Pakketten

Spelling groep 5

Spelling groep 5 gaat over langere woorden: woorden die eindigen op -⁠ig of -⁠lijk, verkleinwoorden en woorden waarin je een v of z hoort. Waarom schrijf je brief, maar brieven? Dat soort vragen komt dit jaar aan bod.

Liever op papier? Gratis werkbladen om te printen

Spelling groep 5 oefenen

Kies het woord dat goed geschreven is. Staat er een invulvak? Druk dan op Lees voor en typ het woord. Bij een fout krijg je een tip.

Vraag 10 goed

Spellingpakket groep 5 Zes weken met een plan, uitleg voor jou en alle antwoorden. € 6,95Bekijk pakket

Het belangrijkste over spelling in groep 5

In groep 5 herhaalt je kind de regels van groep 3 en 4. Daar komen nieuwe categorieën bij:

  • -⁠ig, -⁠lijk en -⁠heid: gezellig, vrolijk, snelheid.
  • f/v en s/z: brief maar brieven, huis maar huizen.
  • verkleinwoorden: -⁠je, -⁠tje, -⁠pje of -⁠etje.
  • -⁠tie: politie, vakantie.
  • be-, ge-, ver- en ont-: gezicht, verhaal, ontbijt.

-⁠ig, -⁠lijk en -⁠heid

Aan het eind van zonnig hoor je ug. Toch schrijf je -⁠ig. Aan het eind van heerlijk hoor je luk, maar je schrijft -⁠lijk. En bij snelheid hoor je hijt, maar je schrijft -⁠heid.

Een handig trucje: hoor je ug, dan is het bijna altijd -⁠ig. Hoor je luk, dan is het -⁠lijk. Let ook op getallen: twintig, dertig, veertig eindigen allemaal op -⁠ig.

F of v, s of z

Een v of een z staat nooit aan het eind van een woord. Hoor je in het lange woord een v of een z, dan schrijf je die wel in het lange woord. In het korte woord wordt het een f of een s. Dat zie je vooral bij het meervoud: één dief, twee dieven.

dief, maar dieven

gans, maar ganzen

mens en mensen: je hoort een s, dus het blijft een s.

Verkleinwoorden: -⁠je, -⁠tje, -⁠pje of -⁠etje

Welk stukje erachter komt, hangt af van het einde van het grote woord. Zeg het woord hardop.

UitgangWanneer?Voorbeeld
-⁠pjena een m met een lange klank of een medeklinker ervoorduimpje, armpje
-⁠etjena een korte klank met l, m, n, r of ngbolletje, kammetje, wangetje
-⁠tjena een lange klank met l, n of r, na een klinker en na -⁠el, -⁠en en -⁠erschoentje, eitje, vogeltje
-⁠jena de meeste andere medeklinkershondje, muisje, kaartje

Let op: bij -⁠etje komt de laatste letter twee keer: bol, bolletje. Meer voorbeelden en een oefening staan bij verkleinwoorden.

-⁠tie en be-, ge-, ver- en ont-

Bij politie en actie hoor je tsie of sie. Je schrijft -⁠tie.

Veel woorden beginnen met een stukje dat je bijna niet hoort: gezicht, begin, verhaal. Kinderen schrijven dan guzicht. Leer je kind: aan het begin is het be-, ge- of ver-. En ont- schrijf je altijd met een t, ook als je een d hoort: ontbijt.

En de werkwoorden?

In groep 5 beginnen veel scholen ook met de eerste werkwoordspelling: ik loop, jij loopt, hij loopt, en ook hij wordt. In groep 6 komt de verleden tijd erbij.

Spelling groep 5 werkbladen, gratis om te printen

Je kind zet een kringetje om het woord dat goed geschreven is. De antwoorden staan op de laatste pagina.

Veelgemaakte fouten bij spelling in groep 5

  • Kinderen schrijven wat ze horen: gezellug, vroluk. Laat je kind na het schrijven het einde van elk woord controleren: ug wordt -⁠ig, luk wordt -⁠lijk.
  • Bij f/v en s/z schrijven kinderen de v of z ook aan het eind: briev. Leer de regel kort: aan het eind nooit een v of een z.
  • Bij verkleinwoorden gaat het vaak mis bij -⁠etje: baltje in plaats van balletje. Zeg het woord met een korte klank hardop. Hoor je de extra e?
  • Kinderen vergeten de t van ont-, omdat je een d hoort. Ondbijt klinkt logisch, maar ont- schrijf je altijd met een t.

Tips om thuis met spelling in groep 5 te oefenen

  • Speel woordketting: jij zegt een woord, je kind maakt er een verkleinwoord van en schrijft het op. Hoed? Hoedje. Bal? Balletje.
  • Zoek samen woorden op -⁠ig en -⁠lijk in een strip of tijdschrift. Wie vindt er de meeste?
  • Bij f/v en s/z: zeg een kort woord en laat je kind het meervoud schrijven. Huis wordt huizen, duif wordt duiven.
  • Oefen de woorden daarna ook als dictee. Bij dictee groep 5 leest de computer voor.
  • Voor de afwisseling: in een woordzoeker groep 5 zoekt je kind woorden op -⁠ig en -⁠lijk en verkleinwoorden.
Voorkant van het spellingpakket groep 5

Spellingpakket groep 5

-⁠ig en -⁠lijk, -⁠heid en -⁠tie, f/v en s/z, verkleinwoorden en be-, ge-, ver- in zes weken. Elke dag een kort onderdeel, met uitleg voor jou en alle antwoorden.

Wat ouders vragen over spelling in groep 5

Welke spellingregels leert mijn kind in groep 5?

Meestal woorden op -⁠ig, -⁠lijk en -⁠heid, f of v en s of z, verkleinwoorden, -⁠tie en woorden die beginnen met be-, ge-, ver- of ont-. Ook de regels uit groep 3 en 4 komen terug. Op veel scholen begint ook de werkwoordspelling.

Hoe weet mijn kind of het -⁠tje of -⁠etje moet schrijven?

Kijk naar de klank voor de laatste letter. Is die kort, zoals bij bal of ster? Dan wordt het -⁠etje en komt de laatste letter twee keer: balletje, sterretje. Is de klank lang, zoals bij stoel of deur? Dan wordt het -⁠tje: stoeltje, deurtje.

Waarom schrijf je brief met een f en brieven met een v?

Aan het eind van een Nederlands woord staat nooit een v of een z. In het lange woord hoor je wel een v, dus daar schrijf je hem. Hetzelfde geldt voor huis en huizen.

Welke spelling groep 5 werkbladen staan er op deze pagina?

Drie gratis werkbladen: woorden op -⁠ig, -⁠lijk en -⁠heid, verkleinwoorden, en f of v en s of z. Elk werkblad gaat over één regel, zodat je kind gericht oefent. De antwoorden staan op de laatste pagina.

Mijn kind haalt op de spellingtoets lage scores. Wat kan ik doen?

Vraag de leerkracht welke categorieën nog lastig zijn. Oefen dan juist die, kort en vaak. Kijk ook of je kind de regels uit groep 4 nog goed kent, want daar bouwen de nieuwe regels op voort.

Verder oefenen

Alles van taal vind je op taal oefenen. Per groep: groep 5.