Pakketten

Staartdeling: stap voor stap

Een staartdeling is een deelsom die je onder elkaar uitrekent, cijfer voor cijfer. Hieronder zie je hoe het gaat, met de stappen die op school worden gebruikt, wat je doet bij een 0, een rest of een komma, en hoe het zit met de hapmethode.

Liever op papier? Gratis werkbladen om te printen

Meestal in groep 5 tot en met 8

Staartdelingen oefenen

Pak een kladblaadje met ruitjes en maak de staartdeling. Typ daarna het antwoord. Bij een fout krijg je een tip.

Vraag 10 goed

Rekenpakket per groep: Voor dit onderwerp: het pakket van groep 5 tot en met 8. Zes weken met een plan, uitleg voor jou en alle antwoorden, € 6,95.Groep 5Groep 6Groep 7Groep 8

Het belangrijkste over de staartdeling

Bij een staartdeling deel je een groot getal in kleine stukjes. Je kijkt steeds hoe vaak de deler in een deel van het getal past, schrijft dat op, trekt af en haalt het volgende cijfer naar beneden.

  • Groep 6: de eerste deelsommen onder elkaar, vaak met de hapmethode.
  • Groep 7: de staartdeling of cijferend delen, ook met rest en met een komma.
  • Groep 8: delen door getallen van twee cijfers en veel herhalen voor de doorstroomtoets.

Welke manier je kind leert, verschilt per school. Vraag het even na, zodat je thuis hetzelfde doet.

Zo schrijf je een staartdeling op

In Nederland zetten veel scholen de staartdeling zo neer: links de deler, dan een schuine streep, het getal dat je deelt, nog een schuine streep, en rechts het antwoord. Wat je aftrekt, schrijf je eronder. Zo groeit er een "staart" naar beneden, en daar komt de naam vandaan.

Sommige scholen gebruiken een haak of zetten het antwoord bovenaan. Dat maakt voor het rekenen niets uit. Kijk in het schrift van je kind hoe het daar gaat.

Wat je kind nodig heeft voor een staartdeling:

  • de tafels van 1 tot en met 10, vlot en uit het hoofd;
  • aftrekken onder elkaar, zie cijferend aftrekken;
  • weten wat een rest is, zoals bij 23 : 4 = 5 rest 3. Dat oefen je bij deelsommen oefenen.

Staartdeling stap voor stap: 756 : 6

6 /756\ 126
−6
15
−12
36
−36
0
  1. Schat eerst. 6 × 100 = 600 en 6 × 200 = 1200. Het antwoord ligt dus tussen 100 en 200.
  2. Begin links. Hoe vaak past 6 in 7? Eén keer. Schrijf 1 in het antwoord. 1 × 6 = 6, en 7 − 6 = 1.
  3. Haal het volgende cijfer naar beneden. De 5 komt naast de 1. Nu heb je 15. 6 past twee keer in 15. Schrijf 2 in het antwoord. 2 × 6 = 12, en 15 − 12 = 3.
  4. Herhaal. Haal de 6 naar beneden: 36. 6 × 6 = 36, dus schrijf 6 in het antwoord. 36 − 36 = 0.
  5. Klaar en controleren. Er zijn geen cijfers meer en er blijft 0 over. 756 : 6 = 126. Controle: 126 × 6 = 756.

Het rijtje is steeds hetzelfde: hoe vaak past het, keer, min, cijfer erbij. Veel kinderen zeggen het hardop terwijl ze rekenen.

Een 0 in het antwoord

Hier gaan de meeste staartdelingen mis. Neem 618 : 6.

  1. 6 past één keer in 6. Schrijf 1 op. 6 − 6 = 0.
  2. Haal de 1 naar beneden. 6 past niet in 1. Schrijf dan een 0 in het antwoord.
  3. Haal de 8 erbij: 18. 6 past drie keer in 18. Schrijf 3 op. 18 − 18 = 0.

Het antwoord is 103, en niet 13. Wie eerst schat, ziet de fout meteen: 618 : 6 is iets meer dan 100. Een antwoord van 13 kan dus niet kloppen.

Vuistregel

Elke keer dat je een cijfer naar beneden haalt, schrijf je een cijfer in het antwoord. Past de deler niet, dan is dat cijfer een 0.

Staartdeling met rest en met een komma

Met rest: 437 : 4

4 past één keer in 4, rest 0. Haal de 3 erbij: 4 past niet in 3, dus een 0 in het antwoord. Haal de 7 erbij: 37. 4 past negen keer in 37, want 9 × 4 = 36. Er blijft 1 over.

Het antwoord is 109 rest 1. Controle: 109 × 4 = 436, plus de rest 1 is 437. De rest is altijd kleiner dan de deler. Is hij groter, dan past de deler er nog een keer in.

Verder delen achter de komma

Vanaf groep 7 deel je vaak verder. Je zet een komma in het antwoord en schrijft 437 als 437,0. Dan haal je de 0 naar beneden.

  • Rest 1 wordt 10. 4 past twee keer in 10, er blijft 2 over.
  • Haal nog een 0 naar beneden: 20. 4 past vijf keer in 20, er blijft 0 over.

437 : 4 = 109,25. Bij geld is dat handig: vier vrienden die € 437 delen, krijgen elk € 109,25. Meer over rekenen met de komma vind je bij kommagetallen.

Cijferend delen, kolomsgewijs delen en de hapmethode

Scholen gebruiken verschillende woorden voor delen onder elkaar. Staartdeling en cijferend delen zijn hetzelfde: je deelt cijfer voor cijfer, van links naar rechts, zoals hierboven. Het is de laatste stap van cijferend rekenen, na plus, min en keer.

Kolomsgewijs delen heet op veel scholen de hapmethode. Daarbij haal je steeds een grote hap van het getal af, met een hulprijtje, en tel je aan het eind de happen op. Veel scholen beginnen in groep 6 met de hapmethode en stappen later over op de staartdeling, omdat die korter is.

Delen door een getal van twee cijfers

In groep 7 en 8 wordt de deler groter, zoals bij 552 : 23. Dan weet je niet meer uit je hoofd hoe vaak het past. Een hulprijtje helpt:

Keer23
1 ×23
2 ×46
5 ×115
10 ×230
20 ×460
  1. 23 past niet in 5. Neem daarom 55. 23 past twee keer in 55 (2 × 23 = 46). Schrijf 2 op. 55 − 46 = 9.
  2. Haal de 2 naar beneden: 92. Hoe vaak past 23 in 92? 4 × 23 = 92, dus 4 keer. 92 − 92 = 0.

552 : 23 = 24. Controle met cijferend vermenigvuldigen: 24 × 23 = 552.

Staartdelingen werkbladen

Elk werkblad heeft ruitjes naast de sommen, zodat je kind de staartdeling netjes kan opschrijven. De antwoorden staan op de tweede pagina.

Staartdeling: in welke groep?

  • Groep 5Nog geen staartdeling. Wel deelsommen uit de tafels en delen met rest, zoals 23 : 4 = 5 rest 3. Dat is de basis.
  • Groep 6Cijferend delen begint: kleine deelsommen onder elkaar, zoals 84 : 4 en 384 : 8. Vaak eerst met de hapmethode.
  • Groep 7De staartdeling of de hapmethode met grotere getallen, een 0 in het antwoord, delen met rest en verder delen achter de komma.
  • Groep 8Delen door getallen van twee cijfers, delen met geld en kommagetallen, en veel herhalen voor de doorstroomtoets.

Waar kinderen bij de staartdeling vaak op vastlopen

  • De 0 in het antwoord vergeten, zoals 13 in plaats van 103 bij 618 : 6. Laat je kind altijd eerst schatten hoe groot het antwoord ongeveer is.
  • Een rest die groter is dan de deler. Bij 37 : 4 schrijft je kind 8 met rest 5. Vraag dan: past 4 nog een keer in 5? Dan was 8 te weinig.
  • Rekenfouten bij het aftrekken. De staartdeling klopt, maar 15 − 12 wordt 2. Laat je kind elk tussenstapje rustig opschrijven, en niet in het hoofd doen.
  • De tafels gaan nog niet vlot. Dan kost elke stap veel tijd en raakt je kind de draad kwijt. Oefen de tafels apart, los van de staartdeling.

Tips om thuis met de staartdeling te oefenen

  • Vraag je kind om een staartdeling aan jou uit te leggen. Wie het kan uitleggen, snapt het echt. En jij ziet meteen hoe het op school gaat.
  • Laat elke deelsom controleren met een keersom. 126 × 6 moet weer 756 zijn. Zo leert je kind zijn eigen fouten vinden.
  • Gebruik ruitjespapier: één cijfer per hokje. Dan blijven de getallen netjes onder elkaar staan.
  • Kies sommen uit het dagelijks leven: 3 kinderen verdelen € 147, of 225 stoelen in rijen van 9. Dat geeft een reden om te rekenen.
  • Gaan de tafels nog niet vlot? Oefen die eerst bij tafels oefenen. Daarna gaat de staartdeling veel sneller.
Rekenpakket per groep: Voor dit onderwerp: het pakket van groep 5 tot en met 8. Zes weken met een plan, uitleg voor jou en alle antwoorden, € 6,95.Groep 5Groep 6Groep 7Groep 8

Wat ouders vragen over de staartdeling

Hoe maak je een staartdeling?

Je begint links. Kijk hoe vaak de deler past in het eerste cijfer, of in de eerste twee cijfers. Schrijf dat in het antwoord, vermenigvuldig, trek af en haal het volgende cijfer naar beneden. Herhaal dat tot alle cijfers op zijn. Wat dan overblijft, is de rest.

Wat is cijferend delen?

Cijferend delen is een ander woord voor de staartdeling: je deelt cijfer voor cijfer, van links naar rechts. Kolomsgewijs delen is iets anders. Daarmee bedoelen scholen meestal de hapmethode, waarbij je steeds een grote hap van het getal afhaalt.

Ik heb de staartdeling vroeger anders geleerd. Wat nu?

De ouderwetse staartdeling werkt hetzelfde, alleen de manier van opschrijven kan verschillen. Laat je kind de manier van school voordoen en volg die. Het antwoord is altijd hetzelfde, dus nakijken kun je zeker.

Leren kinderen de staartdeling nog?

Op veel scholen leren kinderen eerst de hapmethode. Een deel van de scholen leert in groep 7 of 8 daarna ook de staartdeling. Vraag de leerkracht welke manier op jouw school wordt gebruikt.

Hoe controleer je een staartdeling?

Vermenigvuldig het antwoord met de deler. Bij 552 : 23 = 24 reken je 24 × 23 = 552. Is er een rest, dan tel je die erbij op. Komt het oorspronkelijke getal eruit, dan klopt de deling.

Verder oefenen

Alles van rekenen vind je op rekenen oefenen. Per groep: groep 5, groep 6, groep 7 en groep 8.