Pakketten

De tafel van 11

Op de basisschool hoeft je kind de tafel van 11 meestal niet te kennen. Toch vinden veel kinderen hem leuk, want tot 9 × 11 schrijf je gewoon het cijfer twee keer: 4 × 11 = 44.

Liever op papier? Gratis werkbladen om te printen

Meestal in groep 5 en 6

Tafel van 11 oefenen

Tien sommen door elkaar. Bij een fout krijg je een tip.

Vraag 10 goed

Eerst de tafels van 1 tot en met 10 vlot? Vijf weken met een plan, uitleg voor jou en alle antwoorden. € 6,95Bekijk pakket

De tafel van 11 in het kort

1 × 11 = 11, 2 × 11 = 22, 3 × 11 = 33 ... tot 9 × 11 = 99: je schrijft het cijfer twee keer. Daarna: 10 × 11 = 110, 11 × 11 = 121 en 12 × 11 = 132.

Rijtje van de tafel van 11

SomAntwoord
1 × 1111
2 × 1122
3 × 1133
4 × 1144
5 × 1155
6 × 1166
7 × 1177
8 × 1188
9 × 1199
10 × 11110
11 × 11121
12 × 11132

Het trucje: het cijfer twee keer

Tot en met 9 × 11 schrijf je het cijfer gewoon twee keer: 4 × 11 = 44 en 7 × 11 = 77. Waarom? 11 is 10 + 1. Dus 4 × 11 is 4 × 10 = 40 en nog 4 erbij: 44.

Vanaf 10 × 11 werkt het trucje niet meer. Reken dan met keer 10 en nog één keer erbij: 12 × 11 = 120 + 12 = 132.

Gratis werkbladen de tafel van 11

Om te printen, in zwart-wit. De antwoorden staan op de laatste pagina.

Zo oefen je de tafel van 11 thuis

  • Laat je kind zelf ontdekken dat in het antwoord het cijfer twee keer staat. Dat onthoudt het beter dan als jij het vertelt.
  • Kent je kind de tafel van 10 al goed? Dan is keer 11 gewoon keer 10 en nog één keer erbij.
Voorkant van het tafelpakket groep 5

Eerst de tafels van 1 tot en met 10 vlot?

De tafels van 11 en 12 zijn een extra. Gaan de tafels van 6, 7, 8 en 9 nog niet vlot? Het tafelpakket groep 5 helpt in vijf weken, tien minuten per dag.

Veelgestelde vragen over de tafel van 11

Moet je de tafel van 11 kennen op de basisschool?

Meestal niet. Kinderen leren de tafels van 1 tot en met 10. De tafel van 11 is iets extra's, voor kinderen die het leuk vinden.

Wat is het trucje van de tafel van 11?

Tot en met 9 × 11 schrijf je het cijfer twee keer: 6 × 11 = 66. Daarna reken je keer 10 en nog één keer erbij.

Wat is 12 × 11?

12 × 11 = 132. Reken 12 × 10 = 120 en doe er 12 bij.

Past hier ook bij

Alles van rekenen vind je op rekenen oefenen. Per groep: groep 5 en groep 6.