Bijwoordelijke bepaling vinden
Een bijwoordelijke bepaling is een zinsdeel dat extra informatie geeft: waar, wanneer, hoe of waarom iets gebeurt. In Wij spelen na school in de tuin staan er twee. Je kind vindt ze met vier vragen.
Liever op papier? Gratis werkbladen om te printen
Meestal in groep 7 en 8
Bijwoordelijke bepaling oefenen
Kies een niveau. Bij een fout krijg je een tip.
Het belangrijkste over de bijwoordelijke bepaling
- Een bijwoordelijke bepaling zegt waar, wanneer, hoe of waarom iets gebeurt.
- Het kan één woord zijn (gisteren, buiten) of meer woorden (na school, door de regen).
- Een zin kan er geen, één of meer hebben.
- Bij het ontleden is het meestal wat overblijft als je de andere zinsdelen hebt gevonden.
Wat is een bijwoordelijke bepaling?
Een bijwoordelijke bepaling is een zinsdeel dat iets extra's vertelt over wat er gebeurt. Je kunt het vaak weglaten en dan is de zin nog steeds goed: Wij spelen in de tuin wordt Wij spelen. Je weet dan alleen niet meer waar.
Het is een zinsdeel, dus het kan uit één woord bestaan (gisteren) of uit meer woorden die bij elkaar horen (na het eten, met de trein). Er kunnen er ook meer in één zin staan.
Wij spelen in de tuin.
Gisteren zag ik een vos.
Opa loopt heel langzaam.
Door de regen blijven we binnen.
Vier vragen: waar, wanneer, hoe, waarom?
De meeste bijwoordelijke bepalingen zijn een antwoord op een van deze vier vragen:
| Vraag | Voorbeeld |
|---|---|
| Waar? (plaats) | De kat slaapt op de bank. |
| Wanneer? (tijd) | Na school drinken we thee. |
| Hoe? (manier) | Wij gaan met de trein naar Utrecht. |
| Waarom? (reden of oorzaak) | Wij blijven door de regen binnen. |
Sommige scholen noemen nog meer vragen, zoals hoe vaak? (soms, elke dag) en met wie? (met mijn vader). Die tellen ook als bijwoordelijke bepaling.
Zo vind je de bijwoordelijke bepaling
Bij het ontleden zoek je de bijwoordelijke bepaling meestal als laatste. Eerst de persoonsvorm, het onderwerp, het gezegde en het lijdend voorwerp. Wat dan overblijft en zegt waar, wanneer, hoe of waarom, is een bijwoordelijke bepaling.
Elke bijwoordelijke bepaling is een apart zinsdeel. Met de verschuifproef zie je waar het begint en eindigt: wat je samen vooraan kunt zetten, hoort bij elkaar. Wij schaatsen in de winter op de vijver wordt In de winter schaatsen wij op de vijver. Dus in de winter en op de vijver zijn twee bepalingen.
Zin: Gisteren heeft Lisa in de tuin een vlinder gezien.
Gezegde: heeft gezien, onderwerp: Lisa
Lijdend voorwerp: een vlinder
Wat blijft over? gisteren (wanneer) en in de tuin (waar)
Bijwoordelijke bepaling of bijwoord?
Deze twee lijken op elkaar, maar ze zijn niet hetzelfde. Een bijwoordelijke bepaling is een zinsdeel: je kijkt wat het stuk doet in de zin. Een bijwoord is een woordsoort: je kijkt naar één los woord.
Soms valt het samen. In Ik zag gisteren een vos is gisteren een bijwoord én een bijwoordelijke bepaling. Maar in de tuin is wel een bijwoordelijke bepaling, terwijl er geen bijwoord in staat: in is een voorzetsel en tuin een zelfstandig naamwoord.
Let ook op met aan en voor. In Ik hang de jas aan de kapstok is aan de kapstok een bijwoordelijke bepaling, want het zegt waar. In Ik geef de jas aan papa is aan papa een meewerkend voorwerp: papa krijgt iets.
Gratis werkbladen bijwoordelijke bepaling vinden
Om te printen, in zwart-wit. De antwoorden staan op de laatste pagina.
- Waar, wanneer, hoe of waarom?groep 7 en 8, pdf met antwoordenGratis printen
- Zoek de bijwoordelijke bepalinggroep 7 en 8, pdf met antwoordenGratis printen
- Klik het woordgroep 7, pdf met antwoordenGratis printen
In welke groep komt de bijwoordelijke bepaling aan bod?
Lastige punten bij de bijwoordelijke bepaling
- Kinderen knippen een bijwoordelijke bepaling in stukken, of plakken er te veel aan vast. Gebruik de verschuifproef: wat samen vooraan in de zin kan, hoort bij elkaar.
- Kinderen denken dat elk stuk met aan of voor een meewerkend voorwerp is. Vraag: krijgt iemand iets? Of zegt het waar? In aan de kapstok krijgt de kapstok niets.
- Kinderen verwarren een bijwoordelijke bepaling met het lijdend voorwerp. Doe eerst de vraag wie of wat + gezegde + onderwerp. Wat daarna overblijft, is meestal een bijwoordelijke bepaling.
Tips om thuis met de bijwoordelijke bepaling te oefenen
- Maak samen een zin steeds langer: wij eten. Wanneer? Wij eten vanavond. Waar? Wij eten vanavond in de tuin. Hoe? Wij eten vanavond gezellig in de tuin.
- Speel het vragenspel bij een plaatje of een foto: waar is het, wanneer is het, hoe doen ze het, waarom doen ze het?
- Laat je kind een zin uit een leesboek omdraaien, zodat een bijwoordelijke bepaling vooraan komt te staan. Klopt de zin nog?
Wat ouders vragen over de bijwoordelijke bepaling
Wat is een bijwoordelijke bepaling?
Een zinsdeel dat zegt waar, wanneer, hoe of waarom iets gebeurt. In Wij spelen na school in de tuin zijn na school (wanneer) en in de tuin (waar) bijwoordelijke bepalingen.
Hoe vind je een bijwoordelijke bepaling?
Zoek eerst de persoonsvorm, het onderwerp, het gezegde en de voorwerpen. Wat overblijft, is meestal een bijwoordelijke bepaling. Controleer het met de vragen waar, wanneer, hoe en waarom.
Kan een zin meer bijwoordelijke bepalingen hebben?
Ja. In Gisteren speelde Sam met zijn hond in het park staan er drie: gisteren (wanneer), met zijn hond (met wie) en in het park (waar). Een zin kan er ook helemaal geen hebben: Sam slaapt.
Wat is het verschil tussen een bijwoord en een bijwoordelijke bepaling?
Een bijwoord is een woordsoort, zoals gisteren, hier of vaak. Een bijwoordelijke bepaling is een zinsdeel en kan uit meer woorden bestaan, zoals in de tuin. Een bijwoord in een zin is vaak wel een bijwoordelijke bepaling.
Verder oefenen
Alles van taal vind je op taal oefenen. Per groep: groep 7 en groep 8.


