Spelling groep 4
Spelling groep 4 is het jaar van de eerste echte spellingregels. Je kind merkt dat je niet alles schrijft zoals je het hoort: je zegt hont, maar je schrijft hond.
Liever op papier? Gratis werkbladen om te printen
Spelling groep 4 oefenen
Druk op Lees voor en luister naar het woord. Kies het woord dat goed geschreven is, of typ het als er een invulvak staat. Bij een fout krijg je een tip.
Spelling in groep 4 in het kort
In groep 4 leert je kind spellingcategorieën: groepjes woorden met dezelfde regel. De meeste methodes bieden deze aan:
- ng en nk (koning, bank) en cht (lucht);
- eer, oor en eur, aai, ooi en oei, eeuw en ieuw;
- ei of ij en au of ou: die moet je onthouden;
- d of t aan het eind: maak het woord langer;
- klankgroepen: bomen met één o, kippen met twee p's.
Hoe werkt spelling in groep 4?
In groep 4 begint op de meeste scholen een aparte spellingmethode, zoals Staal of Taal actief. Elke paar weken komt er een nieuwe categorie bij. Bij elke categorie hoort een regel, en vaak een naam of plaatje. In Staal heet een woord met ng bijvoorbeeld een zingwoord, een woord met nk een plankwoord en een woord met cht een luchtwoord. Een woord dat je langer maakt om d of t te horen, heet daar een langermaakwoord.
De volgorde en de namen verschillen per methode. Vraag de leerkracht welke categorie er nu aan bod komt. Dan kun je thuis precies die woorden oefenen.
Ng, nk en cht (luchtwoorden)
Bij koning hoor je aan het eind de klank ng. Bij bank hoor je ng en dan een k, maar je schrijft alleen nk. Je schrijft dus niet bangk, maar bang of bank.
Hoor je aan het eind gt, zoals bij lucht en acht? Dan schrijf je bijna altijd cht. Op veel scholen heten dit luchtwoorden, naar het woord lucht.
ng: slang, ring, zingen
nk: pink, plank, donker
cht: acht, gracht, dicht
Eer, oor en eur, aai en eeuw
Voor een r klinkt een lange klank anders. In peer hoor je bijna een i, in oor bijna een oa. Toch schrijf je gewoon ee, oo of eu.
Na aa, oo en oe hoor je een j-klank. Je schrijft een i: kraai, kooi, bloeien. Bij eeuw, ieuw en uw hoor je de w nauwelijks, maar hij hoort er altijd bij: meeuw, nieuws, ruw.
Ei of ij, au of ou en d of t
Ei en ij klinken hetzelfde. Au en ou ook. Hiervoor is geen regel. Je kind moet de woorden onthouden. Veel scholen zeggen korte ei (trein) en lange ij (tijger).
Aan het eind van een woord hoor je nooit een d, alleen een t. Maak het woord langer: hoed, hoeden. Dan hoor je de d. Bij groot, groter hoor je een t, dus schrijf je een t.
Klankgroepen: bomen en bommen
In de tweede helft van groep 4 komt de klankgroepenregel. Klap het woord in stukjes. Eindigt het eerste stukje op een lange klank, dan schrijf je die met één letter: bo-men, ra-men. Is de klank kort, dan schrijf je de medeklinker twee keer: kip-pen, bel-len.
Het klappen in stukjes heet op school ook verdelen in lettergrepen. De regel komt vaak terug bij het meervoud: één boom, twee bomen, één bom, twee bommen.
ra-men: lange aa aan het eind van het stukje, dus één a
pan-nen: korte a, dus twee n'en
Spelling groep 4 werkbladen, gratis om te printen
Je kind zet een kringetje om het woord dat goed geschreven is. Lees de woorden eventueel voor. De antwoorden staan op de laatste pagina.
- ng, nk en chtgroep 4, pdf met antwoordenGratis printen
- ei of ij, au of ou, d of tgroep 4, pdf met antwoordenGratis printen
- bomen en bommengroep 4, pdf met antwoordenGratis printen
Lastige punten bij spelling in groep 4
- Bij ng en nk schrijven kinderen allebei: bangk. Zeg het woord samen en vraag: hoor je aan het eind een k? Alleen dan schrijf je nk.
- Ei en ij worden gegokt. Maak een lijstje van de woorden die je kind steeds fout doet en hang het op de koelkast. Even lezen bij het ontbijt helpt al.
- Bij d of t vergeten kinderen het woord langer te maken. Laat ze het hardop doen: één hand, twee handen. Dan hoor je de d.
- De klankgroepenregel gaat vaak mis bij woorden met een lange klank: boomen in plaats van bomen. Laat je kind klappen en vragen: is het stukje klaar na de lange klank?
Zo oefen je spelling in groep 4 thuis
- Kies per week één categorie. Zoek samen woorden die erbij horen in een boek, op de verpakkingen in de keuken of op straat.
- Doe een spelletje: jij noemt een woord, je kind zegt de categorie. Bank? Plankwoord, want je hoort een k.
- Bij ei/ij en au/ou: laat je kind de woorden in twee rijtjes schrijven, een rij met ei en een rij met ij. Zo onthoudt het ze beter.
- Oefen daarna ook met dictee groep 4, zodat je kind de woorden zelf opschrijft.
- Voor de afwisseling: in een woordzoeker groep 4 zoekt je kind woorden met ng en nk, en met aai, ooi en oei.
- Afwisseling met een spel kan ook, bij de spellingspelletjes.

Spellingpakket groep 4
Ng en nk, cht, eer, aai en eeuw, d of t, ei of ij en bomen of bommen in zes weken. Elke dag een kort onderdeel, met uitleg voor jou en alle antwoorden.
Veelgestelde vragen over spelling in groep 4
Welke spellingcategorieën komen in groep 4 aan bod?
Meestal ng en nk, cht, eer, oor en eur, aai, ooi en oei, eeuw en ieuw, ei of ij, au of ou, d of t aan het eind en de klankgroepen (bomen en kippen). De volgorde verschilt per methode en per school.
Wat is een langermaakwoord?
Een woord waarbij je aan het eind een t hoort, maar soms een d schrijft. Je maakt het woord langer, bijvoorbeeld door er meer dan één van te maken: hond, honden. Hoor je dan een d, dan schrijf je een d.
Is er een regel voor ei en ij?
Nee. Ei en ij klinken hetzelfde, net als au en ou. Je kind moet onthouden hoe het woord eruitziet. Veel lezen en de lastige woorden vaak zien helpt het meest.
Mijn kind werkt met Staal. Past deze pagina daarbij?
Ja. In de methode Staal hebben de spellingcategorieën een eigen naam, zoals het zingwoord (ng), het plankwoord (nk), het luchtwoord (cht) en het langermaakwoord (d of t aan het eind). Bij Staal spelling groep 4 oefent je kind dezelfde regels als hier, alleen met die namen. Gebruik thuis gerust de namen die je kind op school hoort.
Wanneer schrijf je ei of ij?
Daar is geen regel voor: je hoort hetzelfde. Op school heet het vaak de korte ei (trein) en de lange ij (tijger). Je kind moet per woord onthouden hoe het eruitziet. Maak samen twee rijtjes, één met ei en één met ij, en oefen een paar woorden tegelijk.
Mijn kind kent de regel, maar schrijft toch fout. Hoe komt dat?
Een regel kennen is iets anders dan hem gebruiken tijdens het schrijven. Dat komt met oefenen. Laat je kind na het schrijven elk woord nalezen en vragen: bij welke categorie hoort dit woord?
Past hier ook bij
Alles van taal vind je op taal oefenen. Per groep: groep 4.


