Pakketten

Breuken naar kommagetallen

Breuken naar kommagetallen omrekenen doet je kind vanaf groep 6, bijvoorbeeld 3/4 = 0,75. Hieronder vind je een tabel om te bewaren, twee manieren om te rekenen en oefeningen in beide richtingen.

Liever op papier? Gratis werkbladen om te printen

Meestal in groep 6 tot en met 8

Breuken naar kommagetallen oefenen

Typ een kommagetal met een komma, zoals 0,25. Typ een breuk met een schuine streep, zoals 3/4. Bij een fout krijg je een tip.

Vraag 10 goed

Breukenpakket groep 6, 7 en 8 Zes weken met een plan, uitleg voor jou en alle antwoorden. € 6,95Bekijk pakket

Breuken naar kommagetallen in het kort

Een breuk en een kommagetal zijn twee manieren om hetzelfde op te schrijven. Je rekent een breuk om naar een kommagetal door de noemer 10, 100 of 1000 te maken, of door de teller te delen door de noemer.

  • 1/2 = 5/10 = 0,5
  • 3/4 = 75/100 = 0,75
  • 3/8 = 3 : 8 = 0,375

Tabel: breuken, kommagetallen en procenten

Deze breuken komen zo vaak voor dat het handig is als je kind ze uit het hoofd kent. Vooral in groep 8 en bij de doorstroomtoets wordt gevraagd om snel te wisselen tussen breuk, kommagetal en procent.

BreukKommagetalProcent
1/20,550%
1/40,2525%
3/40,7575%
1/50,220%
2/50,440%
1/100,110%
1/200,055%
1/80,12512,5%
3/80,37537,5%
1/30,333... (ongeveer 0,33)ongeveer 33%
2/30,666... (ongeveer 0,67)ongeveer 67%
1/1000,011%

Meer over het procent-deel lees je bij procenten berekenen.

Manier 1: maak de noemer 10, 100 of 1000

Een kommagetal is eigenlijk een breuk met 10, 100 of 1000 als noemer. Het eerste cijfer na de komma zijn de tienden, het tweede de honderdsten. Kun je de noemer van een breuk 10, 100 of 1000 maken, dan schrijf je hem zo als kommagetal.

  • 3/5: doe teller en noemer keer 2. Dat geeft 6/10 = 0,6.
  • 7/20: keer 5 geeft 35/100 = 0,35.
  • 9/25: keer 4 geeft 36/100 = 0,36.

Dit werkt bij noemers als 2, 4, 5, 20, 25 en 50. Kent je kind de tienden en honderdsten nog niet goed, oefen dan eerst kommagetallen.

3/5 = 6/10 = 0,6Verdeel elk vijfde in twee: dan zie je zes tienden.

Manier 2: deel de teller door de noemer

De streep in een breuk betekent "gedeeld door". 3/8 is dus 3 : 8. Die deelsom reken je uit, met een komma en nullen achter de 3:

  1. 8 past 0 keer in 3. Schrijf 0 en een komma. Maak van de 3 dertig tienden.
  2. 8 past 3 keer in 30, dat is 24. Rest 6.
  3. 8 past 7 keer in 60, dat is 56. Rest 4.
  4. 8 past 5 keer in 40. Rest 0. Klaar: 3/8 = 0,375.

Op school doen kinderen dit vaak als staartdeling. Deze manier werkt bij elke breuk, ook als de noemer 8 of 40 is. Het past goed na breuken delen, waar je kind leert dat een breuk een deelsom is.

Van kommagetal terug naar breuk

Andersom gaat het zo: kijk hoeveel cijfers er achter de komma staan. Eén cijfer zijn tienden, twee cijfers honderdsten.

  • 0,8 = 8/10 = 4/5
  • 0,35 = 35/100 = 7/20
  • 0,125 = 125/1000 = 1/8

De laatste stap is breuken vereenvoudigen. Daar gaat het vaak mis: 0,35 wordt dan 35/100 en daar stopt je kind.

Breuken die nooit ophouden: 1/3 en 2/3

Bij 1 : 3 blijft er steeds een rest over. Het antwoord wordt 0,3333 en zo gaat het eindeloos door. Daarom rond je af, meestal op twee cijfers achter de komma: 1/3 is ongeveer 0,33 en 2/3 ongeveer 0,67. Hoe dat afronden gaat, staat bij afronden.

Op de rekenmachine zie je bij 2 : 3 soms 0,6666667 staan. Dat is al afgerond door de rekenmachine.

Gratis werkbladen breuken naar kommagetallen

Om te printen, in zwart-wit. De antwoorden staan op de laatste pagina.

  • Breuken naar tienden en honderdstengroep 6 en 7, pdf met antwoordenGratis printen
  • Kommagetallen naar breukengroep 7 en 8, pdf met antwoordenGratis printen
  • Teller gedeeld door noemergroep 8, pdf met antwoordenGratis printen

Breuken naar kommagetallen: in welke groep?

  • Groep 6Tienden en honderdsten als breuk en als kommagetal: 3/10 = 0,3. Vaak met geld en meten.
  • Groep 7Bekende breuken omrekenen, zoals 1/4 = 0,25 en 3/5 = 0,6, en kommagetallen terug naar een breuk.
  • Groep 8Elke breuk omrekenen door te delen, afronden bij 1/3 en 2/3, en de koppeling met procenten.

Veelgemaakte fouten bij breuken naar kommagetallen

  • Teller en noemer achter elkaar zetten. Van 1/4 maakt een kind dan 1,4 of 0,4. Vraag: is een kwart meer of minder dan een half? En 0,4?
  • Bij honderdsten de nul vergeten. 7/100 wordt 0,7 in plaats van 0,07. Laat je kind de tienden en honderdsten in een tabelletje zetten.
  • Kommagetal naar breuk niet vereenvoudigen. 0,25 = 25/100 is goed, maar de leerkracht wil 1/4 zien.
  • Denken dat een langer getal groter is. 0,125 lijkt groter dan 0,2. Maak er 0,125 en 0,200 van, dan zie je het.

Zo oefen je thuis met breuken en kommagetallen

  • Gebruik geld. Een kwart euro is 25 cent, dus 0,25 euro. Hoeveel is driekwart euro? En een vijfde euro?
  • Kijk op verpakkingen: een fles van 0,5 liter is een halve liter, 0,25 kilo boter is een kwart kilo.
  • Hang de tabel van deze pagina naast het bureau en vraag er af en toe eentje uit het hoofd, in beide richtingen.
Voorkant van het breukenpakket groep 6, 7 en 8

Breukenpakket groep 6, 7 en 8

Breuken als deel, vereenvoudigen, gelijknamig maken, optellen, keer, delen en procenten in zes weken. Elke dag een kort onderdeel, met uitleg voor jou en alle antwoorden.

Veelgestelde vragen over breuken naar kommagetallen

Hoe reken je een breuk om naar een kommagetal?

Maak de noemer 10, 100 of 1000, of deel de teller door de noemer. 4/5 = 8/10 = 0,8. En 5/8 = 5 : 8 = 0,625.

Hoe maak je van een kommagetal een breuk?

Schrijf het getal achter de komma boven de streep. Bij één cijfer komt er 10 onder, bij twee cijfers 100. Vereenvoudig daarna: 0,45 = 45/100 = 9/20.

Wat is 1/3 als kommagetal?

1/3 is 0,333... en de 3 gaat eindeloos door. Je rondt het meestal af op 0,33. Bij 2/3 wordt dat 0,67.

Wanneer leer je breuken en kommagetallen omrekenen?

De eerste stappen met tienden en honderdsten zijn meestal in groep 6. In groep 7 en 8 komt omrekenen met andere noemers en met procenten erbij. Dat een halve euro hetzelfde is als € 0,50, weten veel kinderen al eerder van thuis.

Past hier ook bij

Alles van rekenen vind je op rekenen oefenen. Per groep: groep 6, groep 7 en groep 8.