Pakketten

Rekenen groep 5 oefenen

Rekenen in groep 5 draait om de tafels van 6, 7, 8 en 9, deelsommen en getallen tot 1000. Ook klokkijken op de minuut en rekenen met geld komen aan bod. Wie de tafels vlot kent, heeft het bij delen een stuk makkelijker.

Liever op papier? Gratis werkbladen om te printen

Rekensommen groep 5 oefenen

Kies een onderdeel. Je kind maakt tien sommen. Bij een fout krijg je een tip.

Vraag 10 goed

Rekenpakket groep 5 Zes weken met een plan, uitleg voor jou en alle antwoorden. € 6,95Bekijk pakket

Het belangrijkste over rekenen in groep 5

Op de meeste scholen staat dit bij rekenen in groep 5 op het programma:

  • De tafels van 6, 7, 8 en 9, en aan het eind alle tafels door elkaar
  • Deelsommen, ook met een rest, zoals 23 : 5 = 4 rest 3
  • Getallen tot 1000, plus en min met grotere getallen en handig rekenen
  • Klokkijken op de minuut, de digitale klok, geld met centen, meten en de eerste breuken

Alle tafels en delen

In groep 5 komen de tafels van 6, 7, 8 en 9 erbij. Kinderen gebruiken wat ze al weten: 6 × 7 is 5 × 7 en nog 1 × 7 erbij. En 9 × 8 is 10 × 8 min 1 × 8.

Ook delen wordt belangrijk. Een deelsom los je op met de tafel: 56 : 8 = 7, want 7 × 8 = 56. Daarom oefenen veel scholen de deeltafels samen met de keertafels. Later in het jaar komen deelsommen met een rest, zoals 23 : 5 = 4 rest 3.

Aan het eind van groep 5 moeten alle tafels tot en met 10 meestal vlot gaan, ook door elkaar, en de deelsommen die erbij horen. Het trucje per tafel staat bij tafels oefenen.

6 × 7 = 5 × 7 + 1 × 7 = 35 + 7 = 42

9 × 8 = 10 × 8 − 1 × 8 = 80 − 8 = 72

Getallen tot 1000

De getallen gaan door tot 1000. Je kind leert dat 627 bestaat uit 6 honderdtallen, 2 tientallen en 7 eenheden, en zet getallen op een getallenlijn. Ook afronden en schatten komen aan bod. Sommige methodes gaan aan het eind van het jaar al door tot 10.000.

Bij plus en min worden de getallen groter, zoals 340 + 280 en 503 − 198. Kinderen leren daarbij handig rekenen: kijk eerst naar de getallen en kies dan een slimme manier. In de loop van groep 5 beginnen veel methodes ook met onder elkaar rekenen: cijferend optellen en cijferend aftrekken.

Aan het eind van groep 5 rekent je kind met getallen tot 1000, uit het hoofd of met een tussenstap op papier.

503 − 198: 198 is bijna 200. 503 − 200 = 303. Je hebt er 2 te veel afgehaald, dus 303 + 2 = 305.

Klokkijken op de minuut

In groep 5 leert je kind klokkijken op de minuut, zoals 8 minuten voor half 4. Daarnaast komt de digitale klok, ook met de 24-uursklok: 15:30 is half 4 's middags.

Kinderen rekenen ook met tijd: hoe lang duurt het van 10 over 3 tot 5 voor half 4? Dat is een kwartier.

123456789101112
8 minuten voor half 4Nog 8 minuten, dan is het half 4. Op de digitale klok is dat 3:22, of 15:22 in de middag.

Geld, meten en de eerste breuken

Bij geld komen de centen erbij: € 3,50 + € 1,75 = € 5,25. Kinderen rekenen uit hoeveel ze terugkrijgen, bijvoorbeeld van een briefje van 10 euro.

Bij meten leren ze de kilometer, meter, centimeter en millimeter, de kilogram en de gram, en de liter. De eerste breuken komen ook: een half, een kwart of een derde van een pizza of van een groepje.

De rekentoetsen van school: M5 en E5

De meeste scholen nemen halverwege het jaar (M5, rond januari of februari) en aan het eind (E5, rond juni) een rekentoets af uit hun leerlingvolgsysteem. Welke toets dat is, verschilt per school. Lees meer over de toetsen van school.

Veel opgaven zijn een verhaaltje met een plaatje, een tabel of een prijslijst. Kale sommen komen ook voor. Het helpt als de tafels en de sommen tot 100 vlot gaan: dan houdt je kind tijd en aandacht over voor het lezen en het bedenken van de som. Oefen ook redactiesommen voor groep 5.

Blijft rekenen heel moeizaam, ook met veel oefenen? Lees dan over de kenmerken van dyscalculie.

Rekenen groep 5 werkbladen om te printen

Om te printen, in zwart-wit. De antwoorden staan op de laatste pagina.

Rekenen in de groep ervoor en erna

  • Rekenen groep 4Plus en min tot 100, ook over het tiental, de tafels van 1, 2, 3, 4, 5 en 10 en klokkijken met kwartieren.
  • Rekenen groep 6Breuken, kommagetallen, onder elkaar vermenigvuldigen en meten.

Hier gaat het vaak mis bij rekenen in groep 5

  • De sommen 6 × 7, 6 × 8, 7 × 8 en 8 × 8 blijven vaak hangen. Oefen die apart en gebruik een bruggetje: 6 × 8 is het dubbele van 3 × 8, dus 24 + 24 = 48.
  • Bij delen met een rest kiezen kinderen een te klein antwoord, zoals 23 : 5 = 3 rest 8. De rest moet altijd kleiner zijn dan het getal waardoor je deelt. Laat je kind de tafel van 5 opzeggen tot net onder 23: 4 × 5 = 20, rest 3.
  • Bij aftrekken met grote getallen, zoals 503 − 198, halen kinderen per kolom het kleinste cijfer van het grootste af. Dan komt er 495 uit in plaats van 305. Eerst schatten helpt: 500 − 200 is ongeveer 300.
  • Op de minuut klokkijken: bij 22 minuten over 3 zeggen kinderen "22 over 3". Op school zeggen ze dan 8 minuten voor half 4. Vraag eerst: is het voor of na half?

Tips om thuis met rekenen in groep 5 te oefenen

  • Flits de tafels door elkaar, ook als deelsom: hoeveel is 42 gedeeld door 6?
  • Laat je kind uitrekenen hoeveel je terugkrijgt bij de bakker of in de supermarkt.
  • Gebruik de digitale klok op de oven of in de auto: hoe zeg je 17:40 op de wijzerklok? Dat is 10 over half 6.
  • Oefen alle tafels en de deelsommen erbij tot je kind ze meteen weet. Dat heet automatiseren. Bij deelsommen oefenen komt ook delen met rest aan bod.
  • Liever een spel? Met de rekenspelletjes groep 5 speelt je kind 60 seconden tegen de klok en probeert het zijn eigen record te verbreken. Voor alleen de tafels zijn er ook tafelspelletjes.
  • Zie je een klok of een gevel met Romeinse cijfers? Laat je kind ze ontcijferen: XII is 12. Hoe dat werkt, staat bij Romeinse cijfers.
Voorkant van het rekenpakket groep 5

Rekenpakket groep 5

Getallen tot 1000, plus en min, delen, klok, geld en breuken in zes weken. Elke dag een kort onderdeel, met uitleg voor jou en alle antwoorden.

Wat ouders vragen over rekenen in groep 5

Wat leer je bij rekenen in groep 5?

De tafels van 6, 7, 8 en 9, deelsommen (ook met een rest) en getallen tot 1000. Daarnaast klokkijken op de minuut en de digitale klok, geld met centen, meten met meters, kilo's en liters, en de eerste breuken.

Moeten alle tafels aan het eind van groep 5 uit het hoofd?

Meestal wel: alle tafels van 1 tot en met 10, vlot en door elkaar, en de deelsommen die erbij horen. Hoe streng dat is, verschilt per school. Lukt het nog niet? Oefen elke dag een paar minuten de sommen die nog lastig zijn.

Wat moet je kunnen aan het eind van groep 5 bij rekenen?

Alle tafels en de deelsommen, ook met een rest. Rekenen met getallen tot 1000, zoals 340 + 280 en 503 − 198. Klokkijken op de minuut en met de digitale klok, en rekenen met geld, ook met centen.

Waarom vindt mijn kind de rekentoets in groep 5 moeilijk?

In groep 5 staan er meer verhaaltjes, tabellen en plaatjes in de toets. Je kind moet dus goed lezen en zelf de som bedenken. Gaan de tafels nog niet vlot, dan kost elke som extra tijd. Oefen daarom de tafels en ook verhaaltjessommen.

Verder oefenen

Alles van rekenen vind je op rekenen oefenen. Per groep: groep 5.