Leestekens en hoofdletters oefenen
Leestekens en hoofdletters zie je pas als ze ontbreken. Per leesteken staat hieronder wanneer je het gebruikt, van de punt in groep 3 tot de apostrof in groep 8.
Liever op papier? Gratis werkbladen om te printen
Meestal in groep 3 tot en met 8
Leestekens oefenen
Kies wat je wilt oefenen. Bij een fout krijg je een tip.
Leestekens en hoofdletters in het kort
- Punt, vraagteken, uitroepteken: aan het eind van een zin. Groep 3 en 4.
- Hoofdletter: aan het begin van een zin en bij namen. Vanaf groep 3.
- Komma: bij een opsomming, als je iemand aanspreekt en tussen twee werkwoorden. Groep 5 en 6.
- Aanhalingstekens en dubbele punt: als iemand iets zegt. Groep 5 tot en met 8.
- Apostrof: auto's, oma's tuin en 's morgens. Groep 7 en 8.
Punt, vraagteken en uitroepteken
Elke zin eindigt met een leesteken. Welk leesteken, hangt af van wat je zegt.
- Een punt zet je achter een gewone zin: Ik heb een hond.
- Een vraagteken zet je achter een vraag: Heb jij een hond?
- Een uitroepteken zet je als je iets roept of als je heel blij, boos of geschrokken bent: Au, dat doet pijn!
Na het leesteken begint de volgende zin met een hoofdletter.
Hoofdletters: wanneer wel en wanneer niet?
Een hoofdletter schrijf je:
- aan het begin van een zin;
- bij namen van mensen en dieren: Daan, Bobbie;
- bij namen van plaatsen, landen, rivieren en zeeën: Utrecht, België, de Rijn, de Noordzee;
- bij talen en bij mensen uit een land: Frans, de Belgen.
Geen hoofdletter krijgen de dagen, de maanden en de seizoenen: maandag, juli, de zomer. Ook woorden als oma, juf en meester niet, behalve aan het begin van een zin: oma Lies, juf Fatima.
Op zaterdag gaan we met oma Lies naar Zwolle.
De komma
Een komma laat zien waar je even pauzeert. Kinderen leren vier regels:
- Opsomming: tussen dingen die je achter elkaar noemt. Voor en komt geen komma: appels, peren en bananen.
- Aanspreken: als je iemand aanspreekt: Sam, kom je eten?
- Ja, nee en uitroepen: Ja, ik kom zo. Hè, wat jammer.
- Twee werkwoorden naast elkaar: als twee stukjes zin elk een eigen werkwoord hebben: Als het regent, blijven we binnen.
Aanhalingstekens en de dubbele punt
Met aanhalingstekens laat je zien wat iemand precies zegt. Staat eerst wie het zegt, dan komt er een dubbele punt voor. Het eerste woord dat iemand zegt, krijgt een hoofdletter. Het leesteken staat binnen de aanhalingstekens.
Staat wie het zegt achteraan, dan wordt de punt een komma. Daarna ga je verder met een kleine letter.
Een dubbele punt zet je ook voor een opsomming of een uitleg: Neem mee: een jas, een muts en een sjaal.
Tim zei: "Ik kom morgen."
"Ik kom morgen," zei Tim.
"Kom je ook?" vroeg Lisa.
De apostrof
Een apostrof (') is het hoge kommaatje. In groep 7 en 8 leren kinderen drie plekken:
- bij een meervoud op een lange klank: auto's, foto's, baby's;
- bij bezit, als de naam eindigt op een lange klank: oma's tuin, Lisa's jas. Maar zonder apostrof: Sams fiets;
- bij een stukje dat is weggelaten: 's morgens, 's avonds.
Gratis werkbladen leestekens en hoofdletters
Om te printen, in zwart-wit. De antwoorden staan op de laatste pagina.
- Punt, vraagteken en uitroeptekengroep 3 en 4, pdf met antwoordenGratis printen
- Hoofdlettersgroep 3 tot en met 5, pdf met antwoordenGratis printen
- Kommagroep 5 en 6, pdf met antwoordenGratis printen
- Aanhalingstekensgroep 5 tot en met 8, pdf met antwoordenGratis printen
Welke leestekens in welke groep?
- Groep 3De punt, de hoofdletter aan het begin van een zin en bij namen.
- Groep 4Het vraagteken en het uitroepteken, en hoofdletters bij plaatsen en landen.
- Groep 5De komma bij een opsomming en de eerste aanhalingstekens.
- Groep 6Alle kommaregels, de dubbele punt en aanhalingstekens.
- Groep 7De apostrof bij meervoud en bezit, en aanhalingstekens met wie het zegt achteraan.
- Groep 8Alles door elkaar, ook in eigen teksten.
Hier gaat het vaak mis bij leestekens en hoofdletters
- Kinderen zetten een komma voor en in een opsomming. Zeg erbij: op de plek van en komt geen komma, de en doet het werk al.
- Dagen en maanden krijgen vaak een hoofdletter: Maandag, Juli. Leg uit dat alleen namen van mensen, dieren, plaatsen en landen een hoofdletter krijgen.
- Bij aanhalingstekens staat de punt buiten de aanhalingstekens. Laat zien dat alles wat iemand zegt, ook het leesteken, binnen de aanhalingstekens staat.
- Kinderen zetten een apostrof bij elk meervoud op -s: tafel's. Alleen na een lange klank zoals a, o, u of i komt er een apostrof.
Zo oefen je leestekens en hoofdletters thuis
- Laat je kind een kort verhaaltje of een kaartje schrijven en lees het samen na. Zijn alle hoofdletters en punten er?
- Lees samen een stripboek. In strips zie je veel vraagtekens, uitroeptekens en aanhalingstekens.
- Lees een zin voor en laat je kind raden welk leesteken erachter komt: vraag, roep of gewone zin?
- Schrijf een boodschappenlijstje als zin. Laat je kind de komma's zetten.
Veelgestelde vragen over leestekens en hoofdletters
Wanneer leert mijn kind leestekens?
In groep 3 komen de punt en de hoofdletter. In groep 4 het vraagteken en het uitroepteken. De komma en aanhalingstekens volgen in groep 5 en 6. De apostrof komt meestal in groep 7 en 8. Dit verschilt per methode.
Krijgen dagen en maanden een hoofdletter?
Nee. Maandag, juli en zomer schrijf je met een kleine letter, behalve als ze aan het begin van een zin staan. Namen van feestdagen, zoals Pasen, krijgen wel een hoofdletter.
Komt er een komma voor en?
In een opsomming niet: appels, peren en bananen. Soms wel als er na en een nieuw stukje zin met een eigen werkwoord komt, maar dat leren kinderen pas later.
Waar staat de punt bij aanhalingstekens?
Binnen de aanhalingstekens: Tim zei: "Ik kom morgen." Staat wie het zegt achteraan, dan wordt de punt een komma: "Ik kom morgen," zei Tim.
Past hier ook bij
Alles van taal vind je op taal oefenen. Per groep: groep 3, groep 4, groep 5, groep 6, groep 7 en groep 8.



