Breuken delen
Breuken delen is voor veel kinderen de lastigste stap met breuken. Het wordt een stuk makkelijker als je kind bij elke som één vraag stelt: hoe vaak past het erin? Hieronder lees je hoe dat werkt en oefent je kind op vier niveaus.
Liever op papier? Gratis werkbladen om te printen
Meestal in groep 7 en 8
Breuken delen oefenen
Typ een heel getal of een breuk met een schuine streep, zo eenvoudig mogelijk. Bij een fout krijg je een tip.
Breuken delen in het kort
- Heel getal : breuk. Hoe vaak past het erin? 3 : 1/4 = 12, want in 3 hele passen 12 kwarten.
- Breuk : heel getal. Eerlijk verdelen: 3/4 : 3 = 1/4.
- Breuk : breuk. Eerst gelijknamig maken, dan de tellers delen: 3/4 : 1/8 = 6/8 : 1/8 = 6.
Breuken delen: hoe vaak past het erin?
Een deelsom kun je altijd lezen als een vraag: hoe vaak past het tweede getal in het eerste? 12 : 3 betekent: hoe vaak past 3 in 12? Precies zo werkt het met breuken.
3 : 1/4 betekent: hoe vaak past een kwart in 3? In één hele pizza zitten 4 kwarten. In 3 pizza's zitten er dus 12. Het antwoord is 12.
Dat het antwoord groter is dan 3 vinden kinderen vaak raar. Bij gewone deelsommen wordt het antwoord kleiner. Maar als je deelt door iets dat kleiner is dan 1, passen er juist veel stukjes in.
Een breuk delen door een heel getal
Bij 3/4 : 3 verdeel je 3/4 pizza eerlijk over 3 kinderen. Er liggen 3 kwarten, dus ieder krijgt 1 kwart: 1/4. Je deelt de teller door 3, de noemer blijft.
Bij 1/2 : 3 lukt dat niet: 1 stuk kun je niet zomaar over 3 kinderen verdelen. Dan snijd je de halve pizza in 3 stukjes. Elk stukje is 1/6 van de hele pizza. Je doet nu de noemer keer 3: 1/2 : 3 = 1/6.
Twee manieren
Past de deler in de teller? Deel de teller: 4/5 : 2 = 2/5.
Past hij niet? Doe de noemer keer: 2/3 : 4 = 2/12 = 1/6.
Breuken delen door breuken
Bij een breuk gedeeld door een breuk maken de meeste methodes eerst gelijknamig. Daarna deel je alleen de tellers:
- 3/4 : 1/8. Maak gelijknamig: 6/8 : 1/8.
- Hoe vaak past 1 achtste in 6 achtsten? 6 keer.
- Het antwoord is 6.
Het antwoord kan ook een breuk zijn. Bij 1/3 : 2/3 past 2/3 maar een halve keer in 1/3. Je rekent 1 : 2 = 1/2. Gaat het gelijknamig maken nog lastig, oefen dat dan eerst bij breuken gelijknamig maken.
Het trucje: omdraaien en keer
Misschien heb je zelf geleerd: delen door een breuk is hetzelfde als keer de omgekeerde breuk. Dat klopt. 3/4 : 1/8 = 3/4 × 8/1 = 24/4 = 6. Hetzelfde antwoord.
Op de middelbare school is dit de gewone manier. Op de basisschool leren veel methodes eerst de manier met "hoe vaak past het erin", omdat kinderen dan snappen wat ze doen. Volg thuis de aanpak van de school. Komt je kind met het trucje thuis, dan is dat ook goed. Het moet dan wel weten welke breuk omgedraaid wordt: de tweede, niet de eerste. Het vermenigvuldigen zelf oefent je kind bij breuken vermenigvuldigen.
Na breuken delen: van breuk naar kommagetal
Een breuk is eigenlijk zelf een deelsom: 3/4 betekent 3 : 4. Daarom past breuken naar kommagetallen mooi na dit onderwerp. 3 : 4 = 0,75. Wil je alles over breuken nog eens op een rij zien, kijk dan bij breuken oefenen. Gewone deelsommen zonder breuken staan bij deelsommen.
Gratis werkbladen breuken delen
Om te printen, in zwart-wit. De antwoorden staan op de laatste pagina.
- Heel getal delen door een breukgroep 7 en 8, pdf met antwoordenGratis printen
- Breuk delen door een heel getalgroep 8, pdf met antwoordenGratis printen
- Breuken delen door breukengroep 8, pdf met antwoordenGratis printen
- Verhaaltjessommen delengroep 8, pdf met antwoordenGratis printen
Breuken delen per groep
Lastige punten bij breuken delen
- Verwachten dat delen altijd kleiner maakt. Laat met echte bekers en een fles zien dat er veel bekers van 1/4 liter uit 3 liter gaan.
- De verkeerde breuk omdraaien bij het trucje. Dan komt er bij 3/4 : 1/8 iets anders uit dan 6. Laat je kind schatten: hoe vaak past een achtste in driekwart? Ongeveer 6 keer.
- Bij breuk : heel getal de noemer delen in plaats van keer doen. 1/2 : 3 wordt dan iets raars. Vraag: worden de stukjes groter of kleiner als je ze verdeelt?
- Delen en vermenigvuldigen door elkaar halen. Laat je kind bij elke som eerst hardop zeggen wat er gevraagd wordt: verdelen, of hoe vaak past het erin?
Zo oefen je breuken delen thuis
- Pak een fles van 1,5 liter en een maatbeker. Hoeveel bekers van 1/4 liter kun je vullen? Schenk het echt.
- Gebruik geld: hoeveel munten van 50 cent zitten er in 3 euro? Dat is 3 : 1/2.
- Vraag bij het koken: we hebben 2 kilo aardappels en iedereen eet 1/4 kilo. Voor hoeveel mensen is het genoeg?

Breukenpakket groep 6, 7 en 8
Breuken als deel, vereenvoudigen, gelijknamig maken, optellen, keer, delen en procenten in zes weken. Elke dag een kort onderdeel, met uitleg voor jou en alle antwoorden.
Veelgestelde vragen over breuken delen
Hoe deel je breuken?
Vraag je steeds af hoe vaak het tweede getal in het eerste past. Bij een breuk gedeeld door een breuk maak je eerst gelijknamig en deel je dan de tellers: 2/3 : 1/6 = 4/6 : 1/6 = 4.
Hoe deel je een breuk door een heel getal?
Kun je de teller delen door het getal, doe dat dan en laat de noemer staan: 6/7 : 3 = 2/7. Lukt dat niet, doe dan de noemer keer het getal: 1/3 : 2 = 1/6.
Waarom wordt het antwoord groter als je deelt door een breuk?
Omdat je telt hoeveel kleine stukjes er in een getal passen. In 2 hele passen 8 kwarten, dus 2 : 1/4 = 8. Hoe kleiner de stukjes, hoe meer er passen.
Is delen door een breuk hetzelfde als keer de omgekeerde?
Ja. 5 : 1/3 geeft hetzelfde als 5 × 3 = 15. Dat trucje leren kinderen meestal op de middelbare school. Op de basisschool begint men vaak met de vraag hoe vaak het erin past.
Past hier ook bij
Alles van rekenen vind je op rekenen oefenen. Per groep: groep 7 en groep 8.



