Deeltafels oefenen
Deeltafels oefenen gaat het makkelijkst als je kind de keertafels al kent. Elke deelsom hoort bij een keersom: wie weet dat 6 × 7 = 42, weet ook 42 : 7 = 6. Hieronder oefen je de deeltafels per tafel of door elkaar, met een trucje voor elke deeltafel.
Liever op papier? Gratis werkbladen om te printen
Meestal in groep 4 en 5
Deeltafels online oefenen
Kies welke deeltafels je wilt oefenen. Je kind typt het antwoord. Bij een fout krijg je een tip met de keersom die erbij hoort.
Tafelpakket groep 5 Vijf weken met een plan, uitleg voor jou en alle antwoorden. € 6,95Bekijk pakketDe deeltafels in het kort
- Een deeltafel is een tafel andersom: 7 : 7 = 1, 14 : 7 = 2, 21 : 7 = 3, tot 70 : 7 = 10.
- In groep 4 komen de deeltafels van 2, 3, 4, 5 en 10. In groep 5 die van 6, 7, 8 en 9.
- De deeltafels leer je na de keertafels, of tegelijk. Ze gaan bijna altijd samen op een tafeltoets.
Zoek je delen met rest of grote deelsommen? Die staan bij deelsommen oefenen.
Keertafel en deeltafel: een familie van vier sommen
Bij drie getallen horen altijd vier sommen. Neem 4, 7 en 28:
- 4 × 7 = 28
- 7 × 4 = 28
- 28 : 4 = 7
- 28 : 7 = 4
Op school heet dit soms een sommenfamilie of tafelfamilie. Als je kind dat ziet, hoeft het voor de deeltafels bijna niets nieuws te leren. Het vraagt zich bij 28 : 7 af: hoeveel keer 7 is 28?
Daarom is het zinnig om de deeltafels pas goed te oefenen als de keertafel van hetzelfde getal vlot gaat. Per tafel vind je het rijtje en een trucje bij tafels oefenen, bijvoorbeeld bij de tafel van 7.
Hardop denken bij 54 : 9
"Hoeveel keer 9 is 54? 5 × 9 = 45, 6 × 9 = 54. Dus 54 : 9 = 6."
De deeltafels van 1 tot en met 10
Hier staan alle deeltafels op een rij, met een trucje dat helpt als het antwoord niet meteen komt. De trucjes zijn een hulpmiddel. Het doel is dat je kind de deelsommen uiteindelijk gewoon weet.
| Deeltafel | Het rijtje | Handig trucje |
|---|---|---|
| 1 | 1 : 1 = 1, 2 : 1 = 2, 3 : 1 = 3, 4 : 1 = 4, 5 : 1 = 5, 6 : 1 = 6, 7 : 1 = 7, 8 : 1 = 8, 9 : 1 = 9, 10 : 1 = 10 | Delen door 1: het getal blijft hetzelfde. |
| 2 | 2 : 2 = 1, 4 : 2 = 2, 6 : 2 = 3, 8 : 2 = 4, 10 : 2 = 5, 12 : 2 = 6, 14 : 2 = 7, 16 : 2 = 8, 18 : 2 = 9, 20 : 2 = 10 | Delen door 2 is de helft nemen. |
| 3 | 3 : 3 = 1, 6 : 3 = 2, 9 : 3 = 3, 12 : 3 = 4, 15 : 3 = 5, 18 : 3 = 6, 21 : 3 = 7, 24 : 3 = 8, 27 : 3 = 9, 30 : 3 = 10 | Zeg de tafel van 3 op tot je bij het getal bent. Tel hoeveel stappen het waren. |
| 4 | 4 : 4 = 1, 8 : 4 = 2, 12 : 4 = 3, 16 : 4 = 4, 20 : 4 = 5, 24 : 4 = 6, 28 : 4 = 7, 32 : 4 = 8, 36 : 4 = 9, 40 : 4 = 10 | Twee keer de helft: 28 → 14 → 7. |
| 5 | 5 : 5 = 1, 10 : 5 = 2, 15 : 5 = 3, 20 : 5 = 4, 25 : 5 = 5, 30 : 5 = 6, 35 : 5 = 7, 40 : 5 = 8, 45 : 5 = 9, 50 : 5 = 10 | Eerst het dubbele, dan delen door 10: 35 → 70 → 7. |
| 6 | 6 : 6 = 1, 12 : 6 = 2, 18 : 6 = 3, 24 : 6 = 4, 30 : 6 = 5, 36 : 6 = 6, 42 : 6 = 7, 48 : 6 = 8, 54 : 6 = 9, 60 : 6 = 10 | Eerst de helft, dan delen door 3: 42 → 21 → 7. |
| 7 | 7 : 7 = 1, 14 : 7 = 2, 21 : 7 = 3, 28 : 7 = 4, 35 : 7 = 5, 42 : 7 = 6, 49 : 7 = 7, 56 : 7 = 8, 63 : 7 = 9, 70 : 7 = 10 | Denk aan 5 × 7 = 35. Ligt het getal hoger, tel dan zevens verder: 42 is 35 + 7, dus 42 : 7 = 6. |
| 8 | 8 : 8 = 1, 16 : 8 = 2, 24 : 8 = 3, 32 : 8 = 4, 40 : 8 = 5, 48 : 8 = 6, 56 : 8 = 7, 64 : 8 = 8, 72 : 8 = 9, 80 : 8 = 10 | Drie keer de helft: 56 → 28 → 14 → 7. |
| 9 | 9 : 9 = 1, 18 : 9 = 2, 27 : 9 = 3, 36 : 9 = 4, 45 : 9 = 5, 54 : 9 = 6, 63 : 9 = 7, 72 : 9 = 8, 81 : 9 = 9, 90 : 9 = 10 | Het antwoord is 1 meer dan het cijfer van de tientallen: 63 : 9 = 7, want 6 + 1 = 7. |
| 10 | 10 : 10 = 1, 20 : 10 = 2, 30 : 10 = 3, 40 : 10 = 4, 50 : 10 = 5, 60 : 10 = 6, 70 : 10 = 7, 80 : 10 = 8, 90 : 10 = 9, 100 : 10 = 10 | Haal de 0 achteraan weg: 70 : 10 = 7. |
In welke volgorde leer je de deeltafels?
De meeste rekenmethodes beginnen met de makkelijke deeltafels en houden de volgorde van de keertafels aan:
- Deeltafel van 2, 10 en 5. Halveren, een 0 weghalen en de helft van 10 zijn vertrouwd.
- Deeltafel van 3 en 4. Bij 4 helpt twee keer halveren.
- Deeltafel van 6, 9 en 8. Elk met een eigen trucje uit de tabel hierboven.
- Deeltafel van 7. Meestal de lastigste, omdat er geen handig trucje voor is.
Daarna oefen je ze door elkaar. Dan blijkt pas echt of je kind ze kent. Een rijtje opzeggen is iets anders dan 56 : 8 los weten.
Deeltafels met rest
Niet elke deelsom komt precies uit. 30 : 7 staat niet in de deeltafel van 7. Dan zoek je het grootste getal uit de tafel dat erin past: 28. Dat is 4 keer 7, en er blijft 2 over. Dus 30 : 7 = 4 rest 2.
Delen met rest komt meestal in groep 5, als de deeltafels goed gaan. Oefenen met rest kan bij deelsommen oefenen. Wie de deeltafels vlot kent, heeft daar veel aan, en later ook bij de staartdeling.
Werkbladen deeltafels
Een werkblad per groepje deeltafels en een met alles door elkaar. Print ze in zwart-wit, de antwoorden staan op de tweede pagina.
- Deeltafel van 2, 5 en 10groep 4, pdf met antwoordenGratis printen
- Deeltafel van 3 en 4groep 4, pdf met antwoordenGratis printen
- Deeltafel van 6 en 7groep 5, pdf met antwoordenGratis printen
- Deeltafel van 8 en 9groep 5, pdf met antwoordenGratis printen
- Alle deeltafelsgroep 5 en 6, pdf met antwoordenGratis printen
Deeltafels: wat leert je kind in welke groep?
- Groep 4Eerlijk verdelen met plaatjes en de deeltafels van 2, 3, 4, 5 en 10, naast de keertafels van die getallen.
- Groep 5De deeltafels van 6, 7, 8 en 9, alle deeltafels door elkaar en delen met rest.
Een deeltafel komt meestal kort na de keertafel van hetzelfde getal.
Lastige punten bij de deeltafels
- Het rijtje opzeggen om bij het antwoord te komen. Bij 56 : 8 telt je kind 8, 16, 24 ... en verliest de tel. Oefen daarom ook door elkaar, zodat je kind de som los leert.
- Een getal uit de tafel noemen in plaats van het antwoord. Bij 42 : 6 zegt je kind 36 of 48, omdat die in de tafel van 6 staan. Laat je kind de deelsom eerst hardop omzetten: hoeveel keer 6 is 42?
- De deeltafel van 7 en 8 blijft lang lastig. 56 : 7 en 56 : 8 lijken op elkaar. Oefen die twee samen, met de sommenfamilie 7 × 8 = 56.
- Delen door 1 en door het getal zelf. 9 : 1 en 9 : 9 lijken simpel, maar kinderen draaien ze om. Delen door 1 laat het getal hetzelfde, delen door zichzelf geeft 1.
Zo oefen je de deeltafels thuis
- Oefen keer en delen samen. Vraag 6 × 7, en meteen daarna 42 : 6. Zo groeit de familie in het hoofd van je kind.
- Laat je kind echt verdelen: 24 knikkers over 4 bekers, of 18 snoepjes voor 3 kinderen. Hoeveel krijgt ieder?
- Maak kaartjes met de deelsommen die nog niet lukken. Wat drie dagen achter elkaar goed gaat, mag van de stapel.
- Wil je kind de deeltafels als spel oefenen, met een klok? Kijk dan bij tafelspelletjes. Voor een echte toets met keer en delen door elkaar is er het tafeldiploma.

Tafelpakket groep 5
De tafels van 6, 7, 8 en 9 in vijf weken. Elke dag een kort onderdeel, met uitleg voor jou en alle antwoorden.
Veelgestelde vragen over de deeltafels
Wat zijn deeltafels?
Deeltafels zijn de tafels andersom. Bij de keertafel van 6 hoort 4 × 6 = 24, bij de deeltafel van 6 hoort 24 : 6 = 4. Elke deeltafel heeft tien sommen, van 6 : 6 = 1 tot 60 : 6 = 10.
Moet mijn kind eerst de keertafels kennen?
Dat helpt wel. Wie 7 × 8 = 56 weet, kan 56 : 8 snel vinden. Veel scholen leren keer- en deeltafels tegelijk, maar thuis werkt het meestal het best als de keertafel van dat getal al vlot gaat.
In welke groep leer je de deeltafels?
De deeltafels van 2, 3, 4, 5 en 10 komen meestal in groep 4. De deeltafels van 6, 7, 8 en 9 volgen in groep 5. Aan het eind van groep 5 moeten ze op veel scholen allemaal vlot gaan.
Wat is het verschil tussen deeltafels en deelsommen?
Deeltafels zijn de vaste rijtjes van de tafels, zoals 63 : 9 = 7. Deelsommen is breder: daar horen ook sommen met rest bij, zoals 65 : 9 = 7 rest 2, en grote deelsommen zoals 84 : 4. De deeltafels zijn daarvoor de basis.
Past hier ook bij
Alles van rekenen vind je op rekenen oefenen. Per groep: groep 4 en groep 5.




