1: het boek uitlezen. Plakbriefjes erin bij een spannend stuk, een grappig stuk en een mooie tekening.
- Begin week 2: het spiekbriefje invullen (zie het werkblad hieronder) en het stukje kiezen dat je kind gaat voorlezen.
- Midden week 2: twee of drie keer hardop oefenen, met iemand die luistert. Let op de tijd.
- De dag ervoor: nog één keer oefenen, bladwijzer in het boek, boek en briefje in de tas.
Zo bouw je een boekbespreking op
Het begin
Laat het boek zien en noem de titel en de schrijver. Vertel waarom je dit boek koos. Met een vraag aan de klas of een verrassende zin uit het boek heb je meteen hun aandacht.
Het midden
Vertel wie de hoofdpersoon is, waar het verhaal speelt en waar het over gaat. Stop voor het einde. Vertel over een persoon of een stuk dat je leuk vond, laat een tekening zien, en lees een stukje voor.
Het einde
Zeg wat je van het boek vond en waarom. Geef een cijfer en vertel voor wie het boek leuk is. Daarna mag de klas vragen stellen.
Voorbeeld van een begin (groep 5)
"Steek je vinger op als je weleens een zeehond hebt gezien. Ik wel, vorige zomer op de Waddenzee. Daarom koos ik dit boek: De zeehond in de sloot, van Fenna Hoekstra. Het gaat over Lotte. Na een grote storm vindt zij een jonge zeehond in de sloot achter haar huis..."
Het boek en de schrijver zijn verzonnen voor dit voorbeeld.
Een stukje voorlezen bij je boekbespreking
Het voorlezen is voor veel kinderen het spannendste deel, en voor de klas vaak het leukste. Zo pakt je kind het aan:
- Kies een stuk dat op zichzelf te volgen is. Een spannend of grappig moment uit het begin of het midden werkt het best. Vertel vooraf in één zin wat er net gebeurd is.
- Houd het kort. Een bladzijde is vaak genoeg. Vraag de leerkracht hoeveel tijd er is.
- Stop op een spannend moment. Dan wil de klas weten hoe het verder gaat.
- Oefen hardop. Let op de punten en komma's, en geef de personen een eigen stem. Moeilijke woorden oefen je apart. Vlot voorlezen oefen je ook bij technisch lezen.
- Leg een bladwijzer op de plek waar je begint.
Het einde van je boekbespreking
Een boekbespreking eindig je zonder te verklappen hoe het boek afloopt. Het idee is dat je klasgenoten het zelf willen lezen. Goede manieren om af te sluiten:
- Een open vraag: "Of Lotte de zeehond mag houden? Dat moet je zelf maar lezen."
- Je mening met een reden: "Ik vond het spannend, omdat je de hele tijd niet weet of de zeehond het redt."
- Een cijfer en een advies: "Ik geef het een 9. Het is een goed boek voor kinderen die van dieren houden."
- Ruimte voor vragen: "Heeft iemand nog een vraag?"
Lastige vragen van de klas zijn geen ramp. "Dat weet ik niet" is een prima antwoord. En als iemand vraagt hoe het afloopt: "Dat verklap ik niet."
De boekbespreking per groep
Wat de leerkracht verwacht, groeit mee met de groep. Veel scholen geven een vast formulier mee: houd dat erbij als je samen oefent.
Boekbespreking groep 4
Vaak de eerste keer. Kort: het boek laten zien, titel en schrijver noemen, vertellen waar het over gaat en wat je ervan vond. Soms een paar zinnen voorlezen.
Boekbespreking groep 5
Een vaste opbouw met begin, midden en einde, en een stukje voorlezen. Het einde nog niet verklappen is voor veel kinderen in groep 5 nieuw. Op veel scholen komt er vanaf nu ook een boekverslag bij: dan schrijft je kind over het boek in plaats van erover te vertellen.
Boekbespreking groep 6
Meer over de personen en waarom je het boek koos. De klas stelt vragen en je kind beantwoordt ze.
Boekbespreking groep 7 en 8
In groep 7 een mening met redenen, iets over de schrijver en een goed gekozen stukje om voor te lezen, soms met dia's of een poster. In groep 8 is het langer en zelfstandiger, met ook het thema van het boek, een vergelijking met andere boeken en goede antwoorden op vragen.
Spiekbriefje en oefenblad om te printen
Op het spiekbriefje vult je kind trefwoorden in over zijn eigen boek. Op het tweede blad staat een ingevuld voorbeeld bij het verzonnen boek. Het oefenblad gaat over begin, midden en einde.
- Spiekbriefjegroep 4 tot en met 8, pdf met antwoordenGratis printen
- Begin, midden of eindegroep 4 tot en met 8, pdf met antwoordenGratis printen
Hier lopen kinderen vaak tegenaan bij een boekbespreking
- Je kind vertelt het hele verhaal na, inclusief het einde. Laat het thuis oefenen met de zin: "Hoe het afloopt, verklap ik niet."
- Het voorgelezen stuk is te lang of niet te volgen zonder uitleg. Kies samen een kort stuk en laat je kind er één zin voor vertellen.
- Je kind leest alles van zijn briefje voor. Zet er alleen trefwoorden op, zoals op het spiekbriefje van het werkblad.
- Het boek is te moeilijk gekozen en niet uitgelezen. Een eenvoudiger boek dat je kind leuk vindt, is beter dan een dik boek dat indruk moet maken.
Zo help je thuis bij de boekbespreking
- Laat je kind de boekbespreking geven aan tafel, voor het hele gezin. Stel daarna zelf een paar vragen, zoals de klas dat ook doet.
- Neem het voorlezen op met een telefoon en luister samen terug. Gaat het vlot? Is het te snel?
- Lees zelf ook een stukje voor uit het boek, met stemmetjes. Kinderen nemen dat vaak over.
- Ga samen naar de bibliotheek om een boek te kiezen. Een bibliothecaris kan helpen met een boek dat past bij de leeftijd en het niveau.
Vragen over de boekbespreking
Hoe begin je een boekbespreking?
Laat het boek zien, noem de titel en de schrijver en vertel waarom je het koos. Een vraag aan de klas of een spannende zin uit het boek maakt iedereen meteen nieuwsgierig.
Hoe lang duurt een boekbespreking?
Dat verschilt per school en per groep. Vaak is het in groep 4 en 5 een paar minuten en in groep 7 en 8 wat langer, met daarna tijd voor vragen. Vraag het na bij de leerkracht.
Mag je het einde vertellen bij een boekbespreking?
Liever niet. Het doel is dat je klasgenoten het boek zelf willen lezen. Sluit af met een open vraag, bijvoorbeeld: "Of het goed afloopt, moet je zelf maar lezen."
Welk boek kies je voor een boekbespreking in groep 5?
Een boek dat je kind zelf leuk vindt en dat het helemaal kan uitlezen. Een boek met tekeningen is handig, want die kun je laten zien. Vraag de leerkracht of een boek dat je kind al eerder las ook mag.
Wat is het verschil tussen een boekbespreking en een spreekbeurt?
Bij een boekbespreking vertel je over één boek dat je gelezen hebt, en lees je er een stukje uit voor. Bij een spreekbeurt kies je zelf een onderwerp en zoek je er informatie over op. Tips voor een spreekbeurt staan bij spreekbeurt onderwerpen.
Past hier ook bij
Alles van lezen vind je op lezen oefenen. Per groep: groep 4, groep 5, groep 6, groep 7 en groep 8.

