Pakketten

Engels groep 6

Engels in groep 6 gaat over de dingen om je heen: school, kleding, het weer en de tijd. Hier leert je kind de woorden met de goede uitspraak, en ook klokkijken in het Engels. Engels leren in groep 6 hoeft niet lang te duren: een paar keer per week een kwartiertje is genoeg.

Liever op papier? Gratis werkbladen om te printen

Engels groep 6 oefenen

Kies een thema. Druk op Lees voor om het Engels te horen. Bij het luisterdictee hoor je een woord, een zin en nog een keer het woord. Typ wat je hoort. Bij een fout krijg je een tip.

Vraag 10 goed

Het belangrijkste over Engels in groep 6

In groep 6 leest en schrijft je kind meer Engels dan in groep 5. Deze thema's komen vaak voor:

  • Op school: pencil, ruler, scissors, homework, break.
  • Kleding: jumper, trousers, skirt, coat, socks.
  • Het weer: sunny, rainy, windy, cloudy, cold.
  • De tijd: de dagen van de week en klokkijken: o'clock, half past, quarter past en quarter to.

Pas op met half past: half past four is half vijf, niet half vier.

Wat leert je kind bij Engels in groep 6?

In groep 6 gaat Engels over het dagelijks leven: wat je in de klas gebruikt, wat je aantrekt en wat voor weer het is. Kinderen lezen korte teksten, zoals een weerbericht of een rooster, en beantwoorden vragen. Ze schrijven ook vaker zelf woorden en korte zinnen.

Op sommige scholen krijgt je kind nu voor het eerst een lijstje woorden om te leren. Hoeveel Engels er in groep 6 is, verschilt per school. Benieuwd wat je kind verder leert? Kijk bij wat leert je kind in groep 6.

Klokkijken in het Engels

In het Engels zeg je de tijd net iets anders. Hele uren zijn makkelijk: three o'clock is drie uur. Voor de rest heb je drie woorden nodig:

  • quarter past = kwart over: quarter past six is kwart over zes.
  • half past = een half uur over: half past six is half zeven.
  • quarter to = kwart voor: quarter to seven is kwart voor zeven.

Het lastigste is half past. In het Nederlands kijk je bij half naar het volgende uur, in het Engels naar het uur dat net geweest is. Kan je kind de klok in het Nederlands nog niet goed lezen? Begin dan eerst met klokkijken oefenen.

123456789101112
half past fourIn het Nederlands: half vijf. In het Engels: een half uur over vier.

De dagen van de week

In het Engels schrijf je de dagen altijd met een hoofdletter. In het Nederlands doe je dat niet.

EngelsNederlands
Mondaymaandag
Tuesdaydinsdag
Wednesdaywoensdag
Thursdaydonderdag
Fridayvrijdag
Saturdayzaterdag
Sundayzondag

Let op Wednesday: de eerste d hoor je niet. Je zegt ongeveer wens-dee. En Tuesday en Thursday lijken op elkaar. Thursday begint met th, net als three.

Wat voor weer is het?

Bij het weer leren kinderen een handig trucje: van het woord voor het weer maak je met een y erachter een woord dat zegt hoe het weer is.

sun (zon) wordt sunny (zonnig)

rain (regen) wordt rainy (regenachtig)

wind wordt windy, cloud (wolk) wordt cloudy (bewolkt)

What's the weather like? It's sunny and warm.

Brits of Amerikaans Engels?

Op deze pagina gebruiken we Brits Engels. Soms gebruiken ze in Amerika een ander woord of een andere spelling. Allebei is goed, maar het is handig om het verschil te kennen.

NederlandsBritsAmerikaans
gumrubbereraser
broektrouserspants
truijumpersweater
kleurcolourcolor

Gratis werkbladen Engels groep 6

Je kind zet een kringetje om het goede antwoord. Lees de Engelse woorden en zinnen samen hardop. De antwoorden staan op de laatste pagina.

Hier gaat het vaak mis bij Engels in groep 6

  • Half past gaat vaak mis. Kinderen denken dat half past four half vier is, maar het is half vijf. Zeg erbij: past betekent over, dus een half uur óver vier.
  • Kinderen vergeten de hoofdletter bij de dagen: monday in plaats van Monday. In het Engels krijgen dagen en maanden altijd een hoofdletter.
  • Trousers, jeans en scissors zijn in het Engels meervoud: my trousers are blue, the scissors are sharp. Kinderen zeggen dan is, omdat het in het Nederlands één broek is.
  • De th van Thursday klinkt niet als een t. Leg je tong tussen je tanden en blaas zacht. Zo zeg je ook three en thank you.

Tips om thuis met Engels in groep 6 te oefenen

  • Vraag elke ochtend: What's the weather like today? Je kind kijkt naar buiten en antwoordt in het Engels.
  • Vraag bij het aankleden: What are you wearing today? Je kind antwoordt: I am wearing a blue jumper.
  • Zeg een paar keer per dag hoe laat het is in het Engels, en laat je kind het vertalen naar het Nederlands.
  • Hang een lijstje met de dagen van de week op de koelkast. Vraag aan het ontbijt: What day is it today?

Oefenpakketten voor groep 6

Liever een plan voor een paar weken? De pakketten voor groep 6 hebben uitleg voor jou, werkbladen voor elke dag en alle antwoorden: leespakket groep 6, rekenpakket groep 6, spellingpakket groep 6, taalpakket groep 6, topografiepakket.

Vragen over Engels groep 6

Wat leert mijn kind bij Engels in groep 6?

Vaak woorden over school, kleding, het weer en de tijd, en korte zinnen zoals It's sunny today en I am wearing a jumper. Kinderen lezen meer korte teksten en schrijven vaker zelf. De thema's verschillen per school.

Hoe zeg je half vijf in het Engels?

Half past four. In het Engels kijk je naar het uur dat net geweest is, en zeg je dat er een half uur over is. Half vier is dus half past three.

Hoe leert mijn kind Engelse woordjes voor een toets?

Oefen een paar dagen achter elkaar kort, in plaats van één keer lang. Laat je kind het Engelse woord horen, zeggen en opschrijven. Vraag het daarna andersom: van Nederlands naar Engels. Dat is het moeilijkst.

Is Engels leren in groep 6 niet te vroeg?

Nee. Kinderen pikken op deze leeftijd een nieuwe taal vaak makkelijk op, zeker als het met spelletjes, liedjes en filmpjes gaat. Op school ligt de nadruk nog steeds op spreken en luisteren, en niet op grammatica.

Verder oefenen

Alles van taal vind je op taal oefenen. Per groep: groep 6.