Dyscalculie bij kinderen
Dyscalculie is een leerstoornis waarbij rekenen hardnekkig moeilijk blijft, ook als een kind goed les krijgt en veel extra oefent. Veel kinderen hebben een tijdje moeite met rekenen. Dat is nog geen dyscalculie. Hier lees je wat het wel is, wat de kenmerken zijn per leeftijd en wat school en jij kunnen doen.
Liever op papier? Gratis werkbladen om te printen
Meestal in groep 3 tot en met 8
Rustig oefenen met getallen
Dit is geen test op dyscalculie. Het zijn rustige oefeningen met getalbegrip, zonder klok. Kies een niveau dat je kind aankan. Bij een fout krijg je een tip.
Dyscalculie in het kort
- Bij dyscalculie lukt het een kind niet om rekenfeiten, zoals 7 + 5 of 6 × 8, vlot en goed te onthouden en te gebruiken. Ook niet na lange tijd extra hulp.
- Het zegt niets over hoe slim een kind is.
- Alleen een GZ-psycholoog, kinder- en jeugdpsycholoog of orthopedagoog-generalist (NIP/NVO) kan vaststellen of het dyscalculie is. Een online test kan dat niet.
- De eerste stap is altijd een gesprek met de leerkracht.
Wat is dyscalculie?
Dyscalculie is een leerstoornis, net als dyslexie. Bij dyslexie blijft lezen en spellen moeilijk, bij dyscalculie het rekenen. Het gaat dan om problemen die:
- ernstig zijn: het kind loopt duidelijk achter bij leeftijdgenoten;
- hardnekkig zijn: ze blijven, ook na een lange periode goede extra hulp;
- niet te verklaren zijn door iets anders, zoals veel gemiste lessen of problemen met zien of horen.
Kinderen met dyscalculie hebben vooral moeite om rekenfeiten snel en goed uit het geheugen te halen. Ze blijven bijvoorbeeld op hun vingers tellen bij 6 + 7, terwijl klasgenoten het antwoord al weten. Ook het gevoel voor getallen kan zwak zijn: hoe groot is 70 ongeveer, en ligt het dichter bij 50 of bij 100?
Rekenproblemen of dyscalculie?
Veel meer kinderen hebben rekenproblemen dan dyscalculie. Rekenproblemen kunnen komen door een moeilijk jaar, een andere uitleg op een nieuwe school, angst voor toetsen of gewoon een onderwerp dat nog niet is gevallen. Met goede hulp gaan die problemen meestal vooruit. Bij dyscalculie gebeurt dat veel minder, ook als iedereen zijn best doet.
Kenmerken van dyscalculie per leeftijd
Eén kenmerk zegt weinig. Elk kind loopt wel eens ergens op vast. Het wordt pas belangrijk als je meerdere kenmerken ziet, en als ze blijven, ook met extra hulp.
| Groep | Wat je kunt zien |
|---|---|
| Groep 1 en 2 | Moeite met tellen en de telrij. Twee groepjes niet kunnen vergelijken: waar zijn er meer? Kleine hoeveelheden, zoals drie stippen, steeds moeten tellen. |
| Groep 3 en 4 | Blijven tellen op de vingers bij sommen tot 10 en tot 20. Splitsingen zoals 8 = 5 + 3 niet onthouden. Getallen omdraaien, zoals 24 en 42. Plus en min door elkaar halen. |
| Groep 5 en 6 | De tafels blijven niet hangen, ook na veel oefenen. Klokkijken en rekenen met geld blijven lastig. De stappen van een som onder elkaar steeds vergeten. |
| Groep 7 en 8 | Breuken, procenten en verhoudingen blijven erg moeilijk. Bij verhaaltjessommen niet weten welke som erbij hoort. Heel veel tijd nodig, en soms angst voor rekenen. |
Dyscalculie komt vaker samen voor met andere leer- of ontwikkelingsproblemen, zoals dyslexie of ADHD. Lees ook onze pagina over dyslexie als je je daar zorgen over maakt.
Wat doet school bij rekenproblemen?
Scholen werken bij ernstige rekenproblemen vaak met het Protocol ERWD. ERWD staat voor Ernstige RekenWiskunde-problemen en Dyscalculie. Daarin staat hoe een school rekenproblemen op tijd ziet en welke hulp er stap voor stap bij hoort. Welke begeleiding een school geeft, staat ook in de eigen plannen van de school.
- Signaleren. De leerkracht ziet het in de les, of het blijkt uit toetsen. Op de pagina toetsen van school lees je wat die toetsen meten.
- Extra hulp in de klas. Meer uitleg, meer oefentijd, werken met materiaal zoals blokjes of een kralenketting.
- Extra begeleiding. Lukt het niet, dan komt er een plan met doelen, vaak samen met de intern begeleider. Na een tijd wordt gekeken of het werkt.
- Onderzoek. Blijven de problemen ondanks die hulp, dan kan de school onderzoek adviseren.
De school houdt bij welke hulp er is gegeven en wat het opleverde. Die gegevens heeft een onderzoeker later nodig.
Onderzoek naar dyscalculie en de dyscalculieverklaring
Of een kind dyscalculie heeft, kan alleen worden vastgesteld door een psycholoog of orthopedagoog die daarvoor bevoegd is. Die onderzoekt het rekenen, maar kijkt ook naar andere dingen, zoals aandacht en geheugen, om andere oorzaken uit te sluiten. Omdat het moet blijken dat de problemen hardnekkig zijn, gebeurt dat meestal pas als een kind al een paar jaar rekenles heeft gehad.
Is het dyscalculie, dan krijgt je kind een dyscalculieverklaring. Daarin staat wat er aan de hand is en welke hulpmiddelen helpen. Denk aan extra tijd, een rekenkaart met de tafels en formules, of een rekenmachine. Welke aanpassingen je kind krijgt, beslist de school. Dat geldt ook later in het voortgezet onderwijs.
Wie betaalt het onderzoek?
Onderzoek naar dyscalculie wordt niet vergoed door de zorgverzekering. Anders dan bij ernstige dyslexie is er ook geen vaste landelijke regeling via de gemeente. Soms helpt de gemeente wel, maar dat verschilt per gemeente. Vraag het na bij school, bij je gemeente of bij de huisarts voordat je een onderzoek laat doen.
Zo help je thuis bij dyscalculie of rekenproblemen
Thuis hoef je geen extra rekenles te geven. Het gaat om rust, vertrouwen en rekenen dat ergens over gaat.
- Kort en vaak. Tien minuten op een rustig moment werkt beter dan een uur na een lange schooldag.
- Met je handen. Blokjes, munten en vingers mogen. Een kind met rekenproblemen heeft vaak langer iets nodig om te zien en vast te pakken. Splitsen met knopen of munten kan bij splitsen.
- Rekenen in het dagelijks leven. Afrekenen bij de bakker, de tijd tot het eten, de kookwekker. Op rekenen met geld en klokkijken staan oefeningen die daarbij passen.
- Hulpmiddelen gebruiken. Een tafelkaart naast het huiswerk is geen valsspelen. Zo kan je kind verder met de som, ook als de tafel niet meteen komt.
- Spelletjes met dobbelstenen. Kinderen leren daarbij hoeveelheden in één keer te zien, zonder tellen.
- Let op het zelfvertrouwen. Prijs de moeite die je kind doet, ook als het antwoord nog niet klopt. Een kind dat denkt "ik kan het toch niet", gaat minder oefenen.
Overleg met de leerkracht wat je thuis het best kunt doen. Dan sluit het aan bij de hulp op school.
Wanneer zoek je hulp?
- Bij twijfel: maak een afspraak met de leerkracht. Vraag wat zij zien in de klas en in de toetsen, en wat er al gedaan wordt.
- Als de hulp niet genoeg helpt: vraag naar de intern begeleider en naar een plan met doelen. Spreek af wanneer jullie samen kijken of het werkt.
- Als het blijft: bespreek met school of onderzoek zinvol is. Dat onderzoek doet een psycholoog of orthopedagoog.
- Als je kind er erg onder lijdt: buikpijn voor de rekenles, niet meer naar school willen of somber zijn? Ga dan ook naar de huisarts, los van de vraag of het dyscalculie is.
Werkbladen om rustig te oefenen
Twee werkbladen zonder tijdsdruk. Laat je kind blokjes of munten gebruiken als dat helpt. De antwoorden staan op de tweede pagina.
- Splitsen tot 10groep 3 en 4, pdf met antwoordenGratis printen
- Buurgetallengroep 3 en 4, pdf met antwoordenGratis printen
Misverstanden over dyscalculie
- "Hij is gewoon lui." Kinderen met dyscalculie werken vaak juist harder dan klasgenoten, met minder resultaat. Dat is vermoeiend en ontmoedigend.
- "Zij is gewoon niet goed in rekenen." Niet goed zijn in rekenen komt veel voor en is iets anders dan dyscalculie. Bij dyscalculie blijft het probleem ernstig, ook met goede hulp.
- "Met een online test weet je het." Een test op internet kan hooguit een vermoeden geven. Alleen een psycholoog of orthopedagoog kan dyscalculie vaststellen, en dat gaat niet zonder de gegevens van school.
- "Met een verklaring hoeft het niet meer." Een kind met dyscalculie blijft rekenen leren, alleen met meer tijd, andere uitleg en hulpmiddelen.
Wat je als ouder het beste kunt doen
- Schrijf op wat je ziet: welke sommen lastig zijn, hoe lang huiswerk duurt, hoe je kind zich voelt. Dat helpt in het gesprek met school.
- Houd het rekenen thuis klein en vriendelijk. Liever vijf minuten met plezier dan een half uur met tranen.
- Oefen tafels en sommen zonder tijdsdruk. Snel rekenen tegen de klok is voor deze kinderen vaak niet de goede weg. Rustig herhalen staat bij automatiseren.
- Vertel je kind dat moeite hebben met rekenen niets zegt over hoe slim het is.
Veelgestelde vragen over dyscalculie
Bestaat er een dyscalculie test voor kinderen?
Online staan tests, maar die kunnen dyscalculie niet vaststellen. Ze geven hooguit een idee. Voor een echte diagnose is onderzoek nodig door een psycholoog of orthopedagoog, met gegevens van school over de hulp die al gegeven is. Begin met een gesprek met de leerkracht.
Vanaf welke leeftijd kun je dyscalculie vaststellen?
Meestal pas als een kind een paar jaar rekenles heeft gehad, zodat te zien is dat de problemen blijven ondanks goede hulp. Signalen kun je wel eerder zien, al in groep 1 en 2. Dan is extra oefenen met tellen en hoeveelheden zinvol, zonder dat je al van dyscalculie spreekt.
Wordt onderzoek naar dyscalculie vergoed?
Niet door de zorgverzekering. Anders dan bij ernstige dyslexie is er geen vaste landelijke regeling via de gemeente. Sommige gemeenten helpen wel. Vraag het na bij school, je gemeente of de huisarts.
Wat is het verschil tussen dyscalculie en dyslexie?
Bij dyslexie blijven lezen en spellen hardnekkig moeilijk, bij dyscalculie het rekenen. Ze komen regelmatig samen voor. Een kind kan dus allebei hebben.
Gaat dyscalculie over?
Dyscalculie gaat niet weg, maar kinderen leren er wel mee omgaan. Met goede uitleg, extra tijd en hulpmiddelen kunnen ze veel bereiken. Het rekenen blijft wel meer moeite kosten dan bij anderen.
Past hier ook bij
Alles van rekenen vind je op rekenen oefenen. Per groep: groep 3, groep 4, groep 5, groep 6, groep 7 en groep 8.

