Dictee groep 7
Dictee groep 7 gaat vooral over werkwoorden. Of je stopte, gestopt of stopt schrijft, hoor je alleen in de zin. Hier leest de computer het woord voor in een zin, en typt je kind het. Ook met een zinnendictee.
Liever op papier? Gratis werkbladen om te printen
Dictee groep 7 oefenen
Druk op Lees voor en luister goed naar de hele zin. Typ alleen het woord dat twee keer genoemd wordt. Bij Zinnen typ je de hele zin.
Dictee in groep 7 in het kort
In groep 7 draait een dictee om de zin. Woorden als wordt en word, of gebeurd en gebeurt, klinken precies hetzelfde. Alleen uit de zin blijkt welke het is. Daarnaast komen meervouden met 's, de tussen-n en woorden op -ief en -teit aan bod.
Een werkwoordendictee geven
Bij werkwoorden is de zin het belangrijkste deel van het dictee. Kies daarom een zin waaruit duidelijk blijkt wie het doet en in welke tijd.
- Zeg het werkwoord niet los als je twijfelt: gebeurd en gebeurt klinken hetzelfde. Zeg het woord, de zin en het woord, zoals altijd.
- Laat je kind de zin herhalen voor het gaat schrijven.
- Vraag na het schrijven: wie doet het, wanneer? Is het een persoonsvorm of een voltooid deelwoord?
geverfd. De deur is groen geverfd. geverfd.
Geverfd is een voltooid deelwoord. Verven heeft een v, die zit niet in 't kofschip. Dus een d.
Welke woorden in een dictee in groep 7?
- Werkwoorden in de tegenwoordige tijd: vindt, rijdt, wacht.
- Verleden tijd: stopte, kleurde, redde, dansten.
- Voltooid deelwoord: gezet, geleerd, besteld.
- Meervoud met 's: sofa's, kiwi's.
- Tussen-n: sterrenhemel en tomatensoep, maar zonnestraal en kikkerdril.
- Lastige uitgangen: speciale, actieve, kwaliteit.
Bij de oefening hier telt een apostrof mee. Op een telefoon vind je hem vaak onder de knop met de cijfers.
Het zinnendictee in groep 7
In groep 7 bestaat het dictee op school vaak uit zinnen. Daarin komen meerdere regels tegelijk voor. In Wij wachtten lang op de trein zit een werkwoord in de verleden tijd met dubbel t.
Leer je kind een vaste nakijkronde: eerst de werkwoorden, dan de lange woorden, dan hoofdletter en punt. Bij werkwoorden helpt het stappenplan van werkwoordspelling.
Gratis voorleeslijsten dictee groep 7
Print de lijst. Je kind schrijft op het eerste blad. Op het tweede blad staan de woorden en zinnen om voor te lezen.
- Werkwoordengroep 7, pdf met antwoordenGratis printen
- Meervoud, tussen-n en -iefgroep 7, pdf met antwoordenGratis printen
- Zinnengroep 7, pdf met antwoordenGratis printen
Waar kinderen bij dictee in groep 7 vaak op vastlopen
- Je kind luistert alleen naar het woord, niet naar de zin. Bij werkwoorden gaat het dan mis. Laat je kind de zin eerst hardop herhalen.
- Bij de verleden tijd met dubbel t of dubbel d (wachtten, redden) schrijft je kind er één. Laat het de stam opschrijven en dan het stukje erachter: wacht + ten.
- Bij het meervoud zet je kind een apostrof waar die niet hoort: tafel's. Vraag: eindigt het woord op een lange klank?
Zo oefen je dictee in groep 7 thuis
- Kies vijf werkwoorden en maak bij elk woord drie zinnen: nu, gisteren en al gedaan. Dat is een mooi dictee voor tien minuten.
- Laat je kind een dictee aan jou geven met werkwoorden. Maak expres een fout met d of t. Vindt je kind hem?
- Bewaar de dictees in een mapje. Zo zie je na een paar weken welke soort fouten minder worden.

Spellingpakket groep 7
Werkwoorden in alle tijden, voltooid deelwoord, meervoud met 's, tussen-n en -teit in zes weken. Elke dag een kort onderdeel, met uitleg voor jou en alle antwoorden.
Veelgestelde vragen over dictee in groep 7
Waarom zijn werkwoorden zo lastig in een dictee?
Omdat veel vormen hetzelfde klinken, zoals word en wordt of gebeurd en gebeurt. Je kind moet de regel gebruiken om te weten welke vorm het is. Daarom is de zin bij een dictee in groep 7 zo belangrijk.
Hoe lang is een dictee in groep 7?
Op school is het vaak een zinnendictee van ongeveer tien zinnen, of een woorddictee van twintig woorden. Thuis is een kortere versie genoeg, bijvoorbeeld vijf zinnen.
Telt een apostrof mee in dit dictee?
Ja. Een apostrof hoort bij de spelling van het woord, net als een trema. Een rechte of een krullende apostrof tellen allebei als goed. Hoofdletters en de punt aan het eind tellen niet mee.
Past hier ook bij
Alles van taal vind je op taal oefenen. Per groep: groep 7.


