Pakketten

Begrijpend lezen groep 5

Bij begrijpend lezen in groep 5 worden de teksten langer en moet je kind vaker zelf een verband leggen. Oefen hieronder met verhalen, informatieve teksten, een advertentie en een recept.

Liever op papier? Gratis werkbladen om te printen

Begrijpend lezen groep 5 oefenen

Lees de tekst goed en kies het goede antwoord. Je mag de tekst steeds teruglezen. Bij een fout krijg je een tip.

Vraag 10 goed

Leespakket groep 5 Zes weken met een plan, uitleg voor jou en alle antwoorden. € 6,95Bekijk pakket

Het belangrijkste over begrijpend lezen in groep 5

In groep 5 leest je kind teksten met meer alinea's. Je kind leert letten op signaalwoorden, zoals want, maar en daarom. Ook komen verwijswoorden aan bod: wie is hij? En je kind leert de betekenis van een woord uit de tekst te halen.

Wat oefent je kind in groep 5?

In groep 5 lezen kinderen langere teksten. Ze zoeken nog steeds antwoorden terug, maar moeten nu ook zelf verbanden leggen.

  • Signaalwoorden: want en omdat (reden), maar en toch (tegenstelling), daarom en daardoor (gevolg), eerst en daarna (volgorde).
  • Verwijswoorden: woorden als hij, zij, die en daar. Waar verwijzen ze naar?
  • Woordbetekenis: een woord snappen door de zinnen eromheen te lezen.
  • Alinea's: elke alinea gaat over één stukje van het onderwerp.
  • Tekstsoorten: verhalen, informatieve teksten, advertenties en recepten.

Meer over signaalwoorden en de leesstrategieën die scholen gebruiken, lees je bij begrijpend lezen.

Verwijswoorden: wie is "hij"?

Verwijswoorden zijn een vaste vraag op toetsen. Je kind moet dan terugkijken in de tekst. Meestal staat het antwoord in de zin ervoor.

"De conciërge doet net de deur op slot. "Zoek je dit?" vraagt hij."

Wie is hij? Kijk in de zin ervoor: de conciërge.

Een woord snappen zonder woordenboek

Kinderen komen in groep 5 steeds meer nieuwe woorden tegen. Op school heet dit ophelderen: lees de zin ervoor en erna. Vaak staat er een hint. Bij "Haar hart begint te bonzen" helpt het dat Lotte net geschrokken is. Dan kun je raden dat bonzen snel en hard kloppen is.

Gratis werkbladen begrijpend lezen groep 5

Een tekst met vragen om te printen. Je kind zet een kringetje om het goede antwoord. De antwoorden staan op de laatste pagina.

Lastige punten bij begrijpend lezen in groep 5

  • Je kind kiest een antwoord dat het zelf al wist, maar dat niet in de tekst staat. Leer je kind: het antwoord moet uit de tekst komen.
  • Verwijswoorden worden overgeslagen. Vraag bij elk "hij" of "die" eens: "Wie bedoelen ze hier?"
  • Bij informatieve teksten haken kinderen af als het onderwerp onbekend is. Praat er vooraf even over: wat weet je al van kamelen?

Tips om thuis met begrijpend lezen in groep 5 te oefenen

  • Lees samen een stukje en wijs de signaalwoorden aan. Vraag: "Wat komt er na want?"
  • Laat je kind een recept voorlezen terwijl jullie samen koken. Zo oefent het lezen met stappen.
  • Vraag na een hoofdstuk uit een leesboek: "Wat was het belangrijkste dat gebeurde?" Zo oefent je kind samenvatten.
Voorkant van het leespakket groep 5

Leespakket groep 5

Twaalf nieuwe teksten met vragen, signaalwoorden en verwijswoorden in zes weken. Elke dag een kort onderdeel, met uitleg voor jou en alle antwoorden.

Wat ouders vragen over begrijpend lezen in groep 5

Wat leert mijn kind bij begrijpend lezen in groep 5?

Je kind leest langere teksten met meer alinea's. Het leert signaalwoorden en verwijswoorden herkennen, en de betekenis van woorden uit de tekst halen. Ook leert het verschillende soorten teksten kennen.

Wat zijn verwijswoorden?

Verwijswoorden zijn woorden als hij, zij, die, dat en daar. Ze verwijzen naar iets wat eerder in de tekst staat. Op toetsen moet je kind vaak aangeven wie of wat er met zo'n woord wordt bedoeld.

Mijn kind snapt de tekst, maar maakt toch fouten. Hoe kan dat?

Vaak leest je kind de vraag of de antwoorden niet goed. Bij meerkeuzevragen lijken de foute antwoorden soms erg op het goede. Leer je kind alle antwoorden te lezen en terug te zoeken in de tekst.

Hoe lang zijn de teksten in groep 5?

Meestal zo'n 100 tot 150 woorden, verdeeld over een paar alinea's. In de ene methode zijn ze wat korter dan in de andere.

Verder oefenen

Alles van lezen vind je op lezen oefenen. Per groep: groep 5.