Pakketten

Voltooid deelwoord: d of t?

Het voltooid deelwoord is de vorm van het werkwoord die je gebruikt met heb, is of ben: ik heb gefietst, wij hebben gewoond. Schrijf je een d of een t? Met 't kofschip lukt het bijna altijd.

Liever op papier? Gratis werkbladen om te printen

Meestal in groep 6 tot en met 8

Voltooid deelwoord oefenen

Kies een niveau. Bij een fout krijg je een tip met de regel.

Vraag 10 goed

Spellingpakket per groep: Voor dit onderwerp: het pakket van groep 6 tot en met 8. Zes weken met een plan, uitleg voor jou en alle antwoorden, € 6,95.Groep 6Groep 7Groep 8

Kort uitgelegd: het voltooid deelwoord

  • Gewone werkwoorden: ge + stam + t of d. Zit de laatste letter van de stam in 't kofschip (x)? Dan een t: gefietst. Anders een d: gewoond.
  • Eindigt de stam al op een t of d? Dan komt er niets bij: gepraat, gebrand.
  • Begint het werkwoord met be-, ge-, her-, ver- of ont-? Dan geen ge- ervoor: betaald, verhuisd.
  • Sterke werkwoorden eindigen op -⁠en: gezwommen, gelopen.
  • Vóór een zelfstandig naamwoord komt er een e achter: de verbrande toast.

Wat is een voltooid deelwoord?

Het voltooid deelwoord is een vorm van het werkwoord. Je gebruikt het samen met hebben of zijn, als iets al gebeurd is: ik heb gefietst, de trein is vertrokken. Voltooid betekent klaar: het fietsen is voorbij.

Bijna altijd begint het voltooid deelwoord met ge-. Een handig trucje om het te vinden: zeg de zin met ik heb of ik ben ervoor. Ik heb ... gefietst. Ik ben ... gevallen.

Kinderen leren dit bij de werkwoordspelling, meestal in groep 6 of 7. Het is een van de onderdelen waar ook volwassenen nog fouten in maken.

fietsen → ik heb gefietst
wonen → wij hebben gewoond
vallen → ik ben gevallen

D of t aan het eind van het voltooid deelwoord

Bij gewone werkwoorden is de regel ge + stam + t of d, en de laatste letter van de stam beslist: zit die in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p, en op veel scholen de x), dan een t, anders een d. Eindigt de stam al op een t of d, dan komt er niets meer achter: gepraat, gebrand.

Waarom leven toch geleefd wordt en hoe de ezelsbruggetjes werken, lees je bij 't kofschip.

Hele werkwoordStamIn 't kofschip?Voltooid deelwoord
fietsenfietss: jagefietst
kokenkookk: jagekookt
wonenwoonn: neegewoond
levenleefv: neegeleefd
pratenpraateindigt al op tgepraat

Geen ge- of ge- in het midden

Begint een werkwoord met be-, ge-, her-, ver- of ont-? Dan komt er geen ge- voor. Je schrijft niet gebetaald maar betaald, en niet gegebeurd maar gebeurd. Voor de d of t kijk je gewoon weer naar de stam: verhuisd, ontdekt, herhaald.

Sommige werkwoorden bestaan uit twee stukjes, zoals opruimen, meedoen en openmaken. Dan komt de ge- in het midden: opgeruimd, meegedaan, opengemaakt.

betalen → betaald
verhuizen → verhuisd
ontdekken → ontdekt
opruimen → opgeruimd

Sterke werkwoorden

Sterke werkwoorden doen niet mee met 't kofschip. Hun voltooid deelwoord eindigt meestal op -⁠en, en vaak verandert de klank: zwemmen wordt gezwommen, vinden wordt gevonden. Een paar werkwoorden hebben een gewone verleden tijd, maar toch een voltooid deelwoord op -⁠en: lachen (lachte, gelachen), wassen (waste, gewassen) en raden (raadde, geraden).

Een paar werkwoorden zijn helemaal anders: denken wordt gedacht, kopen wordt gekocht, brengen wordt gebracht. Deze moet je kind gewoon kennen. Hardop zeggen helpt: ik heb gedacht, niet ik heb gedenkt.

zwemmen → gezwommen
schrijven → geschreven
lezen → gelezen
denken → gedacht

De verbrande toast: het voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord

Een voltooid deelwoord kan ook vóór een zelfstandig naamwoord staan: de verbrande toast, de gekookte eieren. Het werkt dan als een bijvoeglijk naamwoord.

Schrijf het in twee stappen. Eerst het voltooid deelwoord met de gewone regel: verbrand. Dan komt er een e achter: verbrande. Dus niet verbrandde, want dat is de verleden tijd (de toast verbrandde in de oven).

Eindigt het voltooid deelwoord op -⁠en, zoals gebroken of gestolen? Dan komt er geen e achter: het gebroken glas, de gestolen fiets.

Het werkt ook andersom als trucje. Twijfelt je kind tussen gekookt en gekookd? Zeg dan: de gekookte eieren. Je hoort een t, dus gekookt.

verbrand + e = de verbrande toast
gekookt + e = de gekookte eieren
beantwoord + e = de beantwoorde vraag
gebroken = het gebroken glas (geen e)

Gratis werkbladen voltooid deelwoord: d of t?

Om te printen, in zwart-wit. De antwoorden staan op de laatste pagina.

Het voltooid deelwoord: wat leert je kind in welke groep?

  • Groep 6Op veel scholen begint het voltooid deelwoord in groep 6, met ge + stam + t of d en 't kofschip.
  • Groep 7Werkwoorden met be-, ver- en ont-, werkwoorden met een v of z, en sterke werkwoorden.
  • Groep 8Het voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord (de verbrande toast) en alles door elkaar. Belangrijk voor de doorstroomtoets.

Waar kinderen bij het voltooid deelwoord vaak op vastlopen

  • Kinderen schrijven wat ze horen. Gewoond en gewoont klinken hetzelfde. Laat ze de stam opschrijven en 't kofschip erbij pakken.
  • Bij leven, durven en verhuizen kijken kinderen naar de f of s van de stam en schrijven geleeft of verhuist. Zeg erbij: kijk naar de v en z in het hele werkwoord.
  • Kinderen zetten er een ge- voor terwijl dat niet mag, zoals gebetaald of geverhuisd. Kijk eerst samen of het werkwoord begint met be-, ge-, her-, ver- of ont-.
  • Bij de verbrande toast schrijven kinderen verbrandde, omdat ze het verwarren met de verleden tijd. Laat ze eerst het voltooid deelwoord opschrijven (verbrand) en dan alleen een e erachter zetten.

Thuis aan de slag met het voltooid deelwoord

  • Speel het heb-spel: jij noemt een werkwoord, je kind maakt er een zin van met ik heb of ik ben. Schrijf het voltooid deelwoord samen op.
  • Leg een kaartje met 't kofschip naast het huiswerk. Laat je kind bij elk woord de stam opschrijven en de laatste letter omcirkelen.
  • Zoek samen in de keuken naar voltooide deelwoorden: gesneden kaas, gekookte eieren, geraspte wortel. Hoe schrijf je ze?
Spellingpakket per groep: Voor dit onderwerp: het pakket van groep 6 tot en met 8. Zes weken met een plan, uitleg voor jou en alle antwoorden, € 6,95.Groep 6Groep 7Groep 8

Vragen over het voltooid deelwoord

Wat is een voltooid deelwoord?

Een vorm van het werkwoord die je gebruikt met hebben of zijn, voor iets wat al gebeurd is: ik heb gefietst, ik ben gevallen. Meestal begint het met ge-.

Schrijf je het voltooid deelwoord met een d of een t?

Kijk naar de laatste letter van de stam. Zit die in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p, en op veel scholen ook x)? Dan een t: gefietst. Anders een d: gewoond. Eindigt de stam al op een t of d, dan komt er niets bij: gepraat, gebrand.

Waarom is het verhuisd en niet verhuist?

Bij werkwoorden met een v of z kijk je naar het hele werkwoord: verhuizen. De z zit niet in 't kofschip, dus het wordt een d. Hetzelfde geldt voor leven (geleefd) en durven (gedurfd).

Is het verbrande of verbrandde toast?

Verbrande toast. Het voltooid deelwoord is verbrand, en vóór een zelfstandig naamwoord komt er een e achter: verbrand + e = verbrande. Verbrandde is de verleden tijd: de toast verbrandde in de oven.

Wanneer komt er geen ge- voor?

Als het werkwoord al begint met be-, ge-, her-, ver- of ont-. Dus betaald, gebeurd, herhaald, verteld en ontdekt. Bij werkwoorden als opruimen komt ge- in het midden: opgeruimd.

Hierna oefenen

Alles van taal vind je op taal oefenen. Per groep: groep 6, groep 7 en groep 8.