Cijferend aftrekken
Cijferend aftrekken is een minsom onder elkaar uitrekenen, van rechts naar links. Lastig wordt het pas als het bovenste cijfer te klein is. Dan moet je lenen. Hoe dat gaat, ook met een 0 in het getal, lees je hieronder.
Liever op papier? Gratis werkbladen om te printen
Meestal in groep 5 tot en met 7
Minsommen onder elkaar oefenen
Zet de minsom onder elkaar op een kladblaadje en reken hem uit. Typ dan het antwoord. Bij een fout krijg je een tip.
Cijferend aftrekken in het kort
Je zet het grootste getal bovenaan en begint bij de eenheden. Per kolom haal je het onderste cijfer van het bovenste af.
Is het bovenste cijfer te klein, dan leen je 1 van de kolom links ervan. Die kolom wordt 1 kleiner, en jouw kolom krijgt er 10 bij. Daarna kun je wel aftrekken.
Lenen of inwisselen: wat bedoelt de school?
Rekenmethodes gebruiken verschillende woorden voor dezelfde stap. Hoort je kind op school een ander woord dan jij gewend bent, dan bedoelen jullie waarschijnlijk hetzelfde:
| Woord | Wat er gebeurt |
|---|---|
| lenen | Je pakt 1 van de kolom links ervan. |
| inwisselen | Je ruilt 1 tiental in voor 10 eenheden, of 1 honderdtal voor 10 tientallen. |
Het idee erachter: 532 is 5 honderdtallen, 3 tientallen en 2 eenheden. Maar het is ook 5 honderdtallen, 2 tientallen en 12 eenheden. Het getal blijft hetzelfde, het is alleen anders verdeeld.
Cijferend aftrekken met lenen: 832 − 457
| H | T | E | |
|---|---|---|---|
| na lenen | 7 | 12 | 12 |
| − | 4 | 5 | 7 |
| uitkomst | 3 | 7 | 5 |
- Eenheden: 2 − 7 kan niet. Leen 1 van de tientallen. De 3 wordt een 2, en de 2 wordt 12. Nu is het 12 − 7 = 5.
- Tientallen: er staat nu een 2. 2 − 5 kan niet. Leen 1 van de honderdtallen. De 8 wordt een 7, en de 2 wordt 12. 12 − 5 = 7.
- Honderdtallen: 7 − 4 = 3.
832 − 457 = 375. Controleer met een plussom: 375 + 457 = 832. Optellen onder elkaar staat uitgelegd bij cijferend rekenen.
Op papier strepen veel kinderen het oude cijfer door en schrijven het nieuwe erboven. Zo zie je precies wat er geleend is.
Lenen als er een 0 staat: 503 − 168
Dit is de lastigste minsom onder elkaar. Bij de eenheden moet je lenen, maar bij de tientallen staat een 0. Daar valt niets te lenen.
- 3 − 8 kan niet. Je wilt lenen bij de tientallen, maar daar staat 0.
- Ga dus eerst naar de honderdtallen. Leen 1 honderdtal: de 5 wordt een 4, en de 0 bij de tientallen wordt 10.
- Nu kun je wel lenen bij de tientallen: de 10 wordt een 9, en de 3 wordt 13.
- Eenheden: 13 − 8 = 5. Tientallen: 9 − 6 = 3. Honderdtallen: 4 − 1 = 3.
503 − 168 = 335. Een makkelijke manier om het te onthouden: van 50 tientallen leen je er 1, dan blijven er 49 over. Dus boven de 5 en de 0 komen een 4 en een 9 te staan.
Handig bij ronde getallen
1000 − 368 is onder elkaar lastig, met drie nullen. Reken liever 999 − 368 = 631. Daar hoef je niet te lenen. Doe er dan 1 bij: 632.
Aftrekken onder elkaar met de komma
In groep 7 en 8 trekt je kind ook kommagetallen af, zoals het wisselgeld bij een aankoop. Zet komma onder komma. Heeft het bovenste getal minder cijfers achter de komma, vul dan aan met een 0.
€ 20 − € 6,35: schrijf € 20 als 20,00. Reken dan onder elkaar, met lenen: 20,00 − 6,35 = 13,65. Controle: 13,65 + 6,35 = 20,00. Meer oefenen met wisselgeld kan bij rekenen met geld.
Werkblad cijferend aftrekken
Elke minsom heeft ruitjes ernaast, zodat je kind hem onder elkaar kan zetten. Zo zie je ook waar het misgaat. De antwoorden staan op de tweede pagina.
- Zonder lenengroep 5, pdf met antwoordenGratis printen
- Met lenengroep 5 en 6, pdf met antwoordenGratis printen
- Lenen over de 0groep 6, pdf met antwoordenGratis printen
- Tot 10.000groep 6 en 7, pdf met antwoordenGratis printen
Cijferend aftrekken: in welke groep?
Veelgemaakte fouten bij cijferend aftrekken
- Je kind draait de kolom om. Bij 2 − 7 rekent het 7 − 2 = 5, omdat dat wel kan. Dit is de bekendste fout bij aftrekken onder elkaar. Zeg: het bovenste cijfer is wat je hebt. Daar haal je iets af.
- Lenen, maar de kolom links niet kleiner maken. Dan is het antwoord precies 10 of 100 te groot. Laat je kind het oude cijfer doorstrepen en het nieuwe erboven schrijven.
- Vastlopen op een 0. Bij 503 − 168 weet je kind niet waar het moet lenen. Oefen deze sommen apart, met het niveau Lenen over de 0.
- Het kleinste getal staat bovenaan. Bij een verhaaltjessom zet je kind 168 boven 503. Vraag eerst: welk getal is het grootst? Dat komt bovenaan.
Zo oefen je cijferend aftrekken thuis
- Laat elke minsom controleren met een plussom. Het antwoord plus het onderste getal moet weer het bovenste getal zijn.
- Oefen lenen met echt geld: een briefje van 10 wissel je in voor tien munten van 1 euro. Zo voelt je kind wat inwisselen is.
- Kies sommen waar het verschil iets betekent: hoeveel bladzijden nog tot het einde van het boek, of hoeveel dagen tot de verjaardag.
- Is lenen nog te moeilijk? Begin dan met kolomsgewijs rekenen. Daar reken je met hele tientallen en honderdtallen, wat voor veel kinderen beter te volgen is.
- Gaan plus en min tot 100 nog niet vlot? Herhaal dan eerst plus en min tot 100, want elke kolom is een kleine minsom.
Veelgestelde vragen over cijferend aftrekken
Hoe werkt lenen bij cijferend aftrekken?
Is het bovenste cijfer te klein, dan pak je 1 van de kolom links ervan. Die kolom wordt 1 kleiner. Jouw kolom krijgt er 10 bij, omdat 1 tiental 10 eenheden is. Daarna trek je gewoon af.
Wat doe je als je moet lenen bij een 0?
Dan leen je eerst bij de kolom daarvoor. Bij 503 − 168 wordt de 5 een 4 en de 0 een 10. Daarna leen je van die 10: die wordt een 9, en de eenheden krijgen er 10 bij.
Mijn kind zegt inwisselen in plaats van lenen. Is dat anders?
Nee, het is hetzelfde. Sommige rekenmethodes zeggen inwisselen, omdat je eigenlijk niets leent en ook niets teruggeeft: je ruilt een tiental voor tien eenheden.
Wanneer leert een kind minsommen onder elkaar?
Meestal in groep 5 of 6. Veel scholen beginnen met kolomsgewijs aftrekken en stappen daarna over op cijferend aftrekken.
Past hier ook bij
Alles van rekenen vind je op rekenen oefenen. Per groep: groep 5, groep 6 en groep 7.



