Pakketten

Redactiesommen groep 3

Redactiesommen groep 3 zijn korte verhaaltjes met plus en min tot 20, vaak met een plaatje erbij. Leest je kind nog niet vlot? Druk dan op Lees voor. Dan kan het al zijn aandacht bij de som houden.

Liever op papier? Gratis werkbladen om te printen

Redactiesommen groep 3 oefenen

Kies een niveau. Druk op Lees voor om het verhaaltje te laten voorlezen. Bij een fout krijg je een tip.

Vraag 10 goed

Rekenpakket groep 3 Zes weken met een plan, uitleg voor jou en alle antwoorden. € 6,95Bekijk pakket

Kort uitgelegd: redactiesommen in groep 3

In groep 3 heten redactiesommen ook verhaalsommen of plaatjessommen. Je kind leert:

  • uit een verhaaltje of plaatje halen of er iets bij komt of af gaat;
  • daar zelf een som bij maken, zoals 5 + 3 of 9 − 4;
  • eerst tot 10 rekenen, later tot 20, ook over de 10 heen;
  • vergelijken: wie heeft er meer, en hoeveel meer?

Het lastigste is vaak niet het rekenen, maar snappen wat er in het verhaaltje gebeurt.

Redactiesommen in groep 3: wat komt aan bod?

In groep 3 beginnen de meeste methodes met plaatjessommen: een tekening met een klein verhaal. Op het plaatje zie je bijvoorbeeld 4 appels op tafel en mama die er 3 bij legt. Je kind maakt daar een som bij: 4 + 3 = 7. Later in het jaar staat er vaker alleen een kort verhaaltje, zonder plaatje.

De sommen gaan eerst tot 10 en daarna tot 20, ook over de 10 heen. Deze soorten verhaaltjes kom je tegen:

  • Erbij: er komen eendjes bij, je krijgt geld, er stappen kinderen in.
  • Eraf: er vliegen vogels weg, je eet koekjes op, ballonnen knappen.
  • Samen: 3 rode en 8 blauwe ballen.
  • Vergelijken: Fien heeft 8 knikkers en Jip 5. Hoeveel heeft Fien er meer?
  • Dubbel en helft: 2 handen met elk 5 vingers, of 10 aardbeien eerlijk verdelen over 2 kinderen.

Veel kinderen lezen aan het begin van groep 3 nog niet zelf. Lees het verhaaltje dan voor, of gebruik de knop Lees voor bij het oefenen. Bij de toetsen van school worden de vragen in groep 3 ook vaak voorgelezen.

Het stappenplan voor groep 3

Scholen gebruiken in groep 3 een kort stappenplan. De woorden verschillen per school, maar het komt meestal hierop neer:

  1. Wat gebeurt er? Laat je kind het verhaaltje in eigen woorden vertellen.
  2. Erbij of eraf? Wordt het meer of minder?
  3. Maak de som. Schrijf hem op, of zeg hem hardop.
  4. Reken uit. Gebruik je vingers, blokjes of de getallenlijn als dat nodig is.
  5. Klopt het? Kijk nog een keer naar het verhaal. Zijn er minder vogels als er vogels wegvliegen?

In de boom zitten 9 vogels. Er vliegen er 5 weg. Hoeveel vogels zitten er nog?

  1. Wat gebeurt er? Er zitten vogels in de boom en een paar vliegen weg.
  2. Erbij of eraf? Wegvliegen is eraf. Het worden er minder.
  3. De som: 9 − 5.
  4. Uitrekenen: tel terug vanaf 9: 8, 7, 6, 5, 4. Dat is 4.
  5. Klopt het? 4 is minder dan 9. Dat past, want er zijn vogels weggevlogen.

Lastig: hoeveel meer?

Bij vergelijken gaan veel kinderen plus doen, omdat ze het woord meer zien. Maar bij "hoeveel meer" zoek je het verschil: hoeveel stapjes is het van het kleine naar het grote getal?

Leg de dingen in twee rijtjes onder elkaar, één tegenover één. Dan zie je meteen hoeveel er over zijn.

JipFien
Jip heeft 5 knikkers, Fien heeft er 8Fien heeft er 3 over die Jip niet heeft. Tel verder van 5 tot 8: 6, 7, 8. Dat zijn 3 stapjes. De som is 8 − 5 = 3.

Sommen tot 20 in een verhaaltje

Aan het eind van groep 3 zitten er sommen over de 10 in de verhaaltjes, zoals 8 + 5 of 14 − 6. Je kind rekent die meestal uit via de 10: eerst naar 10, dan de rest. Gaat het rekenen zelf nog mis, oefen dan eerst kale sommen bij splitsen oefenen of rekenen groep 3, en kom daarna terug bij de verhaaltjes.

Mees heeft 8 auto's. Hij krijgt er 4 voor zijn verjaardag. Hoeveel auto's heeft hij nu?

Erbij, dus 8 + 4. Eerst naar 10: 8 + 2 = 10. Dan nog 2 erbij: 10 + 2 = 12.

Mees heeft nu 12 auto's.

Gratis werkbladen redactiesommen groep 3

Om te printen, in zwart-wit. Lees de verhaaltjes samen of voor. De antwoorden staan op de laatste pagina.

Wat komt er wanneer?

  • Begin groep 3Plaatjessommen tot 10: bij het plaatje vertellen wat er gebeurt en een plus- of minsom maken.
  • Eind groep 3Korte verhaaltjes zonder plaatje tot 20, ook over de 10, en vergelijken: hoeveel meer of minder?
  • Groep 4Plus en min tot 100, de eerste tafels en eerlijk verdelen in verhaaltjes.

Veelgemaakte fouten bij redactiesommen in groep 3

  • Je kind ziet twee getallen en doet meteen plus. Vraag eerst: wordt het meer of minder? Laat het verhaal naspelen met blokjes of knopen.
  • Bij "hoeveel meer" telt je kind de getallen bij elkaar op. Leg twee rijtjes onder elkaar en laat zien hoeveel er over zijn. Dat is het verschil.
  • Het lezen kost nog veel moeite, waardoor je kind de vraag vergeet. Lees het verhaaltje voor en laat je kind het daarna in eigen woorden vertellen.
  • Bij min telt je kind het begingetal mee: bij 9 − 5 zegt het "9, 8, 7, 6, 5" en komt uit op 5. Laat het de sprongen tellen: 8, 7, 6, 5, 4.

Thuis aan de slag met redactiesommen in groep 3

  • Maak samen sommen van wat je doet: "Er liggen 6 boterhammen. Jij eet er 2. Hoeveel liggen er nog?"
  • Draai het om: geef een kale som, zoals 7 − 3, en laat je kind er zelf een verhaaltje bij bedenken. Of een tekening maken.
  • Pak knikkers, blokjes of Lego erbij en speel het verhaaltje na. Zo ziet je kind wat erbij en eraf betekent.
  • Doe drie of vier verhaaltjes per keer. Bespreek vooral hoe je kind het aanpakte, niet alleen of het antwoord goed is.
Voorkant van het rekenpakket groep 3

Rekenpakket groep 3

Tellen, splitsen, sommen tot 20, getallen tot 100, klok en geld in zes weken. Elke dag een kort onderdeel, met uitleg voor jou en alle antwoorden.

Vragen over redactiesommen in groep 3

Wat zijn redactiesommen in groep 3?

Korte verhaaltjes met een plus- of minsom erin, eerst tot 10 en later tot 20. Aan het begin van groep 3 staat er bijna altijd een plaatje bij. Je kind leert uit het verhaal halen welke som erbij hoort.

Wat is een plaatjessom?

Een som die je uit een tekening haalt. Op het plaatje zie je bijvoorbeeld 6 ballonnen, waarvan er 2 knappen. Je kind vertelt wat er gebeurt en schrijft de som erbij: 6 − 2 = 4. Zo leren kinderen in groep 3 de stap van verhaal naar som.

Mijn kind kan nog niet goed lezen. Kan het toch redactiesommen oefenen?

Ja. In groep 3 is het heel normaal om de verhaaltjes voor te lezen. Bij het oefenen op deze pagina leest de knop Lees voor het verhaaltje voor. Het gaat er nu om dat je kind snapt wat er gebeurt.

Wat is het verschil tussen een redactiesom en een verhaalsom?

Er is geen verschil. Redactiesom, verhaalsom, verhaaltjessom en contextsom betekenen allemaal hetzelfde: een som die in een verhaaltje zit. Welk woord de school gebruikt, verschilt per methode.

Hoe weet mijn kind of het plus of min moet doen?

Leer je kind vragen: wordt het meer of minder? Komen er dingen bij, dan is het plus. Gaan er dingen weg, dan is het min. Let op losse woorden zoals "meer": bij "hoeveel meer" moet je juist min doen.

Hierna oefenen

Alles van rekenen vind je op rekenen oefenen. Per groep: groep 3.