Pakketten

Begrijpend lezen groep 6

Begrijpend lezen in groep 6 gaat over de hoofdzaak, figuurlijke taal en het doel van de schrijver. Veel kinderen merken nu dat alleen terugzoeken niet meer genoeg is. Hieronder staan oefeningen bij zes teksten, met de antwoorden, en twee werkbladen om te printen.

Liever op papier? Gratis werkbladen om te printen

Oefeningen begrijpend lezen groep 6

Lees de tekst goed en kies het goede antwoord. Je mag de tekst steeds teruglezen. Bij een fout krijg je een tip.

Vraag 10 goed

Leespakket groep 6 Zes weken met een plan, uitleg voor jou en alle antwoorden. € 6,95Bekijk pakket

Kort uitgelegd: begrijpend lezen in groep 6

In groep 6 leert je kind de hoofdzaak van een tekst te vinden en die samen te vatten. Je kind leert ook wat figuurlijke taal is, zoals "knieën als pudding". En het leert waarom een tekst is geschreven: om te informeren, te overtuigen, te amuseren of iets uit te leggen.

Wat oefent je kind in groep 6?

In groep 6 worden teksten langer en komen er meer soorten vragen. Kinderen moeten vaker zelf nadenken over wat de schrijver bedoelt.

  • Hoofdzaak en bijzaak: wat is het belangrijkste, en wat is extra informatie?
  • Samenvatten: de tekst in een paar zinnen navertellen.
  • Figuurlijke taal: uitdrukkingen die je niet letterlijk moet nemen.
  • Het doel van de schrijver: informeren, overtuigen, amuseren of instrueren.
  • Alinea's: in welke alinea staat iets?
  • Verbanden: oorzaak en gevolg, met signaalwoorden als want, daarom en daardoor.

De vier leesstrategieën en een lijst met signaalwoorden staan bij begrijpend lezen.

Hoofdzaak en bijzaak

De hoofdzaak is waar de tekst vooral over gaat. Bijzaken zijn leuke of handige details, maar je hebt ze niet nodig om de tekst te snappen. Op school leren kinderen eerst per alinea de hoofdzaak te vinden. Samen vormen die de samenvatting.

Tekst: Eb en vloed op het wad

Hoofdzaak: twee keer per dag valt een groot deel van de Waddenzee droog, door eb en vloed.

Bijzaak: zeehonden rusten graag op de droge platen.

Figuurlijke taal

Bij figuurlijke taal bedoelt de schrijver iets anders dan er letterlijk staat. "Zijn knieën voelen als pudding" betekent niet dat Bram pudding in zijn benen heeft. Het betekent dat hij erg zenuwachtig is. Kinderen leren uit het verhaal af te leiden wat de schrijver bedoelt. Wil je meer oefenen met zulke uitdrukkingen? Kijk bij spreekwoorden en gezegden.

Begrijpend lezen groep 6 werkbladen, met antwoorden

Een tekst met vragen om te printen. Je kind zet een kringetje om het goede antwoord. De antwoorden staan op de laatste pagina.

Veelgemaakte fouten bij begrijpend lezen in groep 6

  • Figuurlijke taal letterlijk nemen. Vraag je kind: "Bedoelt de schrijver dat echt, of wil hij iets anders zeggen?"
  • Bij een samenvatting alles opnoemen. Help je kind kiezen: "Wat moet iemand echt weten om de tekst te snappen?"
  • Vragen als "In welke alinea staat ..." Kinderen vergeten te tellen. Laat je kind de alinea's eerst nummeren met een potlood.

Thuis aan de slag met begrijpend lezen in groep 6

  • Lees samen een nieuwsbericht voor kinderen en vraag: "Wat is het belangrijkste dat je nu weet?"
  • Verzamel samen uitdrukkingen die jullie horen, zoals "door de grond zakken". Wat betekenen ze echt?
  • Kijk bij een tekst eerst samen naar het soort tekst. Is het een verhaal, een recept of reclame? Waarom heeft iemand het geschreven?
Voorkant van het leespakket groep 6

Leespakket groep 6

Twaalf nieuwe teksten met vragen, figuurlijke taal, signaalwoorden en de hoofdgedachte in zes weken. Elke dag een kort onderdeel, met uitleg voor jou en alle antwoorden.

Vragen over begrijpend lezen in groep 6

Wat leert mijn kind bij begrijpend lezen in groep 6?

Vooral de hoofdzaak van een tekst vinden en die samenvatten. Daarnaast komen figuurlijke taal en het doel van de schrijver aan bod, en informatie terugzoeken in de goede alinea.

Wat is het verschil tussen hoofdzaak en bijzaak?

De hoofdzaak is waar de tekst vooral over gaat. Een bijzaak is een detail dat je niet per se nodig hebt om de tekst te snappen. Wie hoofdzaken herkent, kan een tekst beter samenvatten.

Wat is figuurlijke taal?

Bij figuurlijke taal bedoel je iets anders dan je letterlijk zegt. "Ik zit in de put" betekent: ik ben verdrietig. Kinderen moeten uit de tekst afleiden wat er bedoeld wordt.

Helpt het lezen van boeken ook bij begrijpend lezen?

Vaak wel. Wie veel leest, komt nieuwe woorden tegen en ziet hoe verhalen in elkaar zitten. Praat na het lezen even samen: wat was het belangrijkste dat er gebeurde? Dat is oefenen met de hoofdzaak, en het helpt ook als je kind een boekverslag moet schrijven. Bovendien groeit zo de woordenschat.

Hoe lang zijn de teksten in groep 6?

Vaak tussen de 130 en 200 woorden, verdeeld over een paar alinea's. Op toetsen zijn ze soms langer.

Hierna oefenen

Alles van lezen vind je op lezen oefenen. Per groep: groep 6.