Pakketten

Kolomsgewijs rekenen

Kolomsgewijs rekenen is onder elkaar rekenen waarbij je kind met de echte waarde van de getallen werkt: 300 + 200, en niet 3 + 2. Veel scholen leren het in groep 4, 5 of 6, als tussenstap op weg naar cijferen. Hier lees je hoe kolomsgewijs optellen en aftrekken werkt en waarom scholen het zo doen.

Liever op papier? Gratis werkbladen om te printen

Meestal in groep 4 tot en met 6

Kolomsgewijs rekenen oefenen

Reken de som kolomsgewijs uit op een kladblaadje: schrijf per kolom het tussenantwoord op. Typ dan het eindantwoord. Bij een fout krijg je een tip.

Vraag 10 goed

Rekenpakket per groep: Voor dit onderwerp: het pakket van groep 4 tot en met 6. Zes weken met een plan, uitleg voor jou en alle antwoorden, € 6,95.Groep 4Groep 5Groep 6

Het belangrijkste over kolomsgewijs rekenen

  • Je zet de getallen onder elkaar, net als bij cijferen.
  • Je begint meestal links, bij het grootste deel.
  • Per kolom reken je met de hele waarde: honderdtallen, dan tientallen, dan eenheden.
  • Elk tussenantwoord schrijf je op. Aan het eind tel je die op.

Kolomsgewijs of cijferen: dezelfde som naast elkaar

Dezelfde som, 476 + 258, op twee manieren:

KolomsgewijsCijferend
400 + 200 = 6006 + 8 = 14, schrijf 4, onthoud 1
70 + 50 = 1207 + 5 + 1 = 13, schrijf 3, onthoud 1
6 + 8 = 144 + 2 + 1 = 7
600 + 120 + 14 = 734734

Bij kolomsgewijs rekenen weet je kind steeds wat het doet: 70 + 50 is echt 120. Bij cijferend optellen rekent het alleen met cijfers en schuift het door. Dat is korter, maar het is ook makkelijker om een stap te doen zonder te snappen waarom.

Daarom leren veel rekenmethodes eerst kolomsgewijs en daarna cijferend. Er zijn ook scholen die meteen met cijferen beginnen. Beide manieren leiden tot hetzelfde antwoord.

Kolomsgewijs optellen in drie stappen

Eerst met twee cijfers: 46 + 38

  1. Tientallen: 40 + 30 = 70.
  2. Eenheden: 6 + 8 = 14.
  3. Samen: 70 + 14 = 84.

Dit is ongeveer hoe kinderen in groep 4 al plus en min tot 100 uit het hoofd leren. Kolomsgewijs schrijf je de tussenstappen alleen onder elkaar op.

Daarna met drie cijfers: 476 + 258

HTE
476
+258
honderdtallen600
tientallen120
eenheden14
samen734

De tussenantwoorden 600, 120 en 14 staan netjes onder elkaar. De laatste optelling is daardoor makkelijk.

Kolomsgewijs aftrekken: met een tekort of met inwisselen

Bij aftrekken is er een kolom waar het niet past, zoals bij 452 − 187. Methodes lossen dat op twee manieren op.

Manier 1: met een tekort

KolomSomUitkomst
honderdtallen400 − 100300
tientallen50 − 8030 tekort
eenheden2 − 75 tekort
samen300 − 30 − 5265

Bij 50 − 80 kom je 30 tekort. Dat tekort haal je aan het eind van de 300 af. Sommige scholen schrijven het tekort met een min ervoor: −30.

Manier 2: eerst inwisselen

Je verdeelt 452 anders: 300 + 140 + 12. Nu past het wel: 300 − 100 = 200, 140 − 80 = 60 en 12 − 7 = 5. Samen 265. Deze manier lijkt al veel op cijferend aftrekken met lenen.

Vraag in het schrift van je kind welke manier de school gebruikt. Twee manieren tegelijk leren maakt het voor de meeste kinderen lastiger.

Na kolomsgewijs rekenen: de stap naar cijferen

Als kolomsgewijs rekenen goed gaat, maakt de school de stap naar cijferen. Je kind merkt dan dat het tussenantwoord 120 eigenlijk een 2 in de tientallen is, met 1 die doorschuift naar de honderdtallen. Dat is het hele idee van onthouden.

Die overstap gaat vaak in groep 5 of 6. Vermenigvuldigen en delen volgen later, op dezelfde manier: eerst in stukken, dan korter. Kolomsgewijs vermenigvuldigen staat bij cijferend vermenigvuldigen. Kolomsgewijs delen heet op veel scholen de hapmethode. De korte manier van delen onder elkaar is de staartdeling.

Kolomsgewijs rekenen werkblad

Twee werkbladen met ruitjes, zodat je kind de tussenantwoorden netjes onder elkaar kan zetten. De antwoorden staan op de tweede pagina.

Kolomsgewijs rekenen: in welke groep?

  • Groep 4Plus en min tot 100 met tientallen en eenheden apart, zoals 46 + 38 = 70 + 14. Vaak nog uit het hoofd, met tussenstapjes.
  • Groep 5Kolomsgewijs optellen en aftrekken tot 1000, onder elkaar op papier.
  • Groep 6De overstap naar cijferend optellen en aftrekken. Kolomsgewijs vermenigvuldigen komt erbij.

Lastige punten bij kolomsgewijs rekenen

  • De waarde vergeten. Bij 70 + 50 schrijft je kind 12 in plaats van 120. Vraag: hoeveel tientallen zijn het? 12 tientallen is 120.
  • De tussenantwoorden staan scheef onder elkaar. 14 komt onder de honderdtallen te staan. Ruitjespapier en de letters H, T en E bovenaan helpen.
  • Bij aftrekken het tekort optellen in plaats van aftrekken. Bij 300, 30 tekort en 5 tekort komt dan 335 uit. Laat je kind zeggen: tekort betekent dat er nog iets af moet.

Tips om thuis met kolomsgewijs rekenen te oefenen

  • Gebruik geld om te laten zien wat een kolom is: briefjes van 100, munten van 10 en van 1 euro (speelgeld mag ook). 476 + 258 wordt dan eerst de honderden bij elkaar, dan de tientjes, dan de losse euro's.
  • Laat je kind hardop rekenen. Hoor je "zeven plus vijf" bij 70 + 50, vraag dan wat die 7 en die 5 waard zijn.
  • Volg de manier van school. Heb je zelf alleen cijferend leren rekenen, kijk dan eerst samen in het werkboek hoe het daar gaat.
  • Gaat kolomsgewijs goed? Probeer dan dezelfde som ook eens cijferend. Komt er hetzelfde uit? Dan snapt je kind dat het twee wegen naar hetzelfde antwoord zijn.
Rekenpakket per groep: Voor dit onderwerp: het pakket van groep 4 tot en met 6. Zes weken met een plan, uitleg voor jou en alle antwoorden, € 6,95.Groep 4Groep 5Groep 6

Wat ouders vragen over kolomsgewijs rekenen

Wat is kolomsgewijs rekenen?

Kolomsgewijs rekenen is onder elkaar rekenen met de echte waarde per kolom. Bij 476 + 258 reken je 400 + 200, 70 + 50 en 6 + 8, en tel je de tussenantwoorden op. Je begint meestal links, bij het grootste deel.

Wat is het verschil tussen kolomsgewijs en cijferend?

Bij cijferen zet je de getallen ook onder elkaar, maar reken je alleen met de cijfers en begin je rechts. Wat boven de 9 komt, schuif je door naar de kolom links ervan. Bij aftrekken leen je. Dat is korter dan kolomsgewijs. Meer uitleg staat bij cijferend rekenen.

Waarom leert mijn kind niet meteen cijferen?

Bij kolomsgewijs rekenen ziet je kind wat de getallen waard zijn. Dat helpt om later te snappen waarom je bij cijferen iets doorschuift of leent. Niet elke school kiest hiervoor: sommige beginnen meteen met cijferen.

Is kolomsgewijs aftrekken met een tekort niet verwarrend?

Voor sommige kinderen wel. Daarom gebruiken niet alle methodes het tekort. Andere wisselen eerst in, zodat elke kolom past. Vraag de leerkracht welke manier op school gebruikt wordt, en help je kind op die manier.

Verder oefenen

Alles van rekenen vind je op rekenen oefenen. Per groep: groep 4, groep 5 en groep 6.