Pakketten

Deelsommen oefenen

Deelsommen oefenen begint in groep 4 met eerlijk verdelen en de tafels. In groep 5 komt delen met rest erbij, in groep 6 en 7 grote deelsommen met splitsen en de hapmethode. Kies hieronder wat je kind nu leert.

Liever op papier? Gratis werkbladen om te printen

Meestal in groep 4 tot en met 7

Deelsommen oefenen

Kies een niveau. Je kind typt het antwoord. Bij een fout krijg je een tip.

Vraag 10 goed

Rekenpakket per groep: Voor dit onderwerp: het pakket van groep 4 tot en met 7. Zes weken met een plan, uitleg voor jou en alle antwoorden, € 6,95.Groep 4Groep 5Groep 6Groep 7

Het belangrijkste over deelsommen

  • Groep 4: eerlijk verdelen en de eerste deelsommen met de tafels van 1, 2, 3, 4, 5 en 10, zoals 20 : 5 = 4.
  • Groep 5: deelsommen met alle tafels, zoals 42 : 6 = 7, en delen met rest: 23 : 5 = 4 rest 3.
  • Groep 6: grotere deelsommen handig splitsen, zoals 84 : 4 (80 : 4 = 20 en 4 : 4 = 1, samen 21), en de hapmethode.
  • Groep 7: delen met grote getallen en nullen, de hapmethode of de staartdeling.

De basis is altijd hetzelfde: delen is keer andersom. Wie de tafels kent, kan delen.

Wat is delen?

Delen heeft op school twee betekenissen, en kinderen moeten ze allebei snappen:

  • Eerlijk verdelen: 12 koekjes verdelen over 3 kinderen. Hoeveel krijgt ieder? 12 : 3 = 4.
  • Hoe vaak past het erin? 12 koekjes in zakjes van 3. Hoeveel zakjes? Ook 12 : 3 = 4.

Het deelteken is in Nederland een dubbele punt. 12 : 3 spreek je uit als: 12 gedeeld door 3.

Delen is keer andersom. Bij 12 : 3 zoek je het getal dat keer 3 is 12. Dat is 4, want 4 × 3 = 12. Wie de tafels uit het hoofd kent, kent dus ook de deelsommen. Gaan de tafels nog niet vlot, begin dan bij tafels oefenen.

Deelsommen met de tafels (groep 4 en 5)

In groep 4 beginnen kinderen met eerlijk verdelen, daarna komen de deelsommen bij de tafels van 1, 2, 3, 4, 5 en 10, en in groep 5 bij 6, 7, 8 en 9. Bij elke keersom hoort een deelsom: wie weet dat 4 × 6 = 24, weet ook 24 : 6 = 4. Per tafel en door elkaar kun je deeltafels oefenen.

Delen met rest (groep 5)

Niet elke deelsom komt mooi uit. Bij 23 : 5 past 5 er 4 keer in, want 4 × 5 = 20. Dan blijven er 3 over. Je schrijft: 23 : 5 = 4 rest 3.

  1. Zoek het grootste getal uit de tafel dat in het getal past: bij 23 en de tafel van 5 is dat 20.
  2. Hoe vaak is dat? 20 is 4 × 5. Het antwoord is 4.
  3. Wat blijft er over? 23 − 20 = 3. Dat is de rest.

Een handige controle: de rest is altijd kleiner dan het getal waardoor je deelt. Is de rest 5 of meer bij delen door 5, dan past er nog een keer 5 in.

In verhaaltjes moet je kind ook nadenken wat de rest betekent. 27 kinderen in auto's van 4 is 6 rest 3. Die 3 kinderen moeten ook mee, dus je hebt 7 auto's nodig. Meer van zulke sommen staan bij redactiesommen groep 5.

Grote deelsommen handig splitsen (groep 6)

In groep 6 worden de getallen groter, zoals 84 : 4. Dat staat niet meer in de tafel. Kinderen leren het getal dan te splitsen in stukken die makkelijk te delen zijn. Meestal is dat een tiental-stuk en de rest.

Ook delen met nullen hoort hierbij. Weet je dat 8 : 4 = 2, dan weet je ook dat 80 : 4 = 20 en 800 : 4 = 200.

84 : 4

Splits 84 in 80 en 4.

80 : 4 = 20 en 4 : 4 = 1.

Samen: 20 + 1 = 21. Controle: 21 × 4 = 84.

72 : 6

Splits 72 in 60 en 12. 60 : 6 = 10 en 12 : 6 = 2. Samen 12.

De hapmethode (groep 6 en 7)

Bij nog grotere getallen gebruiken veel scholen de hapmethode. Je haalt steeds een grote hap van het getal af, tot er niets meer over is. Een hulprijtje met makkelijke keersommen helpt om goede happen te kiezen. Hoe groter de hap, hoe sneller je klaar bent.

Sommige scholen leren in groep 7 of 8 de klassieke staartdeling, waarbij je cijfer voor cijfer deelt. Vraag de leerkracht welke manier je kind leert, zodat je thuis hetzelfde doet.

432 : 6

Hulprijtje: 1 × 6 = 6, 2 × 6 = 12, 5 × 6 = 30, 10 × 6 = 60.

HapErafOver
70 × 6 = 420432 − 42012
2 × 6 = 1212 − 120

De happen samen: 70 en 2 is 72. Dus 432 : 6 = 72.

Gratis werkbladen deelsommen

Om te printen, in zwart-wit. De antwoorden staan op de laatste pagina.

In welke groep komt deelsommen aan bod?

  • Groep 4Eerlijk verdelen met echte dingen en tekeningen, en de eerste deelsommen met de tafels van 1, 2, 3, 4, 5 en 10.
  • Groep 5Deelsommen met alle tafels, uit het hoofd, en delen met rest: 23 : 5 = 4 rest 3.
  • Groep 6Grotere deelsommen handig splitsen, delen met nullen en de eerste deelsommen met de hapmethode.
  • Groep 7Delen met grote getallen met de hapmethode of de staartdeling, en uitkomsten met een rest of een kommagetal.

Deelsommen leunen op de tafels. Gaat een tafel nog niet vlot, dan gaan de deelsommen erbij ook langzaam.

Hier gaat het vaak mis bij deelsommen

  • De tafels gaan nog niet vlot. Dan wordt elke deelsom traag. Oefen eerst de keersommen, bijvoorbeeld voor het tafeldiploma, en daarna de deelsommen van dezelfde tafel.
  • Je kind draait de getallen om: bij 24 : 6 rekent het 6 : 24. Zeg de som hardop als vraag: hoeveel keer 6 is 24?
  • Bij delen met rest is de rest te groot, zoals 29 : 4 = 6 rest 5. Laat je kind controleren: is de rest kleiner dan 4? Zo niet, dan past er nog een 4 in.
  • Bij de hapmethode neemt je kind hele kleine happen, zoals steeds 1 × 6. Dan wordt het een lange rij en gaat het rekenen mis. Laat eerst het hulprijtje maken en dan de grootste hap kiezen die past.

Tips om thuis met deelsommen te oefenen

  • Verdeel echt: snoepjes, kaarten of knikkers over het gezin. Wat blijft er over? Dat is de rest.
  • Vraag bij elke keersom ook de deelsom. Weet je kind 7 × 8 = 56? Vraag dan meteen: en 56 : 8? Zo leert je kind de deeltafels vanzelf mee.
  • Laat je kind zelf controleren met een keersom: 84 : 4 = 21, klopt dat? 21 × 4 = 84. Ja.
  • Oefen kort en vaak, tien sommen per keer. Bij grote deelsommen liever drie sommen goed uitgewerkt dan tien gehaast.
Rekenpakket per groep: Voor dit onderwerp: het pakket van groep 4 tot en met 7. Zes weken met een plan, uitleg voor jou en alle antwoorden, € 6,95.Groep 4Groep 5Groep 6Groep 7

Wat ouders vragen over deelsommen

In welke groep leer je deelsommen?

In groep 4 beginnen kinderen met eerlijk verdelen en de deelsommen van de tafels van 1, 2, 3, 4, 5 en 10. In groep 5 komen alle tafels en delen met rest. In groep 6 en 7 maken ze grotere deelsommen met splitsen, de hapmethode of de staartdeling.

Hoe kun je makkelijk deelsommen uitrekenen?

Bedenk welke keersom erbij hoort. Bij 42 : 7 vraag je: hoeveel keer 7 is 42? Dat is 6. Bij grotere getallen splits je het getal in handige stukken, zoals 84 = 80 + 4. Dan reken je 80 : 4 en 4 : 4 los uit en tel je de antwoorden op.

Hoe splits je deelsommen in groep 6?

Je splitst het getal in een stuk dat je makkelijk kunt delen en de rest. Bij 72 : 6 neem je 60 en 12: 60 : 6 = 10 en 12 : 6 = 2. Samen is dat 12. Kies het eerste stuk zo dat het een tiental keer de deler is.

Wat is de hapmethode?

Een manier om grote deelsommen op papier te maken. Je haalt steeds een grote hap van het getal af, bijvoorbeeld 70 × 6 = 420 van 432. Wat er overblijft deel je verder. Aan het eind tel je alle happen op. Een hulprijtje met 1×, 2×, 5× en 10× de deler helpt bij het kiezen.

Wat betekent rest bij delen?

De rest is wat overblijft als de deelsom niet precies uitkomt. 23 : 5 = 4 rest 3, want 4 × 5 = 20 en dan blijven er 3 over. De rest is altijd kleiner dan het getal waardoor je deelt.

Verder oefenen

Alles van rekenen vind je op rekenen oefenen. Per groep: groep 4, groep 5, groep 6 en groep 7.