Pakketten

Engels groep 8

Engels in groep 8 gaat over goede zinnen maken: de woordvolgorde, de present simple, de present continuous en de past simple. Die heeft je kind in de brugklas meteen nodig. Elke regel staat hieronder kort uitgelegd, en je kind kan per regel oefenen.

Liever op papier? Gratis werkbladen om te printen

Engels groep 8 oefenen

Kies wat je wilt oefenen. Druk op Lees voor om de zin in het Engels te horen. Bij het luisterdictee hoor je een woord, een zin en nog een keer het woord. Bij een fout krijg je een tip.

Vraag 10 goed

Engels in groep 8 in het kort

In groep 8 komt er meer grammatica bij. Deze vier dingen zijn het belangrijkst:

  • Zinnen maken: eerst wie, dan het werkwoord. Tomorrow I am going, niet Tomorrow am I going.
  • Present simple: iets wat je vaak of altijd doet. She plays tennis every Saturday.
  • Present continuous: iets wat nu bezig is. Look! She is playing tennis.
  • Past simple: iets wat voorbij is. Yesterday she played tennis. Of onregelmatig: went, saw, had.

Wat leert je kind bij Engels in groep 8?

In groep 8 bouwt je kind verder op de woorden en zinnen van groep 7. Er komt meer grammatica bij: hoe je een zin bouwt en hoe je zegt of iets nu gebeurt, altijd gebeurt of al voorbij is. Kinderen lezen langere teksten, schrijven korte stukjes over zichzelf en leren een woordenboek gebruiken.

Hoeveel grammatica er precies aan bod komt, verschilt per school. Wat je kind verder leert, staat bij wat leert je kind in groep 8.

Zinnen maken: eerst wie, dan het werkwoord

In het Nederlands draai je de zin om als hij met een tijd begint: Morgen ga ik. In het Engels doe je dat niet. Daar komt eerst wie het doet, dan het werkwoord en dan de rest. Nederlandse kinderen maken hier vaak een fout, omdat het in het Nederlands wel zo moet.

Morgen ga ik naar de film.

Tomorrow I am going to the cinema. (niet: Tomorrow am I going)

Gisteren speelden wij in het park.

Yesterday we played in the park. (niet: Yesterday played we)

Present simple of present continuous?

Het Engels heeft twee vormen voor de tegenwoordige tijd. Welke je kiest, hangt af van de vraag: doe je het vaak, of ben je er nu mee bezig?

Present simplePresent continuous
Wanneer?Iets wat je vaak, altijd of nooit doetIets wat nu op dit moment bezig is
Hoe?werkwoord, bij he, she en it met -⁠sam, is of are + werkwoord met -⁠ing
VoorbeeldShe plays tennis every Saturday.Look! She is playing tennis.
Signaal­woordenevery day, always, usually, often, nevernow, at the moment, right now, Look!, Listen!

Vragen en ontkennen in de present simple doe je met do en does: Does she play tennis? No, she doesn't.

Past simple: wat al voorbij is

Bij de meeste werkwoorden zet je er -⁠ed achter: play wordt played, walk wordt walked. Dat zijn de regelmatige werkwoorden. Maar veel werkwoorden die je vaak gebruikt, zijn onregelmatig. Die moet je uit je hoofd leren.

WerkwoordPast simpleNederlands
bewas / werewas / waren
havehadhad
gowentging
dodiddeed
seesawzag
comecamekwam
makemademaakte
taketooknam
eatateat
buyboughtkocht
writewroteschreef
thinkthoughtdacht

Signaalwoorden voor de past simple zijn yesterday, last week, last year en two days ago.

Klaar voor de brugklas

In de brugklas krijgt je kind Engels van een eigen docent, met een lesboek en regelmatig toetsen met woordjes en grammatica. Vaak wordt een deel van de les in het Engels gegeven. Kinderen die in groep 8 al gewend zijn om woordjes te leren en Engels te horen, hebben daar een voorsprong.

  • Leer je kind woordjes leren: elke dag een klein stukje, van Engels naar Nederlands en andersom.
  • Laat je kind een Engels-Nederlands woordenboek gebruiken, op papier of online.
  • Kijk samen series of films in het Engels. Zet de ondertitels in het Engels als dat al lukt.
  • Laat je kind korte Engelse boeken of strips lezen over iets wat het leuk vindt.

Je kind maakt in groep 8 ook de doorstroomtoets. Hoe je daarbij helpt, lees je bij doorstroomtoets oefenen.

Gratis werkbladen Engels groep 8

Je kind zet een kringetje om het goede antwoord. Lees de zinnen samen hardop. De antwoorden staan op de laatste pagina.

Lastige punten bij Engels in groep 8

  • Kinderen draaien de zin om zoals in het Nederlands: Yesterday played we football. Leer ze de vaste volgorde: eerst wie, dan het werkwoord.
  • De -⁠s bij he, she en it wordt vergeten: She play tennis. Laat je kind bij elke zin eerst kijken wie het doet.
  • Kinderen gebruiken de present continuous te vaak: I am going to school every day. Zoek samen het signaalwoord. Every day hoort bij de present simple.
  • Onregelmatige werkwoorden krijgen een -⁠ed: goed, buyed. Leer elke week een paar onregelmatige werkwoorden, met een zinnetje erbij.

Zo oefen je Engels in groep 8 thuis

  • Vraag aan tafel in het Engels: What did you do today? Je kind antwoordt in de past simple: I played football.
  • Speel raad wat ik doe: je kind beeldt iets uit, jij raadt in het Engels. You are cooking! Zo oefen je de present continuous.
  • Laat je kind elke week vijf onregelmatige werkwoorden leren. Overhoor ze in de auto of op de fiets.
  • Wissel af: de ene week een serie met Engelse ondertitels, de andere week een kort Engels boek of een strip.

Oefenpakketten voor groep 8

Liever een plan voor een paar weken? De pakketten voor groep 8 hebben uitleg voor jou, werkbladen voor elke dag en alle antwoorden: leespakket groep 8, doorstroomtoetspakket groep 8, rekenpakket groep 8, spellingpakket groep 8, taalpakket groep 8, topografiepakket.

Vragen over Engels groep 8

Wat leert mijn kind bij Engels in groep 8?

Meestal zinnen maken, de present simple, de present continuous en de past simple, en verder woorden over allerlei thema's. Kinderen lezen langere teksten en schrijven korte stukjes. Het verschilt per school hoeveel grammatica erbij komt.

Wat is het verschil tussen present simple en present continuous?

De present simple gebruik je voor iets wat je vaak of altijd doet: I play football every Saturday. De present continuous gebruik je voor iets wat nu bezig is: I am playing football now. Signaalwoorden helpen je kind kiezen.

Hoe bereid ik mijn kind voor op Engels in de brugklas?

Laat je kind wennen aan woordjes leren, elke dag een beetje. Zorg dat het veel Engels hoort en leest, bijvoorbeeld met series, liedjes en korte boeken. En laat het een woordenboek gebruiken als het een woord niet weet.

Welke onregelmatige werkwoorden moet mijn kind in groep 8 kennen?

Dat verschilt per school. Begin met de werkwoorden die je het vaakst gebruikt: be, have, go, do, see, come, make, take, eat, get, buy en say. In de brugklas komen er meer bij.

Past hier ook bij

Alles van taal vind je op taal oefenen. Per groep: groep 8.